Griekse anarchisten: oorlog tegen media

Atheense anarchisten demonstreerden deze week tegen de wijze waarop veel Griekse media berichten over aanhoudingen van verdachten van de terreurgroep `17de november'. `Microfoons, camera's, potloden, alles zal in as opgaan.'

De politie heeft donderdagavond in de Atheense `anarchistenwijk' Exárchia ruim zestig personen aangehouden nadat circa dertig mannen veelal met bedekte gezichten de kantoren van het dagblad Apogevmatiní hadden bestormd en daar met helmen, stenen en molotov-cocktails grote schade hadden aangericht.

De avond tevoren was een stoet van circa duizend betogers, door het centrum van de stad getrokken van wie velen solidariteit betuigden met de terroristische organisatie `17de november'. Zeventien personen, verdacht van lidmaatschap van deze groepering, zitten vast in de Atheense gevangenis. De demonstranten betuigden sympathie voor ,,diegenen die geen spijt hadden betuigd''.

Het was voor het eerst dat Atheense anarchisten, ook wel de `bekende onbekenden' genoemd, de straat opgingen ten gunste van deze organisatie die in 27 jaar 23 moorden heeft gepleegd. Wat nog de meeste afschuw heeft gewekt waren de leuzen die werden aangeheven tegen sommige slachtoffers, zoals `vuur op het graf van Bakoyánnis', een populair parlementariër van rechts die in 1989 is doodgeschoten, en `Saunders is alleen, er moeten er nog twee bij', de Britse militaire attaché die in 1999 als laatste slachtoffer viel.

Een veelzeggende kreet was ook `het volgende slachtoffer is een journalist'. De demonstratie was namelijk gericht tegen het `staatsterrorisme en het terrorisme van de media'. De anarchisten vinden dat sommige journalisten, vooral op televisie, aan het lijntje van het opsporingsapparaat hebben gelopen en daarbij `klikwerk' zouden hebben verricht en slaafs zouden hebben bericht. In de optocht werden beeltenissen van enkele van de meest prominente televisieverslaggevers meegedragen, waarop politiepetten waren getekend.

Ook twee serieuze kranten hadden al eerder hun stemmen verheven tegen wat zij noemden ,,de terreur van de televisie'', maar daarbij doelden ze vooral op enkele pogingen van stuntjournalisten om `verdachten' in beeld te brengen, vaak op basis van uit de lucht gegrepen speculaties. Al drie keer zijn onschuldige buitenstaanders, alledrie vrouwen, daarvan het slachtoffer geworden.

Ook de enige vrouw die tot nu toe in de gevangenis is opgesloten, de vriendin van Dimitris Koufodínas die zich begin september bij de politie aangaf, was wekenlang doelwit van journalisten, die zeker waren van haar betrokkenheid. Hetzelfde gebeurt nu met de Frans-Baskische Marie Thérèse Pino. Zij is de vriendin van Alekos Jotópoulos, die ook gevangen zit en mogelijk leider was van de `17de november'. Pino wordt inmiddels verguisd door de media nadat ze ook aan de protestdemonstratie heeft deelgenomen. Zelf houdt ze vol onschuldig te zijn, evenals – zegt ze – haar vriend.

In een verklaring op internet kondigt de anarchistische groep aan, de oorlog tegen de ,,kannibaliserende pers'' te zullen voortzetten. ,,Microfoons, camera's, potloden, alles zal in as opgaan.'' Toch is de allerbekendste stuntverslaggever, Makis Triandafylopóulos, tot nu toe aan haar gramschap ontsnapt. Onlangs had hij op televisie twee vraaggesprekken met de ikonenschilder Savvas Xiros, met wie het oprollen van de terreurorganisatie `17de november' eind juni begon. Makis staat bij veel collega's niet erg hoog aangeschreven. Een van hen noemde hem ,,koerier van de terroristen''.

De demonstratie van de anarchisten richtte zich ook tegen wat zij noemen de `witte cellen' van de gedetineerden. Veel andere Grieken vinden juist dat die cellen `veel witter', dat wil zeggen veel kaler en leger, zouden moeten zijn. Ze wijzen op de uitgebreide telefoonfaciliteiten van de gedetineerden – die overigens na de beruchte interviews wel enigszins zijn ingeperkt.

Toch is het wonderlijk dat de anarchistische pro-terroristengroep zijn gram richt op de media. Want de media hebben door de onuitputtelijke aandacht voor de gevangen terroristen en hun families juist sterk bijgedragen aan hun geromantiseerde imago.

    • F.G. van Hasselt