Hoofdprijs

Om het 100-jarig bestaan van Hotel American aan de Leidsekade in Amsterdam luister bij te zetten, mochten zo'n honderd schilders dit befaamde hotel schilderen. Een dag lang konden ze zich achter hun ezel op de stoep van het hotel uitleven. De hoofdprijs voor het beste schilderij bedroeg 5.000 euro, voor de tweede en derde prijs waren reizen naar Barcelona en Berlijn uitgeloofd.

Van heinde en verre waren schilders van diverse pluimage professionele schilders, maar ook zondagsschilders en mogelijk zelfs huisschilders naar American afgereisd. De jeugd had de overhand, haar ambitie stoomde tegen de fraaie gevel van het hotel omhoog.

De kunst diende ter plekke geschapen te worden. Twee thuis vervaardigde schilderijen werden onbarmhartig afgewezen, maar een jurylid moest toegeven dat men niet iedereen had kunnen controleren.

Toen ik tegen vier uur 's middags op de plek van de scheppingsdrift arriveerde, waren de meeste schilders al klaar. Ze praatten met al dan niet bewonderende passanten, of ze keken op een afstandje naar het product van hun talent. Dat is altijd een hachelijk moment voor de kunstenaar. Zal hij ineenstorten van zelfhaat, of komt hij tot de conclusie dat hij het meesterwerk van het jaar heeft gemaakt, althans, op zijn minst zijn meesterwerk?

Een uurtje later werden de schilders naar binnen genood. Bij een drankje mochten ze naar enkele slechte toespraken luisteren, voordat de jury de winnaars bekendmaakte.

Intussen had ik me voor enige nadere informatie tot een van de organisatoren gewend, een in een diepblauw pak gestoken heer. Hij overhandigde me zijn visitekaartje waarop stond: ,,Ariën Winkel, beeldend kunstenaar ontwerper artiste peintre dessinateur.'' Te Enkhuizen. ,,Ik schilder zelf ook'', zei hij er wat overbodig bij, want wat kun je anders verwachten van een `artiste peintre'?

Toen ik afscheid wilde nemen, zei hij nog snel: ,,Ik weet niet of de lezers van de NRC erin geïnteresseerd zijn, maar ik maak ook erotische schilderijen.'' Omdat ik niets liever doe dan de belangen van mijn lezers zo goed mogelijk behartigen, vroeg ik meteen: ,,Wat verstaat u onder erotische schilderijen?''

Hij keek met een snelle blik langs me heen en zei niet al te hard, maar wel goed verstaanbaar: ,,Blote wijven in ondergoed.''

,,Ik zal het doorgeven'', beloofde ik, en vergat commissie te vragen.

De prijsuitreiking begon.

Eerst werden de winnaars van de tweede en derde prijs naar voren geroepen. Hun schilderijen kwamen op een verhoginkje te staan. Toen brak hét moment van de artistieke waarheid aan. ,,De winnaar is....Ies Jacobs!''

Er gebeurde niets. We keken allemaal de zaal rond waaruit zich opeens een kleine gestalte losmaakte. Het was een gebogen, oude man in spijkerbroek, leunend op een stok. Hij sjokte moeizaam naar het midden van de zaal.

Dit was Ies Jacobs. Hij bleek op 84-jarige leeftijd de jeugd van Nederland vernietigend verslagen te hebben. Ik vroeg hem later als een volleerd verslaggever hoe hij dit moment ervaren had. ,,Ongelofelijk'', zei hij alleen maar.