Brazilië moet naar de tandarts

De internationale financiële wereld voorspelt rampspoed voor Brazilië (170 miljoen inwoners) als de socialistische ex-arbeider Lula de presidentsverkiezingen wint. Maar de Braziliaanse kiezer lijkt zich hierdoor niet te laten afschrikken: de kans is groot dat Lula morgen wint. `Ik heb niets uit te delen, niets om uw stem te kopen', zegt Lula tegen zijn kiezers.

Geef deze machinebankwerker dus een kans, zo besluit Luiz Inácio da Silva. Daar zit hij, het `Lula-effect' in eigen persoon. Glimlachend en volledig op zijn gemak. Zijn vroegere T-shirt verruild voor een stemmig grijs pak. De wilde baard in bedwang getrimd. Met zijn rauwe bariton spreekt hij de heren van de Braziliaanse orde van advocaten toe. ,,Niemand hoeft een arbeider te vertellen wat begrotingsverantwoordelijkheid is'', zegt de man die zijn bijnaam Lula (inktvis) op de fabrieksvloer opdeed. ,,Elke werknemer die zijn eerste minimumloon krijgt weet dat je niet meer kan uitgeven dan je hebt.''

Door de lucht zweeft zijn hand met de afgerukte vinger. Oud ongelukje aan de lopende band. ,,Het zou de eerste keer in de geschiedenis zijn dat dit land wordt bestuurd door iemand die zelf weet wat werkloosheid is. Iemand die het probleem niet alleen uit de statistieken kent.'' In de zaal klinkt applaus, zelfs instemmend gefluit. Ook hier, bij de chique orde van advocaten, speelt Lula een thuiswedstrijd.

Vier jaar geleden was dit nog ondenkbaar. Lula, de socialistische arbeider, die nu wordt toegejuicht door de machtige bond van industriëlen van São Paulo (FIESP). ,,De enige kandidaat die oor voor ons heeft. De enige die naar ons toe is gekomen met de vraag: wat gaan we doen?'', zei vice-voorzitter Mário Bernardini van de FIESP vorige week. Een proletariër, dat wel. ,,Maar wel de enige die in staat is een sociaal pact te sluiten.''

Dit is Lula anno 2002. `Lula Light', zoals hij hier wordt genoemd. De opstandige vakbondsleider tegen de militaire dictatuur (1964-1985). ,,Een rijpe man met duidelijke antwoorden'', zei de laatste vice-president van het militaire regime, Auleliano Chaves, na afloop prijzend. ,,De soevereiniteit van Brazilië ligt hem na aan het hart.''

Zelfs in het hol van de kapitalistische leeuw kreeg Lula de handen op elkaar. ,,Ik koop, ik koop'', riepen de handelaren op de beursvloer van São Paulo vorige maand vrolijk. Het is dezelfde Lula die nu in het dagblad O Globo over zichzelf zegt: ,,Toen wij in 1980 de Partij van de Arbeid (PT) oprichtten, had ik een wel heel gemakkelijk vakbondsverhaal. Ik vond zelfs dat een metaalarbeider die een barretje opende een baas was, en dus geen lid van de partij mocht worden.''

Bedachtzaam zet advocaat Fernando Teixeira zijn wandelstok tussen zijn benen. Zijn mollige handen leunen op de zilveren knop. Dit keer stemt ook hij op Lula, zegt hij. Op een ,,ongestudeerde proletariër'', ja. Gemakkelijk vindt hij het niet. ,,Maar het is misschien tijd.''

In Europa zit de arbeidersbeweging toch al een halve eeuw gewoon in regeringen? Bovendien is Lula veranderd. Net als de wereld. Wat hem betreft gaat het nu om één ding: die arrogante buitenlandse geldmarkt laten zien dat Brazilië zich niet laat intimideren. ,,Wij bepalen als Brazilianen zelf door wie we ons laten regeren.''

Tango-effect

Brazilië vreesde het tango-effect: het overslaan van de Argentijnse crisis. Maar het land kreeg het Lula-effect: sinds vijf maanden wordt de Braziliaanse reus in de tang genomen door de buitenlandse kredietinstellingen. Het begon in mei, toen in de eerste peilingen bekend werd dat Lula op bijna 40 procent van de stemmen stond. Financiële analisten, onder wie die van de Nederlandse ABN Amro-bank, sloegen alarm. Met het vooruitzicht dat Lula aan de macht zou kunnen komen, zou het volgens de buitenlandse rating-bureaus riskanter zijn om in Brazilië te investeren dan in Nigeria. Lula was een `marktrisico'. Hij zegt wel dat hij de buitenlandse schulden zal blijven afbetalen, maar wie kan garanderen dat hij dat ook zal doen? Hij kan nu wel roepen dat hij de overheidsuitgaven zal beteugelen, maar gebeurt dat straks ook?

De investeerders vertrouwden het niet, en de beurs van São Paulo kelderde. In mei begon de Braziliaanse real aan een vlucht omlaag, waarbij elk record ten opzichte van de dollar werd gebroken. Toch bleven de mensen bij hun voorkeur voor Lula.

,,Als Lula wint, gaat Brazilië een grotere catastrofe dan Argentinië tegemoet'', verklaarde de voormalige geldspeculant George Soros in augustus. Dit doemscenario, zo dacht de Hongaarse Amerikaan, zal de kiezer weer bij zinnen brengen. ,,Het is mischien hard'', zei Soros tegen de krant Folha de São Paulo, ,,maar zo is het nu eenmaal. In het Romeinse rijk stemden alleen de Romeinen. En in het geglobaliseerde kapitalisme stemmen alleen de Amerikanen. Niet de Brazilianen.''

Maar de geteisterde Braziliaanse kiezer laat zich niet gijzelen. Integendeel. De grootste economie van Latijns Amerika trilt op haar grondvesten door de speculatieve aanvallen tegen de real. De werkloosheid is opgelopen tot 15 procent. Een voormalig lid van de Amerikaanse Nationale Veiligheidsraad, de ultraconservatieve Constantine Menges, waarschuwde in de Washington Times zelfs voor een nieuwe `as van het kwaad' als Lula zou winnen. Maar hoe harder de rijke wereld roept en slaat, des te meer trekt de Braziliaanse kiezer naar Lula. Drie keer achter elkaar heeft de 56-jarige metaalarbeider de presidentsverkiezingen verloren. `De eeuwige kandidaat' werd hij lacherig genoemd, toen hij zich begin dit jaar voor de vierde keer presenteerde. Nu lijkt het presidentschap de oude vakbondsman niet meer te kunnen ontglippen. Volgens de laatste peilingen is het zelfs mogelijk dat Lula morgen al in de eerste ronde wint.

,,Dit is het echte Lula-effect'', zegt advocaat Teixeira in het luchtgekoelde zaaltje waar Lula zich, al handen schuddend, een weg naar de deur baant. ,,Argentinië is kapotgespeculeerd. Nu rammelen de mensen er met hun potten en pannen op straat.'' Voor Teixeira betekent de keuze van Brazilië voor Lula ook een vorm van rammelen. ,,Maar dan tijdig'', zegt hij, ,,ik geloof dat een vriendelijker en eerlijker kapitalisme mogelijk is.''

Tranen

,,Hé, meneer Lula, joh!'' De man in lompen wurmt zich door de menigte. ,,Hé Lula'', schreeuwt hij. ,,Kom even naar mijn kar kijken.'' Geschrokken deinzen de advocaten die met de kandidaat-president napraten achteruit. Lula zoekt met zijn ogen waar het geschreeuw vandaan komt. Dan stapt hij op de zwarte man af: ,,Waar is je kar?'' Stralend neemt de lompenboer Lula mee naar zijn broodwinning. ,,Waar woon je?'', vraagt Lula. ,,Op straat'', zegt de man. En zijn gezin? ,,Ook op straat, man.'' Lula strijkt door zijn baard. Heeft de man wel eens een vaste baan gehad, wil de kandidaat weten. ,,Mijn hele leven, man. Maar de laatste tijd is het of elke fabriek waar ik ga werken sluit.'' De zwarte man kijkt Lula aan. ,,Er moet hier iets veranderen'', mompelt Lula. ,,Er móét iets veranderen.'' Dan legt hij zijn hand op de arm van de voddenman. ,,Ik weet dat je een vechter bent, zoon'', zegt Lula. ,,Vecht door. Vecht alsjeblieft door.'' De ogen van Lula staan vol tranen.

Het tafereel is voor Brazilië abnormaal. Niet dat andere politici zich in verkiezingstijd niet onder `het volk' mengen. ,,Het is ook heel saai om rijk te zijn'', hield de huidige president, de socioloog Fernando Henrique Cardoso, de zwarte bewoners van een sloppenwijk in Rio nog voor bij zijn herverkiezing vier jaar geleden. In verkiezingstijd puilen de kantoren van de politieke partijen uit van het wachtende `volk'. Mensen die vragen om een baan, een bord met eten, een ziekenhuisbed voor oma. ,,Stuur me maar een fax'', zei regeringskandidaat José Serra onlangs in Rio tegen een vrouw die, zoals driekwart van de bevolking, niet verzekerd is tegen ziektekosten. Ze moest een operatie ondergaan, en de kandidaat wilde wel betalen. Het incident haalde de krant, omdat de vrouw boos werd: ze woont in de sloppenwijk, en daar heb je geen fax.

Op het Afrikaanse Sierra Leone na is Brazilië het land waar de ongelijkheid het grootst is, berekenden de Verenigde Naties in juli. De helft van de bevolking heeft slechts 11 procent van het nationaal inkomen te verdelen. Het minimumloon is onlangs opgetrokken naar 70 euro per maand. Het grootste deel van de belastingopbrengsten komt ten goede aan de rijke minderheid.

Net als in de rest van Latijns Amerika kun je alleen in verkiezingstijd iets van de overheid krijgen. Een gunst, in ruil voor je stem. ,,Wat heb ik aan Lula?'', zegt de zwarte Veronica. De partij van Lula is niet aan de macht en kan niets uitdelen. Dus zwaait Veronica nu al drie maanden bij het stoplicht met het papieren hoofd van Serra, de kandidaat van de zittende regering. Ze verdient er drie euro per dag mee. Meer dan normaal met haar straatverkoop.

Zo is het in Brazilië altijd geweest. En zo leek het altijd te blijven. Een voormalige kolonie waar sinds de afschaffing van de slavernij in 1888 altijd één elite aan de macht is geweest. ,,De tropische aanpassing van het idee dat er één klasse genetisch ontworpen is om het plebs te besturen, en een andere genetisch veroordeeld om te geloven dat het zo hoort'', schreef de columnist Verissimo een paar maanden geleden nog in de krant O Globo over zijn land.

Dit is nu doorbroken. ,,Ik heb niets om uit te delen, niets om uw stem te kopen'', zegt Lula 's avonds op de stampvolle verkiezingsbijeenkomst in de industriële zone van São Paulo. Daar staat hij weer, hoog op de barricade nu. Vaderlijk en gedreven. Toegewijd aan de zaak van de emancipatie van de arbeiders, en tegelijk geruststellend. Het beeld van een Latijns Amerikaanse Den Uyl doemt op. ,,Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is een maatschappij met gelijke kansen te scheppen'', zegt hij met schorre stem. Lula praat over rechten. Het recht van alle kinderen op onderwijs, op de kans een opleiding te volgen. ,,Zodat niemand meer de vernederende opmerking hoeft te horen dat zijn kind geen president kan worden, omdat hij niet heeft gestudeerd.'' Er klinkt gelach.

Voor het eerst, zegt Lula, is het nu mogelijk de stem van de bezitslozen in het landsbestuur te horen. ,,En dat is niet mijn verdienste, maar het resultaat van decennia lang strijden en zwoegen door de arbeiders en arbeidsters van dit land.'' De mensen juichen. Ze zingen en klappen: ,,Lula. Lula-la.'' De kandidaat lacht zijn melancholieke glimlach. Dan zwaait er een gebiedende wijsvinger: ,,Laat niemand ooit meer twijfelen aan de capaciteiten van de werkende klasse!'' De mensen dansen en zingen: ,,Lula. Lula-la.''

Het gaat weer verder. In de auto naar de satellietstad Osasco. Een klein vakbondslokaaltje in een donkere straat. Er fluit een gure wind tussen de arbeidershuisjes. Voor de deur staat een vrouw te huilen. ,,Omdat ik niet dacht dat ik dit nog mocht meemaken'', lispelt ze met de grote rode ster in haar armen. Een zachte opblaasster is het. Het oude partijsymbool van de PT, maar dan luchtig, en met de scherpe hoekjes eraf. Net zoals Lula. Zo beschreef hij onlangs zijn verandering in het grote verkiezingsinterview met de krant O Globo. ,,Ik hield in Rio een toespraak over diezelfde landbouwhervormingen die er vandaag nóg niet zijn'', vertelde hij. ,,Ik was knorrig, en schreeuwde zo hard dat het zweet van mijn gezicht droop. Toen ik het podium afstapte, kwam er een vrouw op me af. Ze tikte op mijn schouder en zei: `Seu Lula, meneer Lula, kunt u dezelfde dingen niet wat zachter zeggen? U zou me veel minder bang maken, en me net zo goed overtuigen.' ''

Niet een `andere' Lula, maar een meer authentieke en gerijpte Lula: dat is het imago waarmee de oude vakbondsleider dit keer de traditionele grens van 30 procent van de stemmen lijkt te gaan breken. De bekende reclamemaker Duda Mendonça is nu de leider van Lula's campagne. ,,Brommerig als een bebaarde kikker'', luidde het oordeel van Mendonça over het oude imago van Lula. ,,Ik vond dat hij op tv moest zoals zijn vrienden hem kennen, zoals hij in de normale omgang is'', zei Mendonça in september tegen The Los Angeles Times. Mendonça brak de oude arbeider open, met als gevolg een veel vriendelijkere en vertrouwenwekkendere Lula in het openbaar. Lula praat dit keer ook over zichzelf. ,,Achtentwintig jaar geleden ben ik met Marisa getrouwd, en ik was een macho'', vertelde de kandidaat in juli bij een bezoek aan zijn geboortestaat Pernambuco. ,,Om twee uur 's nachts kwam ik van mijn vakbondswerk thuis en vroeg haar mijn eten op te dienen. Ik vroeg haar om zeep en mijn onderbroek aan te reiken.'' Hij behandelde zijn vrouw als een `slaaf', totdat ze op een dag zei: ,,Warm je eigen eten maar op''. ,,In het begin vond ik dat raar'', bekent Lula. ,,Maar door wat ik leerde toen we in 1980 de PT oprichtten, begreep ik dat je ook de dingen in je hoofd moet durven veranderen om een eerlijker maatschappij op te bouwen.''

Hypocrisie

In het vakbondsgebouwtje in Osasco is het intussen een enorm gedrang. Grote, brede metaalarbeiders onder de neonbuizen wachten op de woorden van `kameraad Lula'. Maar de geluidsinstallatie doet het niet. Het wordt een puinhoop. Dan klimt Lula in zijn pak op tafel, en begint zonder microfoon te praten. Precies als in de legende over zijn eerste toespraak als leider van de metaalvakbond. Hier, in 1972, in het industriegebied van São Paulo. Zonder microfoon had hij een stadion met 80.000 arbeiders in vervoering gebracht. Zijn charisma was zo groot, zijn woorden zo inspirerend, dat ze zin voor zin werden doorgegeven van de voorste naar de achterste rij. Boven de menigte vlogen de dreigende jachtvliegtuigen van de militairen.

Ook nu gaat Lula terug naar de jaren zeventig, naar de dictatuur. Toen hij in Osasco zijn eerste illegale stakingen uitriep. De militairen hadden staken verboden, en de vakbonden onder curatele gesteld.

Als 14-jarige jongen was Lula in de fabriek begonnen. Net als honderdduizenden andere Brazilianen was Lula met zijn moeder vanuit het arme, droge noorden op een vrachtwagen in de industriële hoofdstad van het land aangekomen. Na Lula's geboorte was zijn vader, een arme boer, al naar São Paulo vertrokken. Hij werkte als sjouwer in de haven van Campos, maar stuurde geen geld naar huis. Zeven jaar wachtte Lula's moeder in Pernambuco op de terugkomst van haar man. Uiteindelijk besloot ze hem met haar acht kinderen achterna te reizen. ,,Tot haar grote verrassing kwam ze in São Paulo tot de ontdekking dat mijn vader een ander gezin had'', herinnert Lula zich in een van de spotjes voor de verkiezingscampagne. ,,Ik denk aan de moed die deze vrouw had. Alleen, in een vreemde stad, met acht kinderen. Verlaten door een man die haar met lege handen achterliet.''

Met haar kinderen nam Dona Eurídice haar intrek in een kamer achter een bar. De wc en de kraan moesten ze delen met de bargasten. Lula verkocht snoep en koekjes op straat. Als enige uit het gezin maakte Lula zijn lagere school af. Op zijn veertiende vond hij een baan in een schroevenfabriek. Op de avondschool leerde hij door voor machinebankwerker. Hij verloor zijn vinger. Hij verloor zijn baan. Trouwde met een buurmeisje uit de textielfabriek, en stond op zijn 23ste op het punt zijn eerste kind te krijgen.

,,Ik kwam in het ziekenhuis'', vertelt Lula nu in een tv-interview. ,,Ze zeiden tegen me dat ze dood was.'' Lula slikt. Probeert zich te herstellen. ,,En het kind ook.'' Nu stromen de tranen. Het is voor het eerst dat de Brazilianen hem zien huilen. ,,Ik heb vaak gedacht dat ze zijn gestorven zoals duizenden Brazilianen sterven. Nog steeds'', besluit Lula.

Ook hier, in het vakbondslokaal, raakt Lula geëmotioneerd. ,,Hier, in dit gebouw, richtten we in 1980 de PT op'', vertelt hij de vakbondsleden. Een coalitie van de strijdbare metaalarbeiders van Lula, linkse intellectuelen en katholieke basisorganisaties uit de sloppenwijken die werden geïnspireerd door de bevrijdingstheologie van Dom Helder Camara. Aangezwengeld door Lula sloeg er een nieuwe, illegale stakingsgolf door het land. Lula werd gearresteerd, en door een militaire rechtbank veroordeeld tot 3,5 jaar gevangenis. Hij heeft die straf nooit uitgezeten. Onder druk van protesten en stakingen kwam hij weer vrij. Maar het regime verbood hem nog vakbondsleider te zijn. En zo werd de politicus Lula geboren als leider van de eerste Braziliaanse politieke partij die niet vóór maar dóór de bezitslozen werd opgezet.

,,We moeten leren elkaar meer te waarderen, meer te respecteren'', houdt Lula de vakbondsleden voor. Een duidelijke tik op de vingers van de leden die zich nog verzetten tegen de coalities die Lula voor deze verkiezingen is aangegaan. Zoals de coalities met de rechtsliberale PL van de textieltycoon José Alencar. ,,Het idee dat we radicaal zijn, dat we puur zijn en principieel, is goed voor ons ego'', houdt Lula de leden voor. ,,Maar het helpt ons niet te regeren.''

En dat is wat de PT dit keer uit alle macht wil. Om een `nieuw economisch model' te ontwikkelen, zoals Lula zegt. ,,Een land gaat niet vooruit op geleend geld, maar op arbeid en productiviteit.'' Op dit punt vindt hij geestverwanten in de ondernemers. ,,De enige sector die heeft gewonnen is de financiële'', verklaarde de grote Braziliaanse ondernemer in landbouwproducten Michael Haradom van Fersol vorige week in O Globo. Hij steunt Lula openlijk. ,,Met speculatie beplant je geen aarde, bouw je geen huizen, en laat je geen fabrieken draaien.'' Haradom wordt hierin bijgevallen door de baas van de Braziliaanse textielwerkgevers, Paolo Skaff. ,,We voelen ons bekneld, we zijn in de greep van de internationale financiële instellingen'', zei Skaff in O Globo. ,,Maar als industrieel kan ik mijn producten niet aan werklozen verkopen.''

Landbouw, textiel, industrie. Het is niet toevallig dat ondernemers uit deze sectoren een pact met Lula willen sluiten. Want het zijn deze ondernemers uit de Derde Wereld die stuklopen op de handelsbarrières van de rijke wereld. Elke Europese koe krijgt per dag 2,5 dollar EU-subsidie, berekende hoofdeconoom Nick Stern van de Wereldbank nog vorige week. Terwijl de meerderheid van de Braziliaanse mensen leeft van minder dan 2 dollar per dag. Ook in de textiel regeert volgens Stern de ,,hypocrisie van de rijke landen'' die de arme landen dwingen hun grenzen te openen, terwijl ze zichzelf barricaderen met protectionistische maatregelen. Elke baan in de textiel die door handelsbarrières wordt beschermd onttrekt 35 banen aan de Derde Wereld, berekende Stern.

`Papa, ik had een nachtmerrie. Ik droomde dat het IMF onder mijn bed lag.' Een cartoon met deze tekst verscheen onlangs in een Braziliaanse krant. Hij is tekenend voor de sfeer op het continent. Bolivia, Ecuador, Peru, Venezuela, Argentinië, overal komt de woede op tegen de door de Verenigde Staten gedicteerde globalisering. Als antwoord daarop komen in de meeste landen populistische kandidaten naar voren die roepen `weg met het IMF'. Ook in Brazilië zijn twee van de drie tegenkandidaten van Lula links-populistisch.

Het bijzondere aan Lula is dat hij de tegengestelde beweging maakt, en opportunisme afwijst. Wilde Lula in 1994 nog elk akkoord met het IMF opheffen, nu vergelijkt hij het IMF met de tandarts: ,,Er is niets dat ik meer haat dan de tandarts. Helaas hebben de vorige regeringen Brazilië zo afhankelijk gemaakt dat we als land naar de tandarts moeten.''

Zou het kunnen dat Brazilië op deze manier ook de voortrekker wordt van Lula's droom van een `eerlijk kapitalisme met een humaan gezicht'?