Verdeeldheid

De Partij van de Arbeid kampt met een grote berg achterstallig ideologisch onderhoud. Zo zou je de conclusies kunnen samenvatten van het rapport van de commissie-De Boer, die de verkiezingsnederlaag van de PvdA moest analyseren om daaruit lessen voor de toekomst te trekken. De PvdA is verdeeld tussen een sociaal-liberale vleugel, die positief staat tegenover vermarkting, privatisering en particuliere bijdragen door beter bedeelden aan zorg en onderwijs, en een traditionelere vleugel, die hecht aan goede publieke voorzieningen en die zorg en onderwijs veel liever zou verbeteren door middel van lastenverhoging. De partij is ook diep verdeeld over de lusten en lasten van de multiculturele samenleving. Hier schat ik dat de verdeeldheid niet alleen loopt tussen verschillende vleugels van PvdA'ers; veel sociaal-democraten zijn hierover ook innerlijk verscheurd.

De commissie-De Boer onderscheidt drie centrale dilemma's.

Moet de sociaal-democratie kiezen voor een restrictief toelatingsbeleid gekoppeld aan een genereuze verzorgingsstaat, of moet zij kiezen voor een ruimhartig toelatingsbeleid gekoppeld aan een (althans voor nieuwkomers) uitgeklede verzorgingsstaat?

Moet de sociaal-democratie kiezen voor het onverkort handhaven van grondrechten als vestigingsvrijheid en onderwijsvrijheid en accepteren dat dit leidt tot vergaande segregatie en de lasten van de multiculturele samenleving eenzijdig afwentelt op kansarme autochtonen? Of moet zij – zoals de Socialistische Partij bepleit – streven naar afschaffen van het bijzonder onderwijs en een actief antisegregatiebeleid gaan voeren, dat ongetwijfeld inbreuk zal maken op de vrijheidsrechten van burgers?

Moet de PvdA met spoed gaan werken aan de gelijkberechtiging en de emancipatie van moslimvrouwen, zoals betoogd door Ayaan Hirsi Ali, of dient zij prioriteit te geven aan de religieus-culturele identiteit van allochtone groepen?

De PvdA heeft haar verdeeldheid op deze drie punten jarenlang verstopt onder holle frasen: `met veel allochtonen gaat het goed', `wij staan voor sterk en sociaal', `we moeten het samen doen'. De commissie-De Boer stelt voor om eindelijk eens wat knopen door te hakken. Is dat een goed idee? Laten we eerst onder ogen zien dat er belangrijke nadelen aan kleven. Interne partijpolitieke verdeeldheid is niet prettig, en puur pragmatisch gezien kun je je serieus afvragen of het in dit geval wel nodig is die verdeeldheid te benoemen. Over vier jaar of acht jaar is het multiculturele vraagstuk op de politieke agenda wellicht weer verdrongen door andere `issues'; dan gaan de verkiezingen mogelijk gewoon over werkloosheid en nieuwe economische crises. De autochtone bewoners uit oude stadswijken vormen, electoraal gezien, slechts een kleine groep kiezers en zij zijn denkelijk zo teleurgesteld in de politiek in het algemeen en in linkse politiek in het bijzonder dat de PvdA die toch niet meer terugkrijgt.

Een PvdA die zich nu zou gaan storten op het immigratie- en integratievraagstuk probeert zich bovendien te profileren op een issue dat eigenlijk `toebehoort' aan andere partijen; dat blijft voor kiezers altijd een beetje ongeloofwaardig. (Ik zou het als treinreiziger bijvoorbeeld zeer toejuichen als de VVD zou gaan pleiten voor renationalisering van de NS, maar als kiezer zou ik dat een curieuze wending vinden gezien de ideologie van die partij.)

Niettemin denk ik dat de commissie-De Boer gelijk heeft en dat de PvdA een consistente ideologische positie moet innemen ten aanzien van de multiculturele samenleving. Ten eerste is dat de morele plicht van de PvdA tegenover haar oude kiezers in de beruchte stadswijken; ook al zijn er nog maar heel weinig autochtonen in oude wijken over en ook al krijg je die kiezers nooit meer terug. Maar er zijn ook politieke redenen die pleiten voor heldere keuzen. Ook in de oppositie heb je ideologische ijkpunten nodig; je zult iets moeten vinden van de plannen van minister Nawijn om `importhuwelijken' te ontmoedigen, je zult wel of niet samen met de SP moeten gaan werken aan voorstellen om de segregatie aan te pakken, je zult iets moeten vinden van voorstellen om de subsidies voor sommige minderhedenorganisaties te schrappen, je zult wel of niet metterdaad emancipatieprojecten voor moslimvrouwen moeten opzetten.

Als de PvdA verzuimt om zo'n positie te ontwikkelen, blijft dit een electorale achilleshiel; bij elke nieuwe verkiezing kan de partij weer in verlegenheid worden gebracht als andere partijen de multiculturele samenleving tot issue verklaren. En ten slotte zou de PvdA misschien boven zichzelf uit kunnen stijgen en andere partijen een les kunnen leren over hoe om te gaan met partijpolitieke verdeeldheid.

Ik denk dat elke sociaal-democraat op de drie multiculti-dilemma's van de commissie-De Boer begrip kan opbrengen voor beide posities. Als eenvoudig lid van de commissie-De Boer droom ik wel eens dat Klaas de Vries zich morgen op het PvdA-ledenforum presenteert met een programma dat pleit voor ruimhartig toelaten, beperken van de sociale rechten, onverkorte handhaving van vrijheidsrechten en respect voor de culturele identiteit van allochtonen, terwijl Wouter Bos zich voorstelt als een man die staat voor restrictief toelaten, handhaven van de verzorgingsstaat, een antisegregatiebeleid en een actieve emancipatiecampagne voor moslimvrouwen (of andersom, dat maakt me helemaal niet uit). De partij kan vervolgens een prachtig debat voeren en kiezen welke kant het uit moet.

    • Margo Trappenburg