Ieder voor zich

Scholen krijgen meer ruimte voor een eigen invulling van het Studiehuis, staat in het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende. Maar de praktijk is dat de scholen allang hun eigen gang gaan.

Het vierde uur heeft klas 4 van Christelijk Gymnasium Sorghvliet in Den Haag Frans. Achter haar bureau, op een verhoging voor de klas, haalt lerares J. Ringnalda het boek Grammaire Fondamentale tevoorschijn. Ze zet een rode leesbril op haar neus, de leerlingen bladeren door het boek.

``Het huiswerk voor vandaag, bladzijde negen en tien. Diederik! Zeg eens: `Hij antwoordt beleefd'.'' Diederik denkt even na. ``Il répond polit'', zegt hij, een beetje vragend. ``Nee, nee'', zegt Ringnalda hoofdschuddend. ``Il répond poliment! Een bíjwoord Diederik, geen bijvoeglijk náámwoord.''

Dezelfde dag in Almere, op de brede scholengemeenschap de Meergronden. Alle leerlingen in de school, van vmbo tot gymnasium, hebben er een studieuur, waarin ze zelfstandig dienen te werken. Ze mogen zelf bepalen aan welk vak ze werken. Ze kunnen ook kiezen waar ze dat doen: in een van de lokalen, in het stiltelokaal of achter de computer in de mediatheek. Als ze vragen hebben over een bepaald vak, gaan ze in het lokaal zitten waar de betreffende docent aanwezig is.

Liane Wilke (16, 5 vwo) zit in het natuurkundelokaal. ``Op het moment doe ik niet zo veel. Ik moet eigenlijk Duitse woordjes leren, maar dat doe ik liever thuis. Ik vind het wel prettig dat je midden op de dag een uur aan je eigen dingen kunt werken, zonder continu naar een persoon te moeten luisteren. Het studieuur is ook heel handig als je met een groepje een presentatie moet voorbereiden. Dan hoef je niet na schooltijd af te spreken.''

Naast haar zit Pieter Verhoeven (16, 5 vwo), hij maakt zijn huiswerk voor Engels. ``Het is hier lekker rustig.'' Liane: ``Ik kan mijn eigen werk redelijk goed plannen. Op de Meergronden word je er in de onderbouw al op voorbereid, dus de overgang is niet zo groot. Je moet wel zelfdiscipline hebben. Veel leerlingen beginnen pas vlak voor de repetitieweek met leren.''

Voorhoedeschool

Op de brede scholengemeenscap de Meergronden in Almere ziet de Tweede Fase er heel anders uit dan op Christelijk Gymnasium Sorghvliet. ``We hadden altijd al veel aandacht voor zelfstandig leren'', zegt rector Roosje Passchier. Op vrijwillige basis begon de Meergronden, samen met een kwart van de in totaal ongeveer 500 middelbare scholen, al in 1998 als een zogenoemde `voorhoedeschool'. Passchier: ``We waren hartstikke blij toen we eindelijk echt mochten beginnen omdat het aansloot bij ons eigen beleid.''

In dezelfde tijd zijn de lessen op Sorghvliet nauwelijks iets veranderd, ook niet toen in 1999 de Tweede Fase in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs officieel werd ingevoerd. De school van mevrouw Ringnalda heeft het lesprogramma zoveel mogelijk bij het oude gelaten. En er zijn geen aparte zelfwerkzaamheidsuren in het rooster opgenomen: alle lessen staan klassikaal ingeroosterd. ``Het gaat er hier nog voor het grootste gedeelte `ouderwets' aan toe'', zegt rector Hans Rookmaker op zijn werkkamer.

Zijn school heeft wel een paar vernieuwingen doorgevoerd, maar heeft verder alles zoveel mogelijk bij het oude gelaten. Er is nu een studiezaal waar leerlingen enkele tussenuren onder begeleiding van een onderwijsassistent opdrachten maken. Docenten mogen op eigen initiatief zelfwerkzaamheidsuren invoeren. Er staan wat meer computers. ``Een goede afwisseling van werkvormen is goed. Maar veel verder gaan we niet. De leerlingen worden niet uitgedaagd als we ze zomaar met voorgekookte opdrachten uit lesboeken aan het werk zetten. Bovendien is het pure kapitaalvernietiging als leraren hun kennis niet goed kwijt kunnen.''

De overheid gaat scholen meer ruimte geven bij de invulling van het Studiehuis, zo staat in het regeerakkoord. Het kabinet kondigde daarin deze zomer aan dat scholen ``zoveel mogelijk ruimte krijgen voor eigen keuzen bij de onderwijskundige aanpak''. Het lijkt een grote stap, maar in de praktijk gaan scholen al jaren, binnen de randen van de wet, steeds meer hun eigen gang, zo zegt inspecteur voortgezet onderwijs Wim Oehlen. ``Ze vinden steeds meer manieren om op hun eigen manier om te gaan met het Studiehuis. Het krampachtige is er een beetje af. Sommige scholen doen er vrijwel niets aan, terwijl andere juist veel hebben veranderd in hun manier van lesgeven.''

Het begon allemaal midden jaren negentig. De manier van lesgeven in de bovenbouw van het havo en vwo moest ingrijpend op de schop, zo vonden politici en beleidsmakers toen. Het onderwijs moest in de nieuwe Tweede Fase inhoudelijk zwaarder en breder worden en leerlingen moesten beter worden voorbereid op het hoger onderwijs. Bovenal moesten leerlingen zelfstandig informatie leren vergaren en verwerken. Leren leren, was de leuze.

Een commissie, de Stuurgroep Tweede Fase, onder leiding van oud-staatssecretaris Nel Ginjaar-Maas (VVD), vond daarvoor twee onderwijsvernieuwingen nodig. Het aantal eindexamenvakken moest omhoog van zes in het havo en zeven in het vwo naar respectievelijk dertien en veertien. Daarbij moesten leraren op een andere manier lesgeven leerlingen meer begeleiden en minder sturen en meer gebruik maken van computers. In `dossiers' moesten leerlingen per les noteren wat zij geleerd hadden en wat ze nog niet zo goed geleerd hadden.

Twee vernieuwingen

Deze pedagogisch-didactische vernieuwing werd scholen niet opgelegd – alleen de examenpakketten waren verplicht. ``En in die exameneisen wordt het Studiehuis helemaal niet getoetst'', zegt de onderwijskundige prof.dr. Wim Meijnen (UvA). Niettemin, het was wel de bedoeling dat scholen beide vernieuwingen tegelijk invoerden, aldus Clan Visser `t Hooft, ex-rector en destijds de bedenker van de onderwijsvernieuwing. Jarenlang was ze vice-voorzitter van de Stuurgroep Tweede Fase die met scholen overlegde over invoering van de nieuwe plannen. ``We dachten dat scholen er wel warm voor zouden lopen, we kregen zoveel steun voor onze plannen van schoolleiders en docenten. Enkel klassikaal lesgeven is gewoon niet meer van deze tijd.''

Dat, zegt schoolinspecteur Oehlen, is dus een `te ideaaltypisch beeld' geweest. ``De meeste scholen hadden geen enkele ervaring met zo'n nieuwe manier van lesgeven en kregen in één keer twee vernieuwingen op zich afgevuurd. Het was beter geweest als de Tweede Fase gefaseerd was ingevoerd, in plaats van in één klap.''

Sterker nog, het was een typisch geval van planeconomie, zegt Rein Zunderdorp, voormalig directeur van het Procesmanagement voortgezet onderwijs (PMVO), een adviesgroep van het ministerie die de invoering van de Tweede Fase begeleidde. ``De gedachte was: er moeten minder mensen naar het hoger onderwijs door een zwaarder programma én de manier van lesgeven moet anders. Dat zijn twee hele grote doelstellingen, die gelijktijdig gerealiseerd moesten worden. De Tweede Fase is veel te streng doorgevoerd.''

Alles moest anders in de klas. Conrector Gerda van der Horst van Gymnasium Sorghvliet hoorde dat vaak van politici en enthousiaste collega's van andere scholen, maar heeft het altijd een `belediging voor de leraren' gevonden. ``Ineens werd de leraren verteld: u heeft het al die jaren fout gedaan. Dat de didactiek op school opeens niet meer deugde, vond ik heel betuttelend Ze zijn hoogopgeleid, je mag van hen verwachten dat ze met hun tijd meegaan zonder lesopzetjes van het PMVO.''

Vanaf het begin merkte inspecteur Oehlen dat scholen het moeilijk hadden met het Studiehuis en dat van het `nieuwe leren' weinig terecht kwam. ``Het was vaak krampachtig wat ik op scholen zag. Leraren lieten de klas tijdens de les helemaal vrij.'' Verder waren leraren onzeker over die nieuwe, dikke lesboeken die bij de invoering van het Studiehuis verplicht werden gesteld. ``Het was de bedoeling dat leraren niet meer precies alle stof zouden behandelen. Maar omdat ze niet wisten wat de leerlingen voor hun examen moesten weten, werkten ze de nieuwe boeken van a tot z door.'' Dat maakte de stof ontzettend zwaar, zegt Oehlen. ``Ik heb leraren gezien die opgebrand raakten, omdat ze dachten dat ze niet meer les mochten geven zoals ze dat gewend waren.''

Ook de leraren op de Meergronden hebben behoorlijk geworsteld met de Studiehuis-didactiek in hun lessen. Greet Snoodijk, conrector Tweede Fase: ``Je wil dat leerlingen werkstukken maken en zelfstandig leren. Maar je moet ervoor waken dat het onderwijs een schriftelijke cursus wordt. Juist de interactie met de leraar en de andere leerlingen is voor die pubers heel belangrijk.''

``Het is best lastig om de leerlingen los te laten'', zegt Mirjam Vijlbrief, docente Engels op de Meergronden, tijdens de lunch. ``Je geeft de controle uit handen. Dat gold ook voor de studie-uren. Ik hoorde veel collega's zeggen: leerlingen zouden hun tijd veel effectiever kunnen gebruiken. Die verantwoordelijkheid moet je ze geven. Het valt me wel op dat vwo-leerlingen er over het algemeen beter mee omgaan dan havo-leerlingen.'' Op het havo leidt het Studiehuis dan ook tot meer problemen, zegt inspecteur Oehlen. ``Die tweejarige bovenbouw van het havo is een ernstige handicap. Leraren hebben daardoor geen tijd om leerlingen zelf aan het werk te zetten, want de examens komen eraan.''

Tien jaar

Maar Visser `t Hooft vindt het nog veel te vroeg voor kritiek. ``Wij hebben altijd gezegd: zo'n onderwijsvernieuwing kost tien jaar. De ene school is enthousiaster dan de andere.'' Rector Roosje Passchier van de Meergronden: ``We zijn een voorstander van zelfstandig werken, maar het is zoeken naar de juiste vorm.'' Zo bleek een te grote vrijheid van de leerlingen in de praktijk niet vruchtbaar. Daarom verhuisde het studieuur al snel naar het midden van de dag, ``zodat leerlingen minder snel in de verleiding komen een patatje te halen in het winkelcentrum'', zegt Passchier. ``Bovendien moet elke leerling aan het einde van het uur een stempel halen bij de docent als bewijs van zijn aanwezigheid.''

Veel leraren (ruim 35 procent) zeggen dat het plezier in het lesgeven door het Studiehuis is gedaald, blijkt uit recent onderzoek van de Onderwijsinspectie. Ongeveer 20 procent had méér plezier in lesgeven gekregen. Belangrijkste reden van het afnemende enthousiasme: de `verzwaarde' lestaak van de leraar door de `andere didactische werkwijze'. Leraren vinden het moeilijk om praktische opdrachten te maken en computers toe te passen in de les.

Maarten Massink, docent lichamelijke opvoeding op de Meergronden, vindt zijn vak inhoudelijk juist leuker geworden. ``Ik laat de leerlingen niet meer een uurtje basketballen, maar ik leer ze verschillende rollen aan te nemen: die van coach, van instructeur, van scheidsrechter.'' Ook voor lichamelijke opvoeding moeten leerlingen in het Studiehuis een dossier aanleggen en een voldoende halen. Daarvoor moeten ze verschillende onderzoekjes doen, bijvoorbeeld een grafiek maken van de hartfrequentie die bij een bepaalde loopsnelheid hoort. Massink: ``Het is een volwaardiger vak geworden.''

Verzwaarde lestaak

Volgens de leerlingen op de Meergronden is het afhankelijk van de docent of ze een Studiehuisles krijgen of niet. Kiki (16, 5 vwo): ``Je hebt echte tweede fase-docenten. Die leggen wat uit, en laten je verder zelfstandig werken.'' Mike (16, 4 vwo): ``Anderen praten zelf de hele les vol.'' Joris (16, 5 vwo): ``Of ze laten je alleen het laatste kwartiertje vrij. Zo van, dat hoort er nu bij.'' Mike: ``Wat mij betreft zou het best nog wat vrijer mogen allemaal. Wat minder lessen en wat meer studieuren.''

Oud-directeur Zunderdorp van het PMVO is niet verbaasd dat veel leraren minder enthousiast zijn. ``Als je wilt dat docenten anders les gaan geven, moet je ook zorgen dat daar faciliteiten voor zijn. Er had geld moeten komen voor betere gebouwen, nieuwe lokalen en goede computers, maar daar is nooit extra in geïnvesteerd. Dan is het niet vreemd dat de lol er snel af is bij veel leraren.''

Rector Passchier (de Meergronden) vindt dat wel erg makkelijk. ``Ons gebouw is ook 25 jaar oud en niet toegesneden op het Studiehuis. Maar als je een visie hebt, als je weet op welke manier je leerlingen moet lesgeven, kun je met het huidige budget best veel bereiken.''

Hoeveel leraren de Studiehuismethode écht toepassen in de les, is nog nooit onderzocht. Wel is eind vorig jaar onderzoek gedaan naar de bereidheid van leraren economie om hun lessen aan te passen aan het Studiehuis. Conclusie: slechts eenvijfde van de docenten op het vwo past de methode toe, in het havo is dat percentage lager dan 15. Bovendien zegt ruim 59 procent van deze leraren dat de Tweede Fase de ruimte voor zelfstandig leren juist beperkt. Circa 22 procent van de vwo- en 14 procent van de havo-docenten gelooft in een niveauverbetering in het onderwijs.

En de leerlingen? Of zij dankzij het Studiehuis inderdaad beter zijn voorbereid op het hoger onderwijs, is uit eerste onderzoeken nog steeds niet duidelijk. Het onderzoeksinstituut IOWO van de Katholieke Universiteit Nijmegen vroeg onlangs studenten mét en zónder ervaring met de onderwijsvernieuwing naar hun ervaringen op de universiteit.

De voormalige scholieren `oude stijl' gaven aan minder moeite te hebben met de lesstof. Voormalige Studiehuisleerlingen hadden meer moeite met de stof, al gingen praktische opdrachten hen beter af. Onderzoekster L. van der Sluis van de Vrije Universiteit ziet onder eerstejaars studenten een verslechtering van de aansluiting op het hoger onderwijs. Zij wijt dat aan de `vrijblijvende' manier van leren, die discipline en planmatigheid in de weg staat.

Weeffout

Deze resultaten wijzen volgens de Groningse hoogleraar Didactiek A. van Streun op de `weeffout' die in de onderwijsvernieuwing is geslopen: én het lesprogramma volproppen met veertien examenvakken, én leerlingen zelfstandig laten leren. ``Dat is dus vragen om problemen. En dat blijkt ook, als je ziet hoe scholen het er vanaf brengen. Er is over het algemeen nog steeds weinig interactie in de les, leerlingen leren nog steeds klassikaal en doen bijna nooit eigen onderzoek. De overladenheid van het lesprogramma is daar schuldig aan.''

Daarbij komt, zegt rector Rookmaker van Christelijk Gymnasium Sorghvliet, dat het Studiehuis een enorme administratie met zich meebracht. ``We hebben het bijvoorbeeld echt wel geprobeerd met die leerdossiers. Leerlingen moesten ieder stukje dat ze lazen vastleggen en becommentariëren. Reflectie op het leesproces, heet dat geloof ik. Maar het werkte gewoon niet, want iemand moest al die dikke mappen nakijken.''

De leraren op de Meergronden liepen tegen hetzelfde probleem aan. Eline van Batenburg, docente Engels: ``We hebben even geprobeerd om alle regeltjes op te volgen. Hele archiefkasten werden de school binnengesleept om alle dossiers in op te bergen. Achteraf gezien namen we het veel te serieus. Die examendossiers kunnen ook gewoon in een schrift.''

Ook het systeem van studielasturen, waarmee de overheid had vastgelegd hoeveel uur per week een leerling aan een vak moest besteden, gooide het Gymnasium Sorghvliet overboord. Rookmaker: ``Ik heb scholen zien verzuipen in het papier. Dat nooit, dacht ik.''

    • Sheila Kamerman
    • Guus Valk