Vooral mooischilders bekroond

Het is allemaal niet makkelijk voor koningin Beatrix. Tijdens de vorige uitreiking van de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst werd ze verrast door een schilderij van Sara van der Heide, waarop ze zichzelf zag afgebeeld als blozende Teletubbie. Op de uitreiking lachte ze vriendelijk en liet ze zich fotograferen met de kunstenaar. En dus is nu de vraag: doet ze dat ook met het opvallendste doek van dit jaar? Op zijn Chüchenchästli toont Raaf van der Sman namelijk een grote, naakte kont die wellustig naar de toeschouwer draait. Uit de billen steekt een fors eind hout. We zien dit ensemble in de spiegel van een medicijn- of keukenkastje dat onderdeel vormt van een ingenieuze compositie vol tegels en verschuivende vlakken. Die kont is de perfecte dissonant en Van der Sman een terechte winnaar.

In totaal meldden zich dit jaar 258 gegadigden voor de prijs waaruit, naast Van der Sman, Lise Baggesen, Esther Tielemans en Chantal Veerman als winnaar werden verkozen. Over de overige inzendingen is de jury (met o.a. Rob Birza, Anke van der Laan, Pietje Tegenbosch en Berend Strik) zo positief dat je er achterdochtig van wordt. Ze koos er zelfs voor werk van liefst 24 kunstenaars te exposeren, twee doeken per winnaar en één per `runner-up'. Een record voor de afgelopen jaren.

Wie de expositie ziet, vraagt zich al snel af waarop dat enthousiasme is gebaseerd. Van der Sman valt niet voor niets op: hij is een van de weinigen die zich onttrekken aan de collectieve neiging tot Schönmalerei. De meeste inzenders, inclusief de overige winnaars, dobberen mee op de mode van semi-figuratieve, kleurrijke, vlakgeschilderde doeken. Materiaalexperiment zoek je hier met een lichtje, engagement is uit den boze. Alsof de jonge schilders en bloc hebben besloten hun vaak gehoonde medium boven water te houden door esthetiek en vriendelijkheid.

Binnen die `stijl' zijn Baggesen, Tielemans en Veerman niet de minsten. Lise Baggesen toont twee vrouwenportretten. Op het ene doek drijft haar model nog gemakzuchtig weg in een vlaag van wit. Op het andere wordt ze meegesleept door de werveling van geel in haar eigen trui, en dan wordt het bijna spannend.

Chantal Veerman exposeert twee atmosferische doeken, met zachte kleuren die zijn opgebracht in dunne lagen. Allebei heten ze Romantische plek, maar zijn net te weinig eigen om te kunnen overtuigen.

Dan is Esther Tielemans een stuk slimmer. Zij zoekt op haar dikke panelen het contrast, confronteert grijs en zwart met felle kleuren, mat met glanzend en abstractie met figuratie. Dat levert aanlokkelijke werken op, maar als je de truc doorziet, wordt het wat flauw.

Toch valt er op deze keuze weinig af te dingen. Baggesen, Tielemans en Veerman zijn in hun `genre' inderdaad het interessantste, Van der Sman steekt daar bovenuit. Hij krijgt eigenlijk alleen concurrentie van de Limburger Antoine Berghs, die door de jury vreemd genoeg is gepasseerd. Terwijl Berghs' Fragmental Shifts IV een van de mooiste doeken op de expositie is: een veelkleurig, complex schilderij, waarop het oog van de toeschouwer nauwelijks houvast vindt. Berghs paait niet, maar weet de toeschouwer te prikkelen tot steeds langer en intensiever kijken. Daar had hij een Koninklijke aanmoediging voor verdiend.

Tentoonstelling: Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst. Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. T/m 24 nov. Di t/m zo 11-17u. Inl. (070) 3381111 of www.gemeentemuseum.nl

    • Hans den Hartog Jager