De weg naar Europa

Elk jaar reizen honderdduizend zwarte Afrikanen dwars door de Sahara naar Europa. In Marokko of Libië hopen ze met een boot illegaal de Middellandse Zee over te steken. Rijk worden is niet het enige doel. `Zucht naar avontuur is net zo belangrijk.'

George Ekechi (23), automonteur uit Nigeria, pakt de hamer. ,,Bij oude auto's zit alles vastgeroest'', zegt hij in een garage in de stad Sebha in Libië. ,,Alleen de hamer brengt dan uitkomst.'' Met een enorme klap laat hij de hamer neerkomen op de radiator, die prompt losschiet.

Ekechi, in spijkerbroek en voetbalshirt, is een van de vele zwarte Afrikanen in Libië. Net zoals de meeste anderen is hij op weg naar Europa. Vanuit Nigeria is Ekechi boven op een vrachtwagen dwars door de Sahara gereisd. In Libië, dat relatief welvarend is, probeert hij geld te verdienen voor de volgende etappe: de oversteek van de Middellandse Zee. In de havenplaats Zuara hoopt hij binnenkort op een boot te stappen, en illegaal Italië binnen te glippen.

,,Het liefst wil ik naar Nederland'', zegt Ekechi. ,,Ik heb goede verhalen gehoord over dat land. Racisme is er bijna niet. Afrikanen worden veel beter behandeld dan in Duitsland en Frankrijk.'' Wie eenmaal in Italië is, kan volgens Ekechi heel makkelijk naar andere Europese landen reizen. ,,Er is een Europees verdrag waardoor er nauwelijks grenscontroles zijn. Schengen heet dat geloof ik.''

Duizenden Afrikanen steken elk jaar in kleine bootjes de Middellandse Zee over om zonder paspoort Europa binnen te reizen. Ze komen uit het hele continent, niet alleen uit Noord-Afrika. Velen hebben een maandenlange reis door Afrika achter de rug. Sommigen proberen het al voor de tweede of derde keer, omdat ze werden opgepakt en teruggestuurd. Ongeveer de helft van de reizigers is Nigeriaan, daarna volgen Ghanezen en Malinezen.

Marokko is al jaren het belangrijkste vertrekpunt voor Afrikanen die de Middellandse Zee willen oversteken. Maar door de strengere controles in Marokko, Algerije en de straat van Gibraltar waagt een groeiend aantal Afrikanen een poging vanuit Libië. De Libische leider Muammar al-Gaddafi, die zich sinds een paar jaar ontpopt als pleitbezorger van zwart Afrika, doet nauwelijks iets om de stroom economische vluchtelingen aan te pakken.

,,Ik reis niet alleen om rijk te worden'', zegt Anslem Abodike (21) uit Ghana. ,,Zucht naar avontuur is haast zo belangrijk.'' Abodike, met wollen muts en rode jas, benadrukt dat het goed is om wat van de wereld te zien. ,,De meeste Ghanezen gaan na hun school meteen werken. Ik heb daar geen zin in. Waarom zou je niet proberen om Europa binnen te komen? Als het niet lukt, heb je later toch altijd nog mooie verhalen om aan je kinderen te vertellen.''

Met een paar vrienden staat Abodike langs de Nasser-straat in Sebha. Hij wacht op werk, soms komt er wel eens een Libiër langs die een klusje heeft. Abodike heeft een schop voor zich op de grond liggen, om aan te geven dat hij goed kan graven. Andere Afrikanen hebben een kwast bij zich of een hamer.

Boven op een vrachtwagen naar Noord-Afrika en dan met een boot naar de andere kant van de Middellandse zee is voor bijna alle zwarte Afrikanen de enige manier om Europa binnen te komen. Wie thuis een visum aanvraagt, wacht bijna per definitie een teleurstelling. ,,Ik heb vrienden die weken in de rij stonden bij de Nederlandse ambassade in Accra'', zegt Abodike. ,,Uiteindelijk werd hun aanvraag afgewezen. Zo gaat het altijd. Wie tegenwoordig nog bij een ambassade in de rij gaat staan is gewoon dom. Als je echt naar Europa wilt, klim je op een vrachtwagen.''

In het noorden van Niger ligt de stad Agades, eeuwenlang het beginpunt voor de trans-Saharahandel in goud en slaven. Tegenwoordig is de stad vooral een verzamelplaats voor illegale immigranten die hier vanuit heel West-Afrika heen reizen om de Sahara te doorkruisen. In de buurt van Agades houdt het asfalt op en begint de piste, de onverharde route door de woestijn. Een gedeelte van de reizigers klimt in Agades op een vrachtwagen naar Libië. De rest reist via Algerije naar Marokko. Het aantal reizigers dat vanuit Agades naar het noorden vertrekt is volgens de lokale overheid sinds 1999 verdriedubbeld. Vorig jaar waren het er een kleine 100.000. Het straatarme Niger ziet de migranten graag komen, ze leveren een belangrijke bijdrage aan de lokale economie.

Even buiten Agades staan drie vrachtwagens klaar voor vertrek. Het zijn enorme Mercedesen met zeswielaandrijving. Elke truck vervoert ongeveer 150 Afrikanen, aan de buitenkant van de laadbak hangen honderden jerrycans met water en opgerolde dekens. De passagiers zijn bijna allemaal jongens van rond de twintig, een van hen is pas vijftien. Onder de reizigers zijn slechts een paar meisjes. Hoe lang de tocht door de woestijn duurt is niet duidelijk: een paar dagen of een paar weken, het hangt er vanaf hoe vaak de auto kapotgaat.

Bij straatverkopers slaan de reizigers hun laatste proviand in: een extra pakje sigaretten, een skibril om de ogen tegen woestijnstof te beschermen, pilletjes tegen de vermoeidheid. Vooral de pilletjes zijn populair. 's Nachts rijden de vrachtwagens meestal gewoon door, omdat dan de motor niet zo heet wordt. Wie boven op de truck in slaap valt loopt kans er vanaf te donderen. Als de vrachtwagen net over een zandduin rijdt, is dat niet zo erg, want dan kom je zacht neer. Maar als de ondergrond rotsachtig is, kan een val fataal zijn.

Jack Hamey (27) uit Liberia ziet duidelijk op tegen de reis. ,,Ik geef het ronduit toe'', zegt hij. ,,Ik ben bang in de Sahara.'' Op het honderden kilometers lange traject zijn maar een paar waterputten. Behalve een paar nomaden woont er niemand. ,,In de Middellandse Zee verdrinken nogal eens Afrikanen'', weet Hamey. ,,Maar de oversteek van de Sahara is bijna net zo gevaarlijk.'' In het Liberiaanse oerwoud weet Hamey wel hoe hij zich moet redden. Maar de woestijn is anders. ,,Als de auto kapotgaat, loop je kans om te komen van de dorst.''

Dat is geen overdreven angst. Het gebeurt regelmatig dat trucks met Afrikanen verdwalen. Om de grenscontroles te vermijden nemen ze routes waar verder nooit iemand komt. Chauffeurs rijden in principe in konvooi, maar niet altijd. Als de auto kapotgaat, wat regelmatig gebeurt, is het vaak einde verhaal. ,,Satelliettelefoons om hulp in te roepen hebben we niet'', zegt Hamey. Vorig jaar nog werd in het grensgebied tussen Algerije en Niger een kapotte truck gevonden met daaromheen 150 uitgedroogde lichamen.

De chauffeurs van de smokkelauto's zijn bijna allemaal Touareg, het beroemde nomadenvolk uit de centrale Sahara. De Touareg, die hun kamelen hebben ingeruild voor auto's, kennen het gebied als geen ander. Maar ze hebben doorgaans nogal een hekel aan negers, die volgens hen vies en dom zijn en tot een minderwaardig ras behoren. Zelf beweren de Touareg dat ze blank zijn, en daar zijn ze trots op. Het enige waarover ze met bewondering spreken is de fysieke kracht van zwarten.

Vooral de mensensmokkelaars die naar Algerije rijden zijn bang dat de grenspolitie hen pakt. Daarom zetten ze hun passagiers vaak al ruim voor de eindbestemming uit de auto, met de mededeling dat het maar honderd kilometer lopen is. Maar honderd kilometer is zelfs voor zwarte Afrikanen erg ver. Volgens een Algerijnse politieagent halen ze regelmatig de eindbestemming niet, omdat ze bezwijken van de dorst. Hoe vaak dit gebeurt is niet bekend. Veel slachtoffers worden niet gevonden, de wind bedekt de dode lichamen snel met een laag zand. ,,De woestijn eet snel'', zeggen ze in de Sahara.

    • Gerbert van der Aa