Verkiezingen Brazilië lossen niets op

Beleggers wachten gespannen de Braziliaanse presidentsverkiezingen van zondag af. Internationale ondernemingen hebben de afgelopen tien jaar 150 miljard dollar in de economie gepompt, terwijl crediteuren voor ongeveer 220 miljard dollar aan staatsobligaties in handen hebben. Zij maken zich uiteraard zorgen over de populistische kandidaat Luis Inacio Lula da Silva; telkens als hij in de peilingen stijgt, gaan de financiële markten verder achteruit. Toch zal iedereen die denkt dat de verkiezingsuitslag de financiële toekomst van het land bepaalt van een koude kermis thuiskomen.

Dat komt niet doordat het zo'n nek-aan-nek-race is dat er misschien een tweede ronde nodig is. Zelfs als hij een duidelijke overwinning behaalt, is het onwaarschijnlijk dat Lula zijn neus zal ophalen voor 24 miljard dollar van het IMF en een populistisch uitgavenbeleid zal inzetten. Argentinië heeft aangetoond dat de politieke kosten van een economische ineenstorting gewoon te hoog zijn. De Braziliaanse onzekerheid zal eerder voortduren, omdat de verkiezingsuitslag weinig te maken heeft met de diepere economische problemen van het land.

De belangrijkste – want blijvende – zorg van Brazilië betreft de grote afname van de mondiale bereidheid om risico's te nemen, waardoor de kapitaalstromen zijn opgedroogd. Dat is juist voor Brazilië extra pijnlijk, omdat het land volgend jaar voor 45 miljard dollar aan buitenlandse financiering moet aantrekken. Het klassieke antwoord op een dergelijke situatie is het beperken van die financieringsbehoefte. Normaal gesproken betekent dat het stimuleren van de export door een lagere wisselkoers en het terugdringen van de import door de groei te vertragen middels renteverhogingen. Hoewel deze aanpak uit het boekje één Braziliaans probleem uit de wereld kan helpen, wordt er een ander probleem mee in het leven geroepen. Het laatste wat Brazilië nodig heeft om zijn schulden te verminderen zijn hoge rente, lage groei en een zwakke munt.

Volgens de Braziliaanse centrale bank garandeert het primaire begrotingsoverschot dat de hoogte van de schuld ten opzichte van het bbp zal dalen. Maar dat is alleen maar waar als het werkelijke renteniveau de economische groei niet met meer dan zeven procentpunt overtreft. Als je daar de huidige groei- en inflatieverwachtingen tegenover zet, zou de rente op 16 procent of lager moeten uitkomen, maar de rente bedraagt 18 procent en het ziet er niet naar uit dat daar binnenkort verandering in komt.

Dat betekent natuurlijk niet dat de rente nooit zal dalen of dat de groei nooit zal toenemen. Maar als dat gebeurt, moet de economie ook meer buitenlands kapitaal aantrekken, en niet minder. Wie de verkiezingen ook wint, de Braziliaanse president zal heel hard zijn best moeten doen om het plaatje rond te krijgen.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.

    • John Paul Rathbone