Blanken in Orania poetsen hun eigen wc's

Sinds de rassenscheiding uit de grondwet is geschrapt, worstelen veel Afrikaners met hun plaats in de regenboognatie. Ze beramen een staatsgreep. Of ze dromen van een autonome staat, zoals in Orania.

Joerie heeft geprobeerd in het `nieuwe Zuid-Afrika' te leven, zegt hij. Maar het is niet te doen. ,,Teveel kaffers daar in Pretoria.'' Daarom is hij naar Orania getrokken, in de stoffige en dunbevolkte Noordkaap provincie. In deze uithoek van het land is de lucht schoon en voelt het veilig. Hier kan hij de hele dag aan machines knutselen met Ben en Gerrit en ,,kan ons Afrikaans praat''.

Elf jaar na de oprichting van de nederzetting Orania spreekt niet iedereen meer zoals Joerie. Zelfs in dit bastion van blank conservatisme raakt de taal van apartheid langzaam uit zwang. Alleen Joerie's sentiment is in het dorp breed gedragen; in het nieuwe Zuid-Afrika is voor trotse Afrikaners geen plaats.

Sinds de eerste vrije verkiezing in Zuid-Afrika een zwarte president aan de macht bracht, zijn in Orania meer dan vijfhonderd blanken neergestreken. Aan de oevers van de Oranjerivier dromen ze over een autonome Volksstaat, met een eigen vlag (oranje-blanje-bleu), een eigen school (de Volksskool), een eigen munteenheid en eenheid in ras en taal. ,,Ons ideaal snoer ons saam'', zoals het bord langs de hoofdweg zegt.

Nadat de rassenscheiding uit de grondwet is geschrapt en het Afrikaans is gedegradeerd tot een van Zuid-Afrika's elf lokale talen, happen veel Afrikaners naar lucht. Sommigen vertrekken naar het buitenland. De rest heeft zich laten onderdompelen in de regenboognatie, waarin ze politiek vrijwel zijn uitgespeeld. De Nasionale Partij die Zuid-Afrika veertig jaar regeerde, werd bij de laatste verkiezingen drie jaar geleden vrijwel weggevaagd. In regeringscoalitie met de partij die een halve eeuw voor terroristisch doorging (ANC), vecht ze voor haar voortbestaan.

Sommigen kunnen het niet langer aanzien. De afgelopen weken bleek hoe hoog hun frustratie is opgelopen. Dirk Hanekom, Lets Pretorius, Jacobus van Zyl en dertien anderen werden in de kraag gegrepen. Mannen van middelbare leeftijd en met verweerde koppen zoals je ze alleen op het Zuid-Afrikaanse platteland tegenkomt. Mannen die getraind zijn in de vuile oorlogen in Angola en Nambië en zich de 'Boeremag' noemen. Ze bleken serieuze plannen te hebben voor een staatsgreep. In een vrachtwagen vond de politie machinegeweren, ammunitie, uniformen, medicijnen, tenten en neonazi-emblemen.

Volgens een document op een in beslag genomen computer zouden de mannen de staatsgreep uitvoeren op Boeremag D-day. Met vliegtuigen zouden ze de vijand bombarderen. Ze zouden politiestations, legerbases en watervoorzieningen bezetten. Zwarten en kleurlingen zouden ze met kanonnen en mortieren verdrijven. Alles wat ze voor de uitvoering van het plan nodig hadden, was de steun van zo'n vierduizend andere Afrikaners.

De burgemeester van Orania, Prinsloo Potgieter, klinkt het allemaal wat absurd in de oren. Maar hun frustratie begrijpt hij ,,heel goed''. ,,Wij hebben geen zeggenschap meer over ons leven. Deze democratie gaat voorbij aan de blanke minderheid.'' De Afrikaner wanhoop wordt volgens Potgieter gevoed door de hoge misdaad in het land. Ook hijzelf is zijn boerderij in de Vrijstaat ontvlucht nadat steeds meer buren werden vermoord. En het voorbeeld van Zimbabwe boezemt angst in, waar de regering twee jaar geleden de jacht heeft geopend op de blanke grootgrondbezitters . ,,Wat er nu in Zimbabwe gebeurt zal mettertijd ook hier plaatsvinden.''

In zo'n situatie kun je alleen op jezelf vertrouwen. `Eigen arbeid maakt ons vrij', staat er bij de ingang van Orania. In de boerenrepubliek staat niemand met de armen over elkaar te kijken hoe zwarten of kleurlingen het zware werk doen, zoals in de rest van Zuid-Afrika nog steeds gebeurt. Hier poetst iedereen zijn eigen wc en keukenvloer, metselen ze hun eigen muurtjes, bakken hun eigen brood.

En ze zijn er trots op. Van de juwelier tot de maker van panfluiten: economische onafhankelijkheid is het levensmotto. Archeoloog Manie spreekt over een 'culturele mutatie' in Orania, waar de Afrikaners voor het eerst in de geschiedenis hun overleving niet langer laten afhangen van 'zwarte arbeid'. De inwoners van Orania stralen daarmee een gevoel van zelfverzekerdheid uit dat veel Afrikaners in de rest van het land lijken te zijn kwijtgeraakt.

,,Orania is geen dierentuin'', zegt Carel Boshoff, die met zijn leren jack en blonde krullen uit de toon valt tussen de boeren in kaki broek en hoge schoenen. Boshoff is de zoon van professor Carel Boshoff senior, de bedenker van de Volksstaat. En hij is kleinzoon van Betsie en Hendrik Verwoerd, de vermoorde architect van apartheid. Betsie bracht de laatste jaren van haar leven door in Orania. In 1995 ontving ze er president Nelson Mandela. Een jaar na de eerste vrije verkiezingen wilde Mandela laten zien dat Afrikaners geen gevaar meer zijn voor het nieuwe Zuid-Afrika. Dat ze met uitsterving worden bedreigd en daarom zielig zijn.

Maar Boshoff gelooft in de toekomst van de Afrikaner. Bij het huis van Betsie dat sinds haar dood twee jaar geleden een monument is, omringd door borstbeelden van Hendrik Verwoerd, vertelt hij over het alternatief dat Orania aan de wereld biedt. ,, Hier beantwoorden we de vraag hoe een bedreigde minderheid zijn identiteit kan bewaren.''

Volgens Boshoff is Orania niet het eindpunt van de Afrikaner beweging, een laatste strohalm na het verliezen van de strijd voor apartheid. Het is een startpunt. ,,In plaats van te wachten tot we verdampen in het grote Zuid-Afrika, werken we aan onze kracht van binnenuit.'' Volgens Boshoff past Orania in de filosofieën die anti-globalisten aanhangen. Niet langer meegaan in het competitiespel waartoe het kapitalisme de wereld dwingt. Liever zorgen voor elkaar.

Maar de gemiddelde bewoner van Orania spreekt niet zoals de universitair geschoolde Boshoff. ,,Ons is nie amal filosofen nie.'' Als voor de dorpswinkel een vrachtwagen verschijnt met de zwarte leveranciers van groenten en fruit, wordt Orania plotseling achterdochtig. Als de chauffeur gevraagd wordt wat hij van de blanke Volksstaat vindt, komt achter hem een blanke man. Of de chauffeur hier zou kunnen wonen? De jongen kijkt zenuwachtig om zich heen. ,,Neuh, het is mij iets te doods hier'', zegt hij en stapt snel in de truck.