EUFORIE: Gerrie Knetemann WK 1978

Aan tranen geen gebrek. In 1968 had de snotterende Jan Janssen de toon al gezet na zijn overwinning in de Ronde van Frankrijk. Maar hoe tien jaar later een wielrenner een toevallige zege `vierde' was ongekend: waarschijnlijk nooit eerder werden publiekelijk de emoties zo ongeneerd in een huilbui verpakt. Gerrie Knetemann kon er wat van nadat hij op de streep regerend wereldkampioen Francesco Moser, na een rit van 275 kilometer, met slechts enkele centimeters had verslagen. Een overwinning op de Nürburgring in Duitsland die Knetemann de wereldtitel opleverde omdat, zo luidde de officiële verklaring na afloop, Moser `even niet had opgelet' waardoor zijn medevluchter langszij kon komen en hem zelfs klopte.

In de kringen van de volgers gonsde het over `een combine': spraken de twee renners tijdens hun vlucht naar voren immers niet met elkaar? En zou Knetemann van de Italiaan, die de beste sprinter van de twee was, de overwinning niet hebben gekocht? Daar was volgens de twee geen sprake van. Volgens Knetemann had Moser niks te winnen bij verlies en de Italiaan hield het op ,,onoplettendheid''.

Aan zijn overwinning op 27 augustus 1978 verdiende Knetemann in elk geval goed: maandenlang kon hij hoge startgelden bedingen in de vele criteriums waar de organisatoren hem maar wat graag verwelkomden. Maar daarom zal de renner toch niet zoveel tranen hebben vergoten?

Dit is het achtste deel in een serie over vreugde in en rond de sport.

    • Quirien van Koolwijk