Leiden komt tot leven

De échte geschiedenis van het Leids ontzet is door de mythologie en heldenverhalen onvindbaar en vooral onhoorbaar geworden achter de jaarlijkse oorverdovende herdenkingen met kermis, optochten en volksfeesten. Op de basisscholen wordt nog altijd het verhaal verteld van de heroïsche bevolking die zich met succes tegen de perfide Spaanse belegeraars van Filips II verzet, waarna de kleuters zich verplicht aan de hutspot zetten. De requisieten van toen worden in de Leidse Lakenhal nog altijd gekoesterd – de koperen ketel, waarin de hutspot van de gevluchte Spanjaarden in de verlaten Lammenschans werd aangetroffen. Ieder jaar op 3 oktober wordt nog haring en wittebrood aan de Leidse burgerij weggegeven, hetzelfde voedsel dat de geuzen bij het ontzet van de stad uitdeelden. Eeuwenlang werden in het stadhuis de opgezette duiven bewaard, die bij leven als boodschappers van de prins de bemoedigende brieven de stad binnenvlogen.

Het was dan ook een prachtverhaal – een kruising tussen Sinterklaas en Iwan de Verschrikkelijke met Willem van Oranje als aanstichter en veldheer Francisco de Valdez als angsthaas. Verder in de hoofdrollen: de creperende Leidse bevolking die zich met wat bewapende vrijbuiters af en toe uit de stad op de Spaanse schansen wierpen. En het oerhollandse water dat de Spanjaarden bij Leiden tenslotte wegspoelde. In de rol van dramatische held: de burgemeester die zijn rechterarm aan de hongerende burgerij ter beschikking stelde, opdat hij zich met zijn linker tegen de papisten kon blijven verzetten.

De Britse televisie had er al lang zo'n prachtige documentaire van gemaakt, waarin men een eminente geschiedenisprofessor in country-dracht over het slagveld ziet stappen, de heuvels, kerken en bosschages aanwijzend vanwaar de beroemde charge van die of die cavalerie begon. Onwillekeurig verlangt men bij het lezen van Het Leids ontzet naar samensteller professor Johan Koppenol in deze rol, al was het maar omdat de ooggetuigen die hij aan het woord laat, de feiten zo rauw en onvoldongen presenteren. Dat is namelijk het grote plezier van dit boekje: de lezer kijkt mee door de ogen van getuigen, die lang niet allemaal sympathiseerden met de Leidse rebellen. Opeens wordt de verdeeldheid zichtbaar, vervaagt de grens tussen rebel en terrorist, springt het lijden van de boeren en burgers in het oog en krijgen ook de katholieken een stem. Vooral de dagboekfragmenten van de Spaansgezinde broeder Wouter Jacobsz uit Amsterdam zijn een waardevolle correctie op de dominante protestantse lezing van het ontzet. Nogal wat oprechte vaderlanders bleken van ganser harte op een Leidse overgave te hopen.

Het beleg van Leiden was ook een van de gruwelijkste episoden uit de Nederlandse opstand. Er vielen in de vier maanden van het beleg zesduizend doden onder de volkomen onvoorbereide burgerij, de meesten van pest en honger. Na de verloren slag op de Mokerhei en het verlies van Haarlem had Oranje alles over voor het behoud van Leiden, dus ook het verdrinken van heel Zuid-Holland. Dat het lukte om Leiden te bevaren was net zozeer te danken aan een reeks misverstanden bij de Spaanse schansen die als domino's omvielen.

Het Leids ontzet maakt van het romantische bevrijdingsverhaal van Leiden een realistische oorlogshandeling en schept ruimte voor de ontreddering, de terreur, het verraad en de chaos uit die tijd. Een historische kaart van Leiden en omgeving heb ik node gemist om alle schansen, polders, sloten en boerendorpen uit die tijd te kunnen terugvinden. Over het mislukte boekomslag (haring met uitjes op oude kaart) zwijgen we maar.

Johan Koppenol (red.): Het Leids ontzet. 3 oktober 1574 door de ogen van tijdgenoten. Athenaeum – Polak & van Gennep, 136 blz. €12,95

    • Folkert Jensma