Opinie

    • Youp van ’t Hek

Door De Mand

Chaos in de bestuurskamer van korfbalclub DDM. Er is ruzie. De omhooggevallen advertentieverkoper weigert om door het uitgerangeerde fotomodel in de war uitgemaakt te worden voor omhooggevallen advertentieverkoper. Dat pikt de omhooggevallen advertentieverkoper absoluut niet. De ranzige sekswebsite-exploitant, die bevriend is met het uitgerangeerde fotomodel in de war, schudt zijn geverfde hoofd en zegt tegen de omhooggevallen advertentieverkoper: `fuck you' en `dikke lul!'

Dat pikt de omhooggevallen advertentieverkoper niet en hoewel hij in eerste instantie de relatie met het uitgerangeerde model in de war en de ranzige sekswebsite-exploitant met het geverfde hoofd nog wel had willen lijmen, is dit de druppel en stelt de omhooggevallen advertentieverkoper de portefeuillekwestie niet onder stoelen of tafels, zoals hij het zelf zo mooi zegt. Integendeel: de omhooggevallen advertentieverkoper dreigt met opstappen. Hij wil een eigen club beginnen.

Onderhand staren de apathische leden naar de suffe blouse van de omhooggevallen advertentieverkoper. Hij draagt een blouse met zogenaamd Burberrymotief. Deze tuttige ruit wordt normaal alleen gedragen door Gooische weduwes die ooit door geldnood gedwongen naar Brasschaat gevlucht zijn en zij hebben er vaak ook nog een zelfde paraplu en hoedje bij. Iedereen die naar de omhooggevallen advertentieverkoper in de tutblouse kijkt, weet dat smaak niets te maken heeft met zijn bestuurlijke kwaliteiten, maar toch.

Ze zien hem in de kledingwinkel, hij komt het pashokje uit, kijkt onzeker naar zijn vrouw en zij knikt dat het wel kan, terwijl iedereen ziet dat het niet kan. De verkoopster weet niet waar zij haar proesten moet laten en duikt snikkend van het lachen weg achter een kassa. De rest van het personeel hangt huilend achter de afgeprijsde broeken. Nogmaals: de tutblouse is slechts een omhulsel, een bijzaak, heeft niets met de man zelf te maken, maar toch! Hij trekt het aan, gaat er in over straat, staat er mee op de voorpagina's van kranten en sjouwt er mee door het Journaal. Je kan bijna niet meer naar de omhooggevallen advertentieverkoper luisteren. Je ogen en je oren worden naar de tutmutsenblouse gezogen en je denkt automatisch: wat een omhooggevallen advertentieverkoper. Gelukkig heeft hij niks te melden, dus je mist geen woord. Je kan je volledig concentreren op het ruitje. Burberry is het uniform van de vrouwen die geen seks meer willen.

Het oorsmeer van de omhooggevallen advertentieverkoper wordt onderhand smeuïg gehouden door de vochtig lispelende ex-hoofdredacteur, die dagelijks plannetjes in de gehoorgang van de omhooggevallen advertentieverkoper fluistert. Dit keer slist hij vochtig: ,,Herman bellen!'' Herman is de buurman van de ex-hoofdredacteur en heeft een dusdanige natuurlijke flair dat hij op den duur de leider van het zootje moet worden. Het zootje heeft namelijk een enorme behoefte aan een leider. De club is ooit met een leider begonnen. Of liever gezegd: de leider is met de club begonnen en had noodgedwongen wat leden nodig. Lege koppen. Zetelvulsel. Dat was gauw gevonden. Eén keer roepen en de zaal was vol.

Terwijl iedereen apathisch staart naar de blouse van de omhooggevallen advertentieverkoper en half luistert naar het hysterische gehuil van het uitgerangeerde fotomodel in de war en de ordinaire woorden van de ranzige sekswebsite-exploitant is er gedoe bij de deur. Een lid staat een fotograaf te slopen.

Dan gaat de telefoon. De bond. De advertentieverkoper vraagt waarvoor ze bellen.

,,Of we meedoen aan de competitie?''

,,Welke competitie'', vraagt het apathische zetelvulsel in koor.

,,De korfbalcompetitie'', zegt de man van de Korfbalbond.

,,Hoezo?''

,,Jullie zijn toch die nieuwe korfbalclub. Jullie hebben je ingeschreven voor de competitie en die is al een tijdje bezig!''

,,We zullen er zijn'', lispelt de ooit door Shell geholpen ex-hoofdredacteur in het oor van de advertentieverkoper met de tutblouse, die dat onmiddellijk herhaalt. De rijen zijn gesloten.

,,Kent iemand de korfbalregels?''

Het blijft angstaanjagend stil.

    • Youp van ’t Hek