Iedereen is stout

Wie is er in 2002 nog beschaafd? En wat hebben onhebbelijkheden te maken met onveiligheid en geweld? Premier Balkenende maakt zich er ernstige zorgen over, terwijl 96 procent van de Nederlanders vindt dat ze zich aan de normen en waarden houden. Wat is er aan de hand? Een persoonlijke observatie en verkeersvoorbeelden uit Rotterdamse politiedossiers. `Je moet uitkijken, joh!'

Het gebeurde in de Beethovenstraat in Amsterdam-Zuid. Een ongelukje in de nazomer van 1995 tussen twee dames van middelbare leeftijd in elegante merkkleding. De één knalde met haar fiets op de ander die juist de zebra overstak, omdat het voetgangerslicht op groen stond. Er brak luid Algemeen Beschaafd gekijf uit. ,,U rijdt door rood'', constateerde het slachtoffer, dat maar net overeind was gebleven.

,,Waar bemoeit u zich mee?'', beet de fietster venijnig van zich af, alsof het slachtoffer niets met de aanrijding te maken had. De discussie ging door tot ongeduldige automobilisten toeterden en beide dames even gepikeerd en overtuigd van het eigen gelijk hun weg vervolgden.

In een ruigere wijk had de overtreder het slachtoffer misschien een knal verkocht, maar de essentie is dezelfde. Onbeschoftheid – want daar komt dit verkeersovertredinkje op neer – is een gestegen cultuurgoed. Iemand die op de regels wijst, is kennelijk intolerant en schendt het recht op privacy. Roken in de tram mocht niet, maar mag blowen dan wel? Dat moest kunnen. ,,Dat maak ik zelf wel uit'', zei de man die zijn hond voor andermans voordeur liet poepen.

Die nazomer kwam ik net terug uit het wellevende Amerika, waar iedere auto altijd stopt voor een stopbord op straffe van een zware bekeuring. En ik realiseerde me dat Nederland zich in publieke verruwing onderscheidt van het buitenland. Direct over de grens achter Breda of Nijmegen woont een beleefdere mensensoort. Veel Nederlanders in de grensstreek sturen hun kind in België naar school. Belgische kinderen zijn naar Nederlandse educatieve normen te onderdanig en afwachtend, terwijl Nederlandse kinderen bekendstaan als brutaal en altijd volwassenen tutoyeren. Maar niet alle spontaniteit is even origineel. Volgens de landelijke criminaliteitskaart van de politie staat Nederland met 600 misdaden per 1.000 inwoners bovenaan in West-Europa en het scoort zelfs hoger dan Amerika (500 misdaden per 1.000 inwoners). Met Engeland heeft Nederland de beruchtste voetbalsupporters. Geen wonder dat veel immigranten denken dat er geen regels zijn. Tegen zoveel ongeremdheid is geen politie opgewassen.

De emancipatie in de jaren zestig en zeventig betekende in Nederland bevrijding van achterhaalde, ondemocratische, van bovenaf opgelegde beleefdheidsregels en daar is niets voor in de plaats gekomen. Het ging om de juiste gezindheid, om solidariteit met de zwakkeren en die mocht je niets deftigs opleggen. Goede manieren leken net zo onpraktisch als de pagina's titulatuur in oude agenda's. Waar doe je het voor?

Indertijd heeft Annie Schmidt voor jonge babyboomers heel scherp de hypocriete schaamte en burgerlijkheid van de jaren vijftig en zestig doorgeprikt: Ik ben lekker stout. Maar wat begon als originele rebellie werd opvoedingsroutine. Spontaniteit werd ontremming. De Annie Schmidt-generatie brengt de kinderen geen regeltjes meer bij, maar zelfontplooiing en assertiviteit. Om zijn authentieke zelf te worden moet het kind haantje de voorste worden, de ander onderuitschoppen bij het sporten. En de grote mensen doen mee. De ouders schrijven voor hun kinderen een spijbelbriefje voor de wintersport. Het hoofd van de school spijbelt zelf ook. Ik ken een ontgoocheld schoolmeisje dat haar tijdelijk zieke directeur tegenkwam op de tennisbaan. Hij is geen pilaar meer van het gezag, maar gewoon zichzelf. Want iedereen is lekker stout.

Veertig jaar later groeit het besef dat de meeste regels niet ouderwets zijn, maar juist praktisch en democratisch. Beleefdheid houdt de straat schoon en maakt verkeer tussen vreemden mogelijk. Handig om te weten hoe dat moet. In praktische, ondeftige beleefdheid onderscheidt de egalitaire Amerikaan zich van de Nederlander. Zelfs bewoners van een Amerikaanse gribuswijk staan keurig en rustig in de rij in de plaatselijke McDonald's. Eenvoudige beleefdheid, elkaar groeten en beleefd aanspreken, langzaam rijden in een drukke straat, stoppen voor een zebrapad, wachten in een rij, het is allemaal wederkerig. Zodra de automobilist uitstapt, is hij ook een voetganger voor wie de andere automobilisten moeten stoppen.

Nu is gebleken dat de samenleving niet kan worden aangestuurd door de onzichtbare hand van de markt, is er een beschavingsoffensief begonnen. Uit algemene ergernis. Goede manieren zijn in de mode en politici van het CDA en de LPF spreken over normen en waarden. Normen bestaan uit de alledaagse beleefdheidsregels en de wet; waarden vertegenwoordigen de meer omstreden, hogere moraal.

Het is het eenvoudigst om te beginnen met de praktische beleefdheid, waar mensen het over eens kunnen worden. De rest volgt later wel.

Tot nu toe is het beschavingsoffensief gericht tegen de ander die zich niet gedraagt. Volgens een peiling van het programma Kruispunt vindt namelijk 96 procent van de Nederlanders dat zij zich houden aan de normen en waarden. Zo ook minister Herman Heinsbroek. Hij begon de discussie met de opmerking dat de agent meer aanzien moet krijgen, maar hij vertelde ook trots hoe hij met succes een agent afblafte toen die hem wilde bekeuren wegens te hard rijden: ,,Kun je niet beter boeven gaan vangen?''

Uit scheldpartijen en een vuistslag afgelopen week blijkt dat meer LPF'ers moeite hebben zich te beheersen.

Praktische beleefdheid en waarden en normen worden voorgesteld als een recht en niet als een plicht. De een heeft recht op een schone stoep, de ander recht op respect voor de plotselinge aandrang van zijn hond en beiden zijn verenigd in dezelfde Leefbaarheidsbeweging. Naarmate het land voller wordt en de technische mogelijkheden om elkaar te hinderen groter, neemt de ergernis toe. In het verkeer komen de belangenconflicten het scherpst aan het licht: wij doen het allemaal een beetje fout.

Amsterdam is een experiment begonnen: de gehate wielklem wordt afgeschaft. Maar op een brug waar de gele tankversperringen waren verwijderd, stonden de auto's meteen weer op de stoep. De verontwaardiging van de foutparkeerder maakt plaats voor de woede van de voetganger, de fietser en de kruisende automobilist die wegens langparkeerders nergens terecht kan en de voetganger en fietser hindert. De burgers doen unaniem een beroep op de overheid: bestrijd niet mij maar mijn medeweggebruiker. En daar moet de politicus het mee doen.

Het wordt tijd dat de tweede schoen wordt aangetrokken: de plichten die burgers tegenover elkaar hebben. De plicht tot zelfbeheersing (ook tegenover een fotograaf), tot snelheidsbeperking (ook voor Heinsbroek), de plicht om eigen rotzooi op te ruimen, om op elkaar te wachten, om niet meteen te schelden en om elkaar te helpen.

De stad Gouda is er zelf mee begonnen door na raadpleging van de burgers tien sociale regels op te stellen. Ze liggen voor de hand, al is het tutoyeren van de burgers in strijd met regel 6: ,,Respecteer elkaar altijd.'' Regel 1: ,,Wat je stuk maakt, moet je zelf betalen.'' Regel 2: ,,Gebruik geen geweld.'' Regel 3: ,,Ruim je afval zelf op.'' Regel 7: ,,Hard rijden is bloedlink, doe dus normaal.''

Minder gemeenzaam dan de gemeente Gouda is de Rotterdamse opbouwwerker die de bewoners van een arme wijk leert om elkaar elke dag te groeten, zodat ze ook in geval van nood op elkaar kunnen terugvallen en elkaar vriendelijk kunnen aanspreken. Ook nuttig voor die fietster in de welgestelde Beethovenstraat.

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf naar het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam

    • Maarten Huygen