Kroonprins en Cruijff hebben hetzelfde doel

Sport wordt steeds vaker gebruikt als middel voor ontwikkelingshulp. Kroonprins Willem-Alexander en oud-voetballer Johan Cruijff weten uit ervaring hoe goed de resultaten kunnen zijn.

Kroonprins Willem-Alexander en oud-voetballer Johan Cruijff hebben met elkaar gemeen dat ze zich via de sport inzetten voor mensen in ontwikkelingsgebieden. Om die reden waren beiden uitgenodigd gisteren in Den Haag de tweede Asser-Clingendael Sportlezing te verzorgen. De prins omdat hij binnen het Internationaal Olympisch Comité (IOC) deel uitmaakt van de Solidariteits Commissie en Cruijff als grondlegger van de naar hem genoemde Welfare Foundation.

De twee prominente Nederlanders waren bijeengebracht door de zusterorganisaties Clingendael, een instituut voor internationale betrekkingen, en het T.C.M. Asser Instituut, een instelling voor internationaal recht. De bijeenkomst verliep enigszins chaotisch, omdat Cruijff na een golfwedstrijd in het Schotse St. Andrews niet tijdig kon worden ingevlogen. Hij arriveerde op het moment dat de kroonprins op punt van vertrekken stond, met als gevolg dat het programma omgezet moest worden.

Zo kreeg de oud-voetballer niet mee hoezeer de prins het ontwikkelingswerk van het IOC prees. Willem-Alexander: ,,Sport geeft de mensen zelfvertrouwen, maakt ze trots en zorgt voor een gevoel van eigenwaarde. En daarmee worden de eerste stappen op weg naar onafhankelijkheid gezet.'' Cruijff verwees naar het motto van zijn Foundation, dat luidt: `Als je iemand kunt helpen, moet je dat doen'. Waarbij hij een parallel trok met een voetbalteam dat voor een goed resultaat afhankelijk is van samenwerking. En dat geldt volgens Cruijff ook voor mensen in ontwikkelingslanden. ,,Die kunnen het niet alleen.''

Cruijff en de prins spraken voor een gehoor van ambassadeurs, diplomaten, sportbestuurders, vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties (NGO's) en sporttrainers als Guus Hiddink, Johan Neeskens, Robert Maaskant, Henk Gemser en Ben Crum. Die vernamen van Willem-Alexander dat het IOC de komende vier jaar 170 miljoen dollar zal spenderen aan ontwikkelingsprojecten. Als voorbeelden van geslaagde initiatieven noemde hij de introductie van sport in een vluchtelingenkamp in Kenia, als gevolg waarvan de onderlinge spanningen zijn afgenomen. Maar ook de voetbalscholen in Braziliaanse sloppenwijken of de opleiding van voetbaltrainers in Burkina Faso. Daarnaast vertelde hij dat het IOC tal van atleten in de Derde Wereld helpt met studiebeurzen.

De Johan Cruijff Welfare Foundation werkt onder andere in India samen met de hulporganisatie Terre des Hommes, waar een opleidings- en sportinstituut voor kinderen is gesticht. Cruijff: ,,Op die manier hopen we jongeren te onttrekken aan kinderarbeid, al is het maar voor een paar uur per dag.''

Vanuit de zaal werd tijdens de vragenronde geopperd om het IOC, dat miljarden aan televisierechten incasseert, een volledig nieuw ontwikkelingsplan te laten opzetten. De kroonprins vindt dat geen goed idee. ,,Dat zou op dit moment een te grote stap zijn. Een nieuw programma moet op kleine schaal beginnen, in een bepaalde regio en gesteund door een krachtige organisatie. Daarbij moet altijd worden samengewerkt met organisaties die al in zo'n gebied aanwezig zijn. De projecten tot nu toe hebben uitgewezen dat die manier van werken erg effectief, succesvol en blijvend is.''

Cruijff wees erop dat een dikke portemonnee geen voorwaarde voor geslaagde hulpvaardigheid hoeft te zijn. Zijn organisatie is volgens hem een voorbeeld van een instelling die met beperkte middelen en met inzet van veel vrijwilligers het nodige tot stand kan brengen. Tenminste zo lang de overheersende opvatting blijft dat geven beter is dan ontvangen. ,,Ik weet niet wie dat heeft gezegd, maar hij heeft gelijk'', aldus Cruijff.