Schrijver Günter Grass: `Historici demoniseren Hitler'

Daar zaten ze, allebei op een rode troon op het podium van de Stadsschouwburg: de Duitser die drie jaar geleden de Nobelprijs voor literatuur kreeg, en de Nederlander die hoopt hem volgende week te winnen. Günter Grass (74) was in Nederland, onder meer als eregast bij de uitreiking aan Harry Mulisch (75) van het `Bundesverdienstkreuz'; gisteravond las hij voor uit zijn controversiële roman Im Krebsgang (`In krabbengang') en discussieerde hij met Mulisch over de moeizame verwerking van de Duitse geschiedenis in de naoorlogse literatuur.

Grass, die eerder dit jaar met zijn roman over de Russische torpedering van een boot met tienduizend Oost-Pruisische vluchtelingen de discussie over het leed van de Duitse oorlogslachtoffers op scherp zette, gaf zijn Hollandse collega een groot compliment. ,,De verschrikkingen van het bombardement op Dresden werden in de literatuur voor het eerst beschreven door twee buitenlanders: door Mulisch in Het stenen bruidsbed (1959) en door Kurt Vonnegut in Slaughterhouse Five (1969); zij deden wat de Duitsers niet durfden.''

Mulisch complimenteerde op zijn beurt Grass met diens `Duitse requiem', en antwoordde op Grass' quasi-bescheiden opmerking dat het verhaal van het vluchtelingenschip dankbaar materiaal was ,,dat je met dit materiaal ook een slecht boek kunt schrijven.'' ,,Ja, maar je moet eerst oud worden om het te gebruiken'', repliceerde Grass, die de ramp met de Gustloff veertig jaar geleden in zijn roman Hundejahre alleen had aangestipt.

Het gesprek in de Stadsschouwburg duurde kort, geen van beide Grossschriftsteller kreeg de gelegenheid de ander te overvleugelen. Mulisch kreeg de lachers op zijn hand door de Amerikaanse hoofdpersoon uit Het stenen bruidsbed geen oorlogsmisdadiger te noemen omdat ,,je dat alleen maar kunt zijn wanneer je de oorlog verliest.'' Grass zorgde voor een rimpeling in de zaal met zijn stelling dat de Duitse dictator Adolf Hitler door de historici ,,gedemoniseerd'' is. Hij bedoelde dat het nazisme niet alleen een zaak was van de grote leiders, maar in de eerste plaats van de miljoenen Duitsers die hun socialistische, communistische en democratische idealen binnen een mum van tijd verruilden voor het nationaal-socialisme.

Gespreksleider Christoph Buchwald stuurde het gesprek vooral naar het taboedoorbrekend vermogen van de literatuur. Zowel Grass als Mulisch beklemtoonde dat schrijvers er niet bewust op uit zijn taboes te slechten. Grass gaf als voorbeeld zijn roman Katz und Maus (1961), waarin hij onbekommerd over onanie had geschreven. ,,Ik had er nooit bij stilgestaan dat ik een taboe doorbrak. Maar bij signeersessies word ik nog steeds aangesproken door dankbare masturbanten.''