Lopen, plassen en praten als een jongen

`Ik ben twee keer geboren: eerst als een meisje in Detroit in 1960; en vervolgens als een mannelijke teenager in een eerste hulp afdeling in Michigan in 1974.' Dat is de intrigerende openingszin van Jeffrey Eugenides' tweede roman die nu, negen jaar na zijn debuut The Virgin Suicides, is verschenen. Het is een omvangrijk en kaleidoscopisch werk, dat op niet al te zwaarwichtige toon verschillende generaties en continenten bestrijkt, geen omweg en overdaad schuwt, speelse en beeldende scènes te over telt en een schrijver aan het werk laat zien met lef en een tomeloze verbeelding. Maar ondanks dat alles is de verleiding groot in het boek hetzelfde probleem te zien waar de hoofdpersoon mee worstelt en dat het werk thematisch beheerst: wat ben ik, wat wil ik zijn, en kom ik ooit onder mijn hybridische aard uit?

Middlesex kan in de eerste paar honderd pagina's vooral gelezen worden als de saga van een Amerikaanse immigrantenfamilie, en in dat genre is het zeker niet de minste. Uit Griekenland komen ze, de leden van de familie Stephanides, en als Smyrna door de Turken wordt platgebrand verzekeren ze zich van een plaats op een schip naar het beloofde Amerikaanse land. Wat niemand mag weten is dat Lefty en Desdemona Stephanides een reden hebben om zich ver weg op zee, temidden van vreemden in de echt te laten verbinden: ze zijn namelijk broer en zuster. Desdemona blijft haar hele leven zorgen koesteren over de gevolgen van deze zondige koppeling, en die zorgen blijken terecht wanneer hun kleindochter, als gevolg van een overlappend gen in hun vijfde chromosoom, als meisje geboren wordt dat uiteindelijk bijna voorbestemd lijkt een leven als jongen te kiezen.

Maar voor het zover is volgen we hun geschiedenis in Amerika, die zich hoofdzakelijk in Detroit afspeelt en het is hier dat Eugenides zowel de zwakste als de sterkste kanten van zijn talent laat zien. De familiesage is prachtig, rijk en burlesk beschreven met veel oog voor de geleidelijke afvlakking, elke generatie weer iets meer, van de etnische identiteit en de Amerikanisering van de Griekse familie. Lefty vindt werk in (natuurlijk) de auto-industrie en zijn optreden in een bedrijfsrevue ter meerdere glorie van Henry Ford is een hilarisch hoogtepunt in dit deel van het verhaal – vooral omdat hij onmiddellijk erna ontslagen wordt. Maar helaas schijnt de geschiedschrijving wat te veel en nogal onorganisch door de regels door, van de teloorgang van de binnenstad tot de rassenrellen van de jaren zestig. Dat houdt het verhaal soms hinderlijk op, omdat Eugenides niet alleen af en toe een historisch gelijk lijkt te willen halen, maar ook een soort cuteness nastreeft wanneer hij die zijpaden inslaat.

Veel van de scènes worden gekenmerkt door wat ik het `waarom niet?'-syndroom zou willen noemen, herkenbaar in het latere werk van schrijvers als Ken Kesey en Erica Jong. Bizarre gebeurtenis wordt op bizarre gebeurtenis gestapeld, zonder dat het verhaal erdoor wordt verdergedragen en doorgaans zonder dat er een noodzaak voor aan te wijzen valt. En dat wreekt zich vooral doordat Eugenides de dosering van hoofdzaken en hilarische bijzaken maar niet lijkt te willen of kunnen controleren. De uit Griekenland meegesmokkelde zijdewormen, de pruik van Betty Ford, de Grieks-Amerikaanse presidentskandidaat Dukakis als tank-bestuurder, de bizarre gevolgen van de Drooglegging, het dendert maar door, overrompelend maar zelden echt leuk.

Het echtpaar Stephanides krijgt kinderen, kleinkinderen en het is als een van die kleinkinderen wordt geboren, het meisje Calliope, dat, in de chronologie althans, het tweede boek begint. En dat is een heel andere roman, veel meer in de coming of age traditie, maar dan wel op een heel uitzonderlijke manier.

Eugenides heeft op dat moment dat thema al herhaaldelijk aangekondigd, hij zwenkt veelvuldig van de ene historische episode naar de andere en hij doet dat op een nogal innemende manier door de lezer toe te spreken (`Maar voordat ik verderga met Desdemona's verhaal wil ik u nog up to date brengen aangaande...') Maar hij vergeet die lezer tot ver voorbij de helft van de omvangrijke roman te informeren over wat er nu werkelijk aan de hand is met Callie, waardoor ze zo dikwijls in situaties van verwarring en verlegenheid terechtkomt. Pas heel ver in de vertelling wordt die mogelijk morbide, maar geheel door de auteur opgewekte nieuwsgierigheid bevredigd: het geslachtsdeel blijkt de vorm van een krokus te hebben.

Middlesex is op dat punt al grotendeels mislukt als zwaluwstaart-verbinding van twee boeken, die zelfs in de handen van een getalenteerd auteur als Eugenides maar niet tot een geheel willen worden. Dit ondanks de (in de hedendaagse literatuur absoluut verplichte) nerveuze heen-en-weerschakeling tussen plaats en tijd, die Cal uiteindelijk in mannengedaante in Berlijn doet belanden, waar hij werkzaam is op de Amerikaanse ambassade.

Uiteindelijk helt het boek wel erg over naar de komische en te weinig naar de tragische kant. Is dat een bezwaar? Ja, want ik had wel iets meer willen voelen van de worsteling van Cal(lie) met haar/zijn seksuele identiteit. De uitvoerige beschrijving van zijn/haar erotische gevoelens tot een vrouwelijke leeftijdsgenote die hij, geïnspireerd door Buñuel, `The Object' blijft noemen, blijft daardoor ongeloofwaardig. Je kijkt als lezer wat klinisch naar zijn worsteling. En zelfs als hij in het Berlijnse heden onder de lakens kruipt met een Japans meisje dat met zijn geheim lijkt te willen leven, leest dat bijna als een voetnoot, onaangedaan opgeschreven, alsof ze samen een belastingformulier gaan invullen. Je wilt als lezer graag geloven dat Cal(lie) zich, `in tegenstelling tot andere mannelijke hermafrodieten, nooit misplaatst voelde als meisje' maar meer dan een mededeling wordt dat niet.

Eugenides doet in de laatste hoofdstukken, die zeker niet de minste zijn van het boek, een professionele maar tot vlak voor het eind niet erg ingeleefde poging de fusie aan te brengen die het boek zo hard nodig heeft. Zijn bijna dode grootmoeder vertelt Cal dan het grote familiegeheim, maar dat wist de lezer al vijfhonderd pagina's eerder. De afgewezen minnaar van Cals moeder Tessie probeert zijn wraak te halen door als Cals pseudo-ontvoerder losgeld te eisen, maar zelfs in die potentieel spannende en tragische scènes kan Eugenides het maar niet laten te veel naar vaudeville over te hellen.

Erg trefzeker zijn daarentegen de hoofdstukken daaraan voorafgaand, waarin Cal, na zijn besluit een jongen te zijn, het huis verlaat, een aanstaande ingreep door een nieuwlichtende seksuoloog ontloopt en Amerika ontdekt. In de road-noveltraditie zijn er weinig betere pagina's geschreven dan deze, vooral waar ze Cals gewenning, in de meest dagelijkse zin, aan zijn nieuwe identiteit behandelen. Hij leert te lopen, plassen, praten als een jongen, en doet dat uiteraard met vallen en opstaan. `My swagger wasn't that different from what lots of adolescent boys put on, trying to be manly. For that reason it was convincing. Its very falseness made it credible.'

De dood van zijn vader doet hem uiteindelijk naar Detroit terugkeren, de stad die hij als meisje verliet. Zijn broer rijdt hem rond. `In de straten van de stad waren mensen in duizenden zaken verwikkeld, geldproblemen, liefdesproblemen, schoolproblemen. Mensen werden verliefd, gingen trouwen, naar ontwenningsklinieken, leerden schaatsen, lieten zich een dubbelfocusbril aanmeten, deden examens, pasten kleren, lieten hun haar knippen, werden geboren. En in sommige huizen werden mensen oud en ziek en gingen dood en lieten anderen treurend achter. Het gebeurde telkens weer, onopgemerkt, en het was het enige dat ertoe deed. Wat er werkelijk toe deed in het leven, wat het gewicht gaf, was de dood. In dat licht bezien was mijn lichamelijke metamorfose maar een kleine gebeurtenis.'

Middlesex eindigt met een mooie toon van berusting: Cal in het ouderlijk huis tegen de geesten wakend tijdens de begrafenis van zijn vader. Een toon van authenticiteit ook, die in het boek, hoe onderhoudend ook, te vaak ontbreekt.

Jeffrey Eugenides: Middlesex. Bloomsbury, 532 blz. €19,05.

Een vertaling verschijnt in november bij Contact.

    • Jan Donkers