Het kiekje als cultuur

Alledaagse Dingen. Nieuwsblad voor volkscultuur, regionale geschiedenis, folklore en volkskunst in Nederland, jaargang 8, nummer 3 (september 2002). Uitgave van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. Abonnement € 18 per jaar. Telefoon 030-2760244.

Sinds ruim een decennium zijn in Nederland de beoefenaars van de volkskunde een nieuwe weg ingeslagen. In deze discipline worden al lang niet meer het soort vragen gesteld en onderzoeksmethoden toegepast die de trouwe lezer van Voskuils romancyclus Het Bureau meteen te binnen schieten. Aan het eind van deze maand ontvangt Gerard Rooijakkers, hoogleraar Nederlandse etnologie aan de UvA, de prestigieuze tweejaarlijkse Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor de Geesteswetenschappen omdat hij ``de Nederlandse volkskunde een nieuw gezicht heeft gegeven'.

Bij het uitdragen van dit volkskundig gedachtegoed-nieuwe-stijl speelt het in Utrecht gevestigde Nederlands Centrum voor Volkscultuur (NCV) een belangrijke rol. Met het organiseren van studiedagen en tentoonstellingen en het uitgeven van handzame boekjes wordt geprobeerd de grote groep amateur-onderzoekers en andere liefhebbers op de hoogte te brengen van de nieuwste inzichten in het vakgebied.

Een belangrijk medium daarbij is het tijdschrift Alledaagse Dingen. In het laatste nummer zijn samenvattingen gepresenteerd van voordrachten die vijf deskundigen uitspraken op een seminar over de amateurfotografie. Deze studiedag was een uitvloeisel van het FotoMonument 2000. Aan de Nederlandse bevolking was gevraagd foto's van het dagelijks leven te maken. Het was de bedoeling van de organisatoren om een momentopname van `het leven' in al zijn verschijningsvormen te maken: hoe zien Nederlanders er uit, wat voor kleding dragen ze, hoe is hun huis en/of werkplek ingericht, hoe wordt er gegeten en wat doen ze in hun vrije tijd? Op deze manier, zo was het hoofddoel, wordt met voorbedachten rade een etnologische bron gecreëerd, die in de toekomst (over vijftig, honderd jaar?) voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt kan worden. FotoMonument 2000 was een groot succes: over zeer uiteenlopende onderwerpen werden vele duizenden foto's ingezonden.

Uit de diverse bijdragen in Alledaagse Dingen blijkt dat het belang van dit project niet moet worden onderschat. Zo constateert Flip Bool, directeur van het Nederlands Fotoarchief, dat er ook in het buitenland nog maar nauwelijks onderzoek is gedaan naar de `vrijetijdsfotografie'. Deze slotsom is des te opmerkelijk daar er, sinds Kodak met de slogan `You press the button, we do the rest' de fotografie binnen bereik van een steeds grotere groep mensen bracht, miljoenen opnamen van het privé-leven van mensen gemaakt zijn. Naar schatting worden er momenteel in Nederland jaarlijks ongeveer een miljard foto's gemaakt.

Albert van der Zeijden, beleidsmedewerker van het NCV, tekende voor de meest kritische bijdrage.

Hij signaleert, terecht, het gevaar dat een foto zomaar, dus zonder enige context, als een directe historische bron wordt gebruikt. Bij het project FotoMonument 2000 komt er nog een complicerende factor bij omdat de organisatoren de opdracht op een expliciete wijze definieerden en bovendien de voorwaarde stelden dat de foto's slechts groepsgewijs mochten worden ingezonden. Zo is het Van der Zeijden, die uit hoofde van zijn functie het ingezonden materiaal onder ogen heeft gehad, opgevallen dat de meewerkende amateur-fotografen zeker geen representatieve afspiegeling van de Nederlandse bevolking vormen. Gelet op hun achtergrond (onder andere de achterban van de Stichting Beeldende Amateurkunst en van het NCV) zijn zij zich er meer dan gemiddeld van bewust wat zij fotograferen en waarom. Meer dan gemiddeld hebben zij ook een eigen missie gehad met de series die zij hebben ingezonden.

Voor Van der Zeijden lijkt op termijn de belangrijkste waarde van het FotoMunument 2000 te schuilen in het element van de `betekenisgeving', in hoe de Nederlandse bevolking de alledaagse werkelijkheid anno 2000 geïnterpreteerd heeft. Wat door de fotografen als betekenisvol voor het leven van alledag werd gezien vormt naar zijn mening een belangrijk tijdsdocument.

Warna Oosterbaan is een van de pioniers in het onderzoek naar fotografie als cultuurhistorische en sociologische bron en deeltijdhoogleraar Journalistiek en Samenleving in Rotterdam (en redacteur van NRC Handelsblad). Hij draagt in zijn bijdrage een simpel alternatief aan om voor een deel de bezwaren van het FotoMonument 2000 te omzeilen: adopteer een flink aantal gezinnen. Spreek met hen af dat hun foto's in het vervolg gratis ontwikkeld en afgedrukt zullen worden, op voorwaarde dat de collectievormende instantie een afdruk krijgt van elke foto. Van elke foto dienen een paar essentiële gegevens te worden vermeld: wie, wat, waar en wanneer. Zo wordt met een minimum aan inspanning en voor weinig geld een waardevolle collectie opgebouwd, waarvan het belang in de loop der tijd alleen maar zal toenemen.

    • Cor van der Heijden