De aanhang van Pim 1

Zou Pim het zo gewild hebben? Zeker. Sterker nog, dit overtreft zijn stoutste dromen. Zelfs hij had niet kunnen voorzien dat zijn aftocht zó indrukwekkend zou zijn. Nog maanden na zijn dood neemt heel Nederland, politiek en journalistiek, rechts en links, vriend en vijand, hem serieus door te spreken over de belangrijke ommezwaai die zijn opkomst in de politiek teweeg heeft gebracht. Nog vrijwel dagelijks wordt over `zijn gedachtegoed' gesproken. Regelmatig rollen zijn aanhangers ruziemakend over elkaar om een plaats boven in de partij te krijgen die dat gedachtegoed tot politiek heeft verheven.

Pim had maar één gedachte had: hoe kan ik eindelijk de erkenning krijgen die ik nodig heb om mijn bestaan te rechtvaardigen, en hoe kan dat bestaan vervolgens op zo glorieus mogelijke wijze tot een einde worden gebracht?

Woordvoerder van het gewone volk? Integendeel, hij heeft het volk slechts gebruikt, had het nodig ter meerdere glorie van zichzelf. Narcisme, eenzaamheid, depressiviteit, doodsverlangen en de angst in de vergetelheid te geraken waren zijn drijfveren.

Als geen ander wist hij dat hij weinig tot niets van zijn ideeën kon waarmaken, dat hij zich met domme mensen omringde die nooit een politieke rol van betekenis zouden kunnen spelen. Daar ging het hem ook niet om, wat hem betreft zou de test toch nooit plaatsvinden. Hij was de Messias, niet door inhoud maar door aandacht gedreven, gefascineerd door Kennedy en de mythe rondom diens dood.

Dat de LPF'ers handelen zoals zij nu doen, vermag niet te verbazen. Voor hen geldt niet slechts dat zij zich vertolkers van de stem van het gewone volk wanen, ze behóren tot dat volk, vertegenwoordigen het één op één en gedragen zich dus ook als zodanig.