Oom Gait (2)

In maart van dit jaar heb ik hier Oom Gait ten tonele gevoerd, de held uit het gelijknamige verhaal van Belcampo. Oom Gait woont in Rijssen, het Twentse stadje waar zich zoveel van Belcampo's drama's afspelen. Hij is ervan overtuigd dat hij Napoleon is. Komt meer voor. Maar het verschil tussen deze en de gemiddelde Napoleon is, dat hij zijn overtuiging op anderen weet over te brengen. Eerst gaat Rijssen het geloven, dan heel Nederland. Een knappe prestatie, gegeven dat er nog geen televisie was. Het verhaal is geschreven in 1935.

Ook toen stond het vaderland er beroerd voor. Oom Gait brengt redding. Waaraan hebben wij onze macht en roem vanouds te danken? Aan onze zeevaarders, ontdekkingsreizigers, admiraals, de mannen van de VOC. Zonder de zee zouden die niet hebben bestaan. Dus danken we tenslotte alles aan de zee. En wat hebben we met de zee gedaan? Die hebben we met dijken, stoomgemalen en dergelijke fratsen zover mogelijk verdreven. De zee moet terug! Oom Gait weet het volk voor deze zienswijze te winnen. De dijken worden doorgestoken en met een koor van Halleluja! begroeten de Hollanders het bevrijdende zeewater.

Ik had Belcampo altijd al, van mijn eerste kennismaking met hem, als een groot schrijver in het bizarre genre beschouwd – iemand die door André Breton zeker was opgenomen in de Anthologie de l'humour noir – maar een visionair had ik nooit in hem gezien. Tot in maart van dit jaar, toen ook bij ons alles begon te veranderen, zonder dat we er een flauw besef van hadden, hoe radicaal dat zou gaan, en op welke manier.

En nu schiet me nog een verhaal van Belcampo te binnen: `Het Plan Van der Aa'. Het is ouder dan Oom Gait. Het staat in de eerste editie van De verhalen van Belcampo, een bundeltje dat hij in de jaren twintig in eigen beheer heeft uitgegeven. Ook dit drama speelt zich af in Rijssen, dat volgens ingezetene Van der Aa meer bekendheid in de hele wereld verdient. Er wordt iets opgezet dat we tegenwoordig een evenement zouden noemen. Het loopt uit de hand, zoals dat bij een goed evenement hoort. Er ontstaat een grote brand die de Rijssenaren dusdanig opwindt dat ze ten slotte hun hele hebben en houen in de vlammen smijten.

Belcampo had gevoel voor spectaculaire zelfvernietiging. Denk ook aan `Het grote gebeuren' waarin hij het Laatste Oordeel behandelt. En aan het verhaal over een arts die verslaafd aan zijn eigen vlees raakte. Ten slotte wist deze junk van zichzelf een collega over te halen zijn laatste arm te amputeren, en een verpleegster om die te braden en hem te voeren.

Goed. Visionair of niet, een zekere actualiteit kunnen we deze geschiedenissen niet ontzeggen. Dit stukje wordt geschreven, ver van het vaderland. Met transportmiddelen uit de vorige eeuw worden de kranten van de vorige dag naar dit oord gebracht. Uw gisteren is mijn vandaag. Als Holland vandaag ophoudt te bestaan, merk ik dat pas morgen. Als uw ster nu dooft, lees ik dat een etmaal later. Op dit ogenblik denk ik misschien aan een land dat niet meer bestaat.

In uw oude kranten lees ik dat de ooms Gait bezig zijn elkaar af te slachten, op olifanten door Wassenaar rijden, dat de eens gedemoniseerden elkaar demoniseren dat het een lieve lust is, en dat de zwijntjesjacht nu eindelijk door de regering zelf is vrijgegeven. Misschien bent u te jong om te weten wat een `zwijntjesjager' is. Zo werd ver terug in de vorige eeuw een fietsendief genoemd. Soms hoor ik uit de verte, van ver achter de bergen iets dat op een in krankzinnige verwoeding geraakt huilen en blaffen lijkt. Zijn dat met elkaar slaags geraakte roedels loopse honden? Of? Ik zal het in de krant van morgen lezen.

Eeuwen geleden heeft Swift de hem omgevende beschaving beschreven. Nog altijd actueel. Toen hebben we Zamjatin gekregen met zijn visionaire Wij. Eerst heeft Aldous Huxley er dankbaar gebruik van gemaakt voor zijn Brave New World, en daarna heeft George Orwell het beter gedaan. Dat werd 1984. Deze laatste drie boeken zijn geschreven in een periode van een grote cultuuromslag. Nu worden we weer door zo'n wending overvallen. Al meer dan tien jaar ondergaan we het overvallen worden, zonder dat de schrijvers van het westen op visionair gebied iets bijzonders ten beste hebben gegeven. Nederland doet er op zijn manier aan mee: in de omslag en in het literair niets bijzondere.

De grootste verleiding van dit heden lijkt mij het schrijven van het boek over de wereld en het Nederland van 2012. Wees de eerste! Vul die leegte in de literatuur. De plagiators zullen u eren.