Gewoon lekker op de fiets naar het werk

Veel bedrijven hebben de stad ingeruild voor een locatie langs de snelweg. Toch kunnen alle partijen er baat bij hebben om tussen huizen te werken.

Drop rook je op de Looiersgracht in Amsterdam, gist rook je bij Delft en in het centrum van Breda hing altijd een bierlucht. Tot in de jaren tachtig was in een veel Nederlandse steden nog industrie te vinden tussen de woonhuizen. Strengere milieu-eisen, maar vooral de steeds nijpender parkeerproblemen waren voor veel ondernemingen aanleiding te vertrekken. Veelal tot verdriet van gemeentebesturen, die van mening zijn dat economische bedrijvigheid een positieve uitstraling heeft op de stad. Ook werknemers zijn niet altijd gelukkig met de verplaatsing naar vaak sombere bedrijfsterreinen langs de snelweg.

Dropfabrikant J.C. Klene & Co zat sinds 1916 aan de Looiersgracht in Amsterdam. Het meeste personeel kwam uit de Jordaan op zijn fiets naar de fabriek. Verschillende bekende Nederlanders uit de Jordaan zijn in de jaren kort voor en na de oorlog wegens een te grote liefde voor de dropjes bij Klene de laan uit gestuurd. De bekendste van hen waren Johnny Kraaykamp en Willy Alberti.

Toch verhuisde de fabriek van Klene in 1989 naar Hoorn; na de overname van het bedrijf door de Gebr. Verduijn werd ook het kantoorgedeelte verplaatst, naar Zaandijk. Receptioniste Lilian Bonnet kijkt met nostalgie terug. ,,We kwamen allemaal met de tram of de fiets naar de fabriek. Heerlijk tussen de middag even naar de Kinkerstraat of de Ten Catemarkt. Toen we hoorden dat we gingen verhuizen, vond een deel van de mensen dat positief. Een huis met een tuintje, dat trok vooral de oudere werknemers. Maar een deel van de jongeren vond het heel erg.'' Bonnet begreep de verhuizing wel. Het laden en lossen vormde een groot probleem op de smalle grachten in Amsterdam. Bonnet: ,,Dan regende het klachten. De suiker werd op het laatst om 6.00 uur afgeleverd en dat werd natuurlijk te duur.''

Parkeerproblemen en bereikbaarheid vormen de grote problemen voor fabrieken in de stad. Gemeenten zoeken naar oplossingen om bedrijven in de regio te behouden. Ook de gemeente Zaanstad, waar een deel van de Amsterdamse dropfabrikant gevestigd is, doet er veel aan om bedrijven in de regio te behouden. De economische structuur van Zaanstad is kwetsbaar en de werkgelegenheid is beperkt en leunt vooral op de (traditionele) industrie. De gemeente wil daarom het opleidingsniveau van de Zaankanters verbeteren.

Hans Staller, hoofd sector Visie & Strategie bij de gemeente, wil die kwetsbaarheid van Zaanstad verminderen. Veel naoorlogse woongebieden ontberen volgens hem economische impulsen, glijden steeds verder af en worden minder aantrekkelijk. Als er serieus wordt gekeken naar het verbeteren van de vestigingsvoorwaarden van nieuwe bedrijven in deze naoorlogse woongebieden, kunnen deze wijken een nieuwe toekomst tegemoet zien, zowel economisch als sociaal. Staller: ,,Toekomstgerichte kennis en vaardigheden zijn een belangrijke voorwaarde om bedrijven in de stad te houden. Veel multinationals, zoals Verkade, Honig of Bruynzeel, zitten in Zaanstad maar kunnen, mede vanwege de mondiale vertakkingen, van de ene op de andere dag vertrokken zijn.''

Dat de rol van de gemeente van belang is, onderschrijft Cees-Jan Pen, deze zomer gepromoveerd op het onderwerp bedrijfsverhuizingen. Pen, nu werkzaam als adviseur bij De Lijn, bureau voor ruimtelijke ontwikkeling en volkshuisvesting, is een voorstander van bedrijven in de stad. In de stad kan meer, mits bedrijven en gemeente samenwerken. Als voorbeelden noemt Pen de omgeving Oranjesingel in Nijmegen en ook de Westelijke tuinsteden in Amsterdam, waar het belang van bedrijvigheid wordt onderkend. Pen: ,,In een straat met alleen maar rijtjeshuizen misstaat het niet bedrijven te vestigen. Door de functievermenging van woon en werk krijgt zo'n straat meteen uitstraling en daar is het veel bedrijven om te doen.''

Vestiging in de stad biedt bedrijven ook een betere garantie voor een veilige bedrijfsomgeving. De bedrijventerreinen buiten de stad vertonen na kantooruren de trekken van een niemandsland.

In de stad zouden zich vooral dienstverlenende bedrijven moeten vestigen. De grote industrie mag buiten de stad blijven. Maar, zo waarschuwt Pen, het is vreemd dat middelgrote bedrijven zoals notariskantoren of ICT-bedrijven verhuizen naar een bedrijventerrein langs de snelweg, alleen wegens parkeerproblemen. Pen: ,,Gemeenten moeten achterhalen wat de reden van verhuizing is. Als dat parkeerprobleem kan worden opgelost door middel van bijvoorbeeld deeltijdparkeren of een parkeergarage, blijven de bedrijven en daarmee de bedrijvigheid in de stad.''

Gemeenten moeten dus eerder investeren in het plaatselijke bedrijfsleven dan in het aantrekken van bedrijven buiten de stad. Daarbij zouden gemeenten wat vaker hun poot stijf moeten houden. Pen: ,,Bedrijven dreigen uit de gemeente te vertrekken om iets voor elkaar te krijgen. Maar ze gaan niet zo snel weg, want bedrijfsmigratie vergt een dure en langdurige beleidsbeslissing en stuit op weerstand van het personeel. Pen: ,,Het is uiteindelijk voor alle partijen goedkoper om opbrengsten van nieuw te investeren in oud.''

    • Margot Poll