Het spook van de grootschaligheid

Er zijn veel argumenten die pleiten voor het plan dat de Portugese architect Alvaro Siza oorspronkelijk had ontworpen voor de nieuwbouw van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Zelfs financiële.

Uit de vaak tegenstrijdige uitspraken die de Amsterdamse wethouder van Cultuur, Hannah Belliot, doet over de toekomst van het Stedelijk Museum blijkt dat er gelukkig nog niets vaststaat. De meest constante factor in haar beweringen is het bedrag van 57 miljoen euro dat voor de behuizing van het Stedelijk Museum beschikbaar is. Maar over hoe dit bedrag moet worden besteed, laat Belliot per dag wisselende geluiden horen. Eerst is het gehele bedrag bestemd voor een ingrijpende renovatie van het versleten, oude gebouw aan het Museumplein. Vervolgens verklaart de wethouder dat 17 miljoen euro voor herstel van de oudbouw meer dan genoeg is en heeft haar wendbare geest de resterende veertig miljoen al weer uitgegeven aan een nieuw `museum voor de 21ste eeuw' dat als een filiaal van het Stedelijk Museum aan de Amsterdamse Zuidas moet verrijzen. Maar ook dat kan morgen weer anders zijn. Zo borrelen de ideeën in de wereld van kunst en cultuur, zeker in Amsterdam, waar machtige projectontwikkelaars aan de droomplannen extra voeding geven.

Het is jammer dat Hannah Belliot haar reputatie van daadkrachtig bestuurder in één klap heeft willen vestigen uitgerekend met een besluit dat zich niet leent voor die ene harde klap: het besluit om de nieuwbouw van het Stedelijk Museum aan het Museumplein, ontworpen door de Portugese architect Alvaro Siza, in zijn geheel te schrappen. Een vermoedelijk tekort van ruim dertig miljoen euro is geen kleinigheid en de wethouder van Financiën Geert Dales is onverbiddelijk. Maar heeft de wethouder van Cultuur wel voldoende inhoudelijke, culturele argumenten verzameld die voor Siza's nieuwbouw aan het Museumplein pleiten? De klakkeloze wijze waarop zij subiet de uitbreiding liet vallen en alleen renovatie van het oude museumgebouw overhield, doet vermoeden dat zij niet erg op de hoogte is van de inhoud van Siza's nieuwbouwplannen en ook niet van de deplorabele staat van het met kamertjes en tussenverdiepingen dichtgeslibde gebouw. Zou zij goed op de hoogte van dit alles zijn geweest, dan had zij begrepen dat renoveren zonder uitbreiding een onmogelijke onderneming is. De aan- en inbouwsels, de kantoren, werkplaatsen, technische ruimtes die in de afgelopen veertig jaar het heldere zalencomplex hebben vertroebeld zullen bij renovatie buiten het hoofdgebouw een nieuw onderdak moeten krijgen. Of, zoals de Nederlandse project-architect van Siza, Marc à Campo, het zegt: ,,Er zal altijd een klont aan het gebouw komen. Dat is onvermijdelijk.''

Een klont

En omdat ook een klont een bouwwerkje is, moet er een architect aan te pas komen. In het geval van het Stedelijk Museum was dat de bijna zeventigjarige Alvaro Siza, een van de beste kunstenaar-architecten ter wereld, die in 1994 door museumdirecteur Rudi Fuchs en de toenmalige cultuurwethouder van Amsterdam Ernst Bakker was uitgenodigd om een uitbreiding van het Stedelijk Museum te ontwerpen. Siza gaf zijn klont de verschijningvorm van een witte kubistische villa in de tuin van het Stedelijk aan de kant van het Museumplein. De kelder van de villa bestemde hij voor werkplaatsen die ondanks de diepe ligging door een ingenieuze architectonische ingreep toch nog daglicht ontvangen. Op de begane grond drapeerde hij kantoren rond de bedrijfskantine. De eerste verdieping is voor de museumstaf. De tweede verdieping wordt door acht nieuwe tentoonstellingszalen in beslag genomen en deze staat dan ook met een transparante loopbrug in verbinding met het oude rode baksteengebouw van stadsarchitect A.L. Weissman uit 1895.

In dit uitbreidingsplan dat Siza samen met het Amsterdamse architectenbureau ADP van Marc à Campo tussen 1995 en 1999 volledig heeft uitgewerkt, ligt midden in de museumtuin een laag verbindingspaviljoen met een tamelijk grote museumwinkel en de bibliotheek. Onder de grond een boekenkelder, opslag en technische ruimtes. Boven de grond loopt het paviljoen, dat slechts één verdieping kent, met een gebogen gaanderij naar wat in de wandeling de Sandberg-vleugel is gaan heten, aan de kant van de Van Baerlestraat. Aanvankelijk wilde Siza deze uit 1954 daterende, door F.A. Eschauzier ontworpen `nieuwe-oude' vleugel behouden, ook als eerbetoon aan Jonkheer Willem Sandberg, de legendarische directeur van het Stedelijk Museum die na de Tweede Wereldoorlog met het witschilderen van de zalen en van het bakstenen trappenhuis, het Stedelijk Museum heeft `opengebroken'. De witte, modernistische architectuur van Siza – schatplichtig aan Le Corbusier – zou Sandberg zeker zijn bevallen.

Toch heeft de lichte, zakelijke hal van Eschauzier het niet overleefd in het ontwerp van Siza. Het gebouw is gesneuveld door het rampzalige `Ezelsoor', het driehoekige, opgetilde maaiveld op het Museumplein boven de ingang van de ondergrondse parkeergarage en de eveneens ondergrondse supermarkt van Albert Heijn. Deze arrogante trouvaille waarmee de Deense landschapsarchitect Andersson zijn herinrichting van het Museumplein `signeerde', noopte Siza met zijn uitbreiding van het pal naastgelegen Stedelijk Museum tot een ferme architectonische repliek. De directe omgeving van zijn creaties is een van Siza's eerste inspiratiebronnen. Met een gevoel van lichte wroeging sloopte hij de nostalgische Sandberg-vleugel om er een krachtig, grotendeels gesloten blok – ook weer wit natuurlijk – voor in de plaats te zetten. Eenmaal gebouwd zal de slanke, rechthoekige verschijning het ezelsoor kleineren tot een onbeholpen onding. De inhoud van Siza's Van Baerlevleugel: een keuken in de kelder en op de begane grond een groot restaurant aan de Van Baerlestraat dat ook 's avonds buiten de museumuren geopend zal zijn. Eindelijk zal de Van Baerlestraat aan deze kant gaan leven, ook als het donker is. Op de tweede verdieping zijn nog drie extra tentoonstellingszalen ingericht.

Ironisch in `Siza 1', zoals dit eerste ontwerp wordt genoemd, is de `showroom' die op de begane grond naast het restaurant is ingetekend. Hier hadden de Audi's moeten staan die voor het sponsorgeld zouden zorgen – 12 miljoen gulden – waardoor de bouw van de Siza-vleugel mogelijk was geworden. Maar vooral de PvdA in de hoofdstedelijke gemeenteraad, S. Piersma voorop, was in 1999 tegen deze `commerciële inmenging in een cultureel onafhankelijk instituut'. Hannah Belliot, ook PvdA, zei onlangs dat zij nu onmiddellijk, misschien wel eigenhandig, de Audi's het museum zou binnenrijden als daar zoveel sponsorgeld tegenover staat.

Puzzelen

Siza-1 werd opgevolgd door het tweede uitbreidingsplan, ook ontworpen door Siza, toen de in 2000 aangetreden zakelijk directeur van het Stedelijk Museum, Stevijn van Heusden, de werkelijke ambities van het Stedelijk inventariseerde en de bijbehorende kosten berekende. Veel meer expositieruimte was ineens geboden omdat het rijk een groot museum een aantrekkelijke propositie vond voor een substantiële financiële bijdrage. De nieuwbouw in Siza-1 leverde 1.156 vierkante meter extra expositieruimte, inclusief 126 vierkante meter showroom voor Audi. In het tweede plan dat Siza in 2002 voltooide was de tentoonstellingsruimte in de nieuwbouw meer dan verdubbeld tot 2.778 vierkante meter. De bibliotheek en het collectiecentrum waren naar een locatie in Amsterdam-Noord verbannen en met deze nieuwe gegevens begon het tekenen en puzzelen opnieuw. Vooral het puzzelen, want uiterlijk mocht het tweede plan niet veel verschillen van het eerste.

Het vertrek van de bibliotheek en het collectiecentrum naar Amsterdam-Noord was natuurlijk bij voorbaat al een onzalig idee. Het complete Stedelijk Museum hoort thuis op het Museumplein, met collectie en tijdelijke tentoonstellingen in broederlijke samenhang. En natuurlijk met de bibliotheek, waar je in het museumgebouw zelf kan binnenwandelen, zonder eerst een pont te moeten nemen.

Het plan Siza-1 is het slachtoffer geworden van het spook van de grootschaligheid. Het exploderende Guggenheimmuseum in Bilbao van de Amerikaanse sterarchitect Frank Gehry is een wereldwonder om te zien, maar heeft een verderfelijke invloed op het ongeduldige leger van ambitieuze stadsbestuurders. Iets dergelijks als in Bilbao zweeft door menig wethoudershoofd. Zo'n vitaal cultureel symbool dat alleen al door de spectaculaire architectuur voor opwinding, mensenhorden en een aantrekkelijk klimaat voor investeerders zal zorgen. Luister je naar de stemmen die het nieuwe `museum van de 21ste eeuw' aan de Amsterdamse Zuidas bezingen, dan hoor je de nerveuze trillingen die de Bilbao-koorts verraden.

Het Stedelijk Museum in Amsterdam moet zich niet door die koorts laten aansteken, dat is levensgevaarlijk voor een over de honderdjarige. Het Stedelijk moet niet het spektakel zoeken, maar zich concentreren op de moderne en hedendaagse beeldende kunst op de plek waar dit hoogwaardige culturele instituut geschiedenis heeft gemaakt en zich thuisvoelt, op het Museumplein tussen het Rijksmuseum en het Van Goghmuseum. Het oude gebouw moet hoognodig gerenoveerd worden, daarover is iedereen het eens. En zoals wij hebben gezien, geen renovatie zonder uitbreiding. Nu het rijk toch niet over de brug komt met een substantiële financiële bijdrage kunnen de plannen weer wat kleiner worden.

Zo verschijnt Siza-1 opnieuw aan de horizon. De kosten van `nieuwbouw en renovatie locatie Museumplein' zijn 59.446.000 euro, staat te lezen in een vorige maand verschenen brochure over de modernisering en uitbreiding van het Stedelijk Museum. Let wel, dat zijn de kosten van het tweede, grotere plan. Uitvoering van Siza-1 zal een paar miljoen euro minder kosten. Misschien komen de rekenmeesters wel precies uit op die 57 miljoen euro, het bedrag dat voor `onderhoudsvariant maximaal' beschikbaar is. Het zou van werkelijk moedige daadkracht getuigen als cultuurwethouder Belliot op haar schreden terugkomt en Siza-1 alsnog een kans geeft. Het eerste plan van Siza is bestekklaar en kan zo worden uitgevoerd. Maar Siza heeft zich geheel en al van het Stedelijk Museum teruggetrokken, zal zij tegenwerpen. Waarschijnlijk is dat hij zijn hand over zijn hart zal strijken als hij hoort dat het gaat om het plan dat hem het liefst was.

Iets als het Guggenheim in Bilbao zweeft door menig wethoudershoofd

    • Max van Rooy