LPF-blamage

De vechtpartijen binnen de LPF-fractie, het volstrekt ontbreken van enig verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van de gestelde taken, en de afwezigheid van ook maar een minimum aan de daarvoor vereiste kennis, heeft de minzame welwillendheid, geformuleerd in termen als onervarenheid en `parlementaire achterstand' waarmee de LPF fractie tegemoet is getreden, doen verkeren in grote zorg over het in snel tempo afkalvend gehalte van de Nederlandse democratie.

Het toestaan, zelfs tijdelijk, van onervarenheid juist nu het land in een economische crisis verkeert, is even onaanvaardbaar als het toelaten van een onervaren, erger nog, ondeskundige chirurg aan de operatietafel.

En gíngen de vechtpartijen binnen de LPF-fractie nog maar tussen groeperingen met een verschillende maatschappijvisie; maar helaas, enige visie ontbreekt. In plaats van inzicht gaat het om kreten, en de strijd is niets meer dan een vulgaire vechtpartij om de persoonlijke macht waarbij ieder landsbelang uit het oog verloren wordt, voor zover daar al oog voor was.

De beide andere regeringspartijen, CDA en VVD, moeten een en ander niet langer passief gedogen, maar in actie komen. Voor hen is het moment aangebroken om afstand van de LPF te nemen en, hoe treurig ook op dit ogenblik, op nieuwe verkiezingen aan te sturen. Tegenargumenten, zoals het in het geding zijn van het landsbelang, zijn oneigenlijk in het licht van de onoverzienbare parlementaire schade die Nederland zonder ingrijpen oploopt en al heeft opgelopen.

Juist nu, omdat de LPF in de peilingen aan de rand van de afgrond staat, de Partij van de Arbeid vleugellam is en een coalitie van CDA en VVD, met alle bezwaren van dien, verre te verkiezen is boven de blamage van dit ogenblik. Beide zijn in ministerieel en parlementair opzicht ervaren en, hoe betreurenswaardig het ook is dat de PvdA de komende jaren buitenspel zal komen te staan, het zal de PvdA ook dwingen een wezenlijk andere koers te gaan varen.

    • Ies Monas