Animal Farm

Paul Cliteur sprak tot de varkens in een stal bij Venray en verkondigde hun de Universele Verklaring van de Rechten van het Productiedier. Het gebeurde aan de vooravond van 4 oktober, Werelddierendag, de naamdag van de H. Franciscus.

Een vergelijking tussen de ambassadeur van Varkens in Nood, Cliteur, en de heilige uit Assisi zou de één noch de ander recht doen. In haar befaamde Franciscusbiografie Een man uit het dal van Spoleto stelt Helene Nolthenius: ,,Om Franciscus' instelling ten opzichte van dieren enigszins te begrijpen moeten we in de Middeleeuwen blijven. Als medeschepselen die zijn aandacht behoefden, zag hij ze in het verlengde van de armen en zwakken in de samenleving. Dat houdt in dat hij ze niet enkel prees om hun verdiensten, maar ook aansprakelijk stelde voor laakbaar gedrag.'' Een varken had een lam opgegeten. Franciscus vervloekte het dier, zodat het ziek werd en stierf. Aan de andere kant sloeg de heilige de raad in de wind om niet in de avond op zijn ezel door een bos vol wolven te reizen: ,,Ik heb geen wolf ooit kwaad gedaan. Waarom zou hij mij en broeder ezel dan kwaad doen?'' Hij reed door en er gebeurde hem niets.

Dieren hadden in Franciscus' tijd zowel rechten als plichten. Zij konden bij wangedrag (jegens mensen) worden berecht, veroordeeld en door de beul gehangen. Nolthenius wijst erop dat het op voet van gelijkheid verkeren met dieren niet alleen aan heiligen en mystici is voorbehouden. We treffen het ook bij natuurvolken aan.

Cliteur pleit voor toepassing van het in de Verlichting ontwikkelde gelijkheidsbeginsel op dieren. Evenals aan de slavernij en de discriminatie van vrouwen moet aan de rechteloosheid van dieren een einde worden gemaakt. Zij kunnen weliswaar niet praten en redeneren, maar wel lijden. Daarom vallen ze onder het beslag van de moraal, betoogt hij in de krant van donderdag in navolging van de Britse filosoof Bentham. Moet dat worden vastgelegd in een Universele Verklaring naar analogie van de Rechten van de mens?

Het is een even principieel als urgent debat. In het Nederlands Juristenblad erkent Dirk Boon, hoogleraar Dier en Recht, dat je dieren inderdaad als rechtssubjecten (dragers van juridische rechten en plichten) moet zien. ,,Wij hebben de plicht dieren niet te mishandelen. Daartegenover staat het recht van het dier niet mishandeld te worden.'' Maar een Universele Verklaring, zoals door Cliteur bepleit, vindt hij overbodig en zelfs arrogant. Het leidt de aandacht maar af van waar het in deze tijd werkelijk om gaat: handhaving van de zorgplicht jegens dieren, handhaving van het verbod op dierenmishandeling, handhaving van de vergunningsvoorschriften die gelden voor varkens- en kippenhouders, maar die stelselmatig en zonder veel risico worden overtreden.

Als eenvoudige dierenliefhebber word ik bestormd door vragen. Ik heb twee katten. In beginsel houd ik ze binnen, anders worden ze doodgereden. Maak ik me nu schuldig aan wederrechtelijke vrijheidsberoving of vervul ik mijn zorgplicht? Ik kan het ze niet vragen. Om het nog erger te maken: het zijn gecastreerde katers. Zij hebben voor hun castratie geen toestemming gegeven: heb ik me schuldig gemaakt aan mishandeling? Volgens Boon zijn dit onzinproblemen. De wet bepaalt dat het verboden is een dier pijn te doen of te benadelen ,,zonder redelijk doel'' of met overschrijding van wat nodig is om een redelijk doel te bereiken. Ik zit dus goed. Maar als ik een papegaai in een kooi had, dan zat ik fout, volgens Boon. Een papegaai is een sociaal dier dat, evenmin als een aap of een varken, in een kooi hoort. Een papegaai in een kooi: dat is een misdaad tegen de animale waardigheid.

Katten mag je opsluiten zonder in strijd te komen met de wet, als dat het redelijke doel van hun veiligheid dient. Maar mijn katers erkennen geen redelijk doel: ze proberen hem te smeren. Onlangs heeft één van hen zelfs 's nachts in de Prinsengracht gelegen, peddelend op een plankje, tot iemand hem per roeiboot is komen redden. De hele buurt was in rep en roer, want in de Jordaan wordt streng toegezien op de naleving van artikel 36 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren lid 3, dat bepaalt dat ,,een ieder verplicht is hulpbehoevende dieren de nodige zorg te verlenen''. Was dat nou hulpverlening, of werd de kat, vergeefs wachtend op het Dierenbevrijdingsfront, verlinkt door de buren en in gevangenschap teruggevoerd?

Als houder van stadse huisdieren kun je natuurlijk wat luchtiger tegen deze vraagstukken aankijken dan de producenten van vee en vlees. Ik wil alleen maar de vraag opwerpen of het, zoals Cliteur betoogt, werkelijk geen verschil maakt dat dieren niet kunnen praten, redeneren en procederen. Ook als het door hem voorgestelde Gerechtshof voor Dieren er zou komen, moeten mensen daar het woord doen. We kunnen ook dan alleen maar uitgaan van onze subjectieve en veranderende opvattingen over wat dierenrechten inhouden, wat een ,,redelijk doel'' is van een bepaalde handelwijze jegens dieren en wat door een dier als lijden wordt ervaren.

Als kind droomde ik ervan dat mijn hond kon praten. Later bleek me dat dit een algemeen voorkomende kinderfantasie is. In De Kleine Vriend van Donna Tartt gaat een meisje zover dat ze haar kat met eindeloos geduld woordjes probeert te leren,

Tegelijkertijd moet je er niet aan denken dat je kat op een kwade morgen met een Duits accent zegt dat je op een meeloper in de oorlog lijkt en, dikke lul, fuck you, kan doodvallen.

Gelukkig maar dat toen Cliteur de varkens toesprak niemand verstaanbaar terugknorde. Dat hoort op het gebied van de literatuur, de fabel en het kinderboek. Animal Farm van George Orwell gaat niet over varkens. Toch herinnert de wijze waarop varkens als productiedieren worden behandeld aan Orwells angst voor een totalitair systeem. Dus heb ik, ondanks al mijn vragen, zonder veel problemen mijn handtekening onder de Universele Verklaring van de Rechten van het Productiedier gezet.

Mijn katers keken me meewarig aan.

    • Elsbeth Etty