Hemelse glorie voor Spaanse `turbosint'

Zondag wordt in Rome de oprichter van katholieke lekenbeweging Opus Dei heilig verklaard. Volgens critici had het nooit zo ver mogen komen.

Spanje kent vanaf zondag zijn turbosint. Dan zal de paus verklaren dat de Spaanse geestelijke Josémaria Escrivá de Balaguer (1902-1975), de oprichter van de katholieke lekenbeweging Opus Dei, de hemelse glorie deelachtig is geworden. Zoiets neemt normaal gesproken eeuwen in beslag, maar Escrivá redde het precies in zijn honderdste geboortejaar.

Het feestje is op zichzelf een mirakel, want zelden was een heiligverklaring zo controversieel als die van Escrivá. Dat begon al bij de voor de heiligheid vereiste wonderen. Met kunst en vliegwerk werd bewezen dat een bejaarde non van de ene op de andere dag van haar tumoren zou zijn genezen na tot Escrivá te hebben gebeden. Ook wonder twee en drie waren volgens critici doorgestoken kaart.

Voor de vijanden van Opus Dei is het duidelijk: de invloedrijke beweging, die onder de huidige paus de status van zogeheten `vrije prelatuur' (een zelfstandig territorium binnen het kerkelijk recht) verkreeg, zette haar gewicht achter een snelle procedure. De huidige paus maakt het menselijk gesproken niet lang meer en bij zijn opvolger moet maar worden afgewacht hoe de vlag erbij hangt. Opus Dei kent menig vijand in de moederkerk.

Dankzij de vlotte gang van zaken lopen nog velen rond met levendige herinneringen aan de nieuwe sint. De Spaanse journaliste en schrijfster Pilar Urbano, lid van Opus Dei, looft in haar boek over Escrivá diens eenvoud, bescheidenheid en werkdrift bij het uitdragen van het evangelie. Hij zag zichzelf als `een schurftige ezel' in zijn onderdanigheid tegenover God. Politiek neutraal en ver van het wereldse gelobby, probeerde hij in zijn werk zijn geloof te verwezenlijken. De zesduizend brieven uit honderd verschillende landen die vroegen om de procedure tot heiligverklaring in gang te zetten onderstrepen deze faam. Achthonderd pagina's aan getuigenissen bevestigen het leven van een heilige.

Uitgetreden leden schetsen een ander beeld. Zoals Bella Brigata, die in een open brief aan de paus (www.odan.org) voor het zielenheil van Escrivá bidt. Hij was een autoritaire hork en een bullebak. Of de heilige vader alsnog de ceremonie wil afblazen. Onder de spijtoptanten bevinden zich niet de minsten. María del Carmen Tapia was jarenlang de persoonlijke secretaresse van Escrivá en schreef een lijvig boek over haar ervaringen (Achter de drempel). De Venezolaanse, die het waagde voorzichtig de controledwang binnen de Opus Dei-beweging aan te kaarten, werd na acht maanden eenzame opsluiting de beweging uitgezet door een furieuze Escrivá. ,,Maria Magdelena was een zondaar, maar jij? Verleidster! Hoer! Zeug!'', zo beschrijft ze de afscheidstoespraak van Escrivá.

,,Tja, en dan al zevenentwintig jaar na zijn dood heilig. We moeten nog maar afwachten of Moeder Teresa dat zo snel redt'', grapt Jesús Ynfante, de schrijver van een recent verschenen biografie van Escrivá en uitvinder van de term turbosint. Escrivá komt naar voren als een dictatoriale ijdeltuit, die zelf zijn achternaam veranderde om wat chiquer voor de dag te komen en als een kind zo blij was toen dictator Francisco Franco hem de titel van markies verleende. Een reactionaire, licht-verknipte geest die zich binnen zijn beweging als `Vader' liet aanspreken. Discipelen moesten zichzelf er regelmatig van langs geven met de zweep. Het dragen van een kwelkettinkje was eveneens een aanrader.

Escrivá en zijn Opus Dei (Werk van God), een lekenbeweging die midden in de maatschappij moest staan om het evangelie uit te dragen, waren van meet af aan nauw verbonden met het regime van Franco. ,,Escrivá was een typische vertegenwoordiger van het klerikaal fascisme'', meent zijn biograaf. Groot was de vreugde toen de dictator een aantal van zijn volgelingen in het kabinet benoemde.

De woordvoerder van Opus Dei ontkent ooit iets met het dictatoriale regime te maken te hebben gehad. Voor het overige komt men zelden iets te weten van de beweging. ,,Opus Dei is een gesloten geheel, een sekte. De leden worden gehersenspoeld'', meent de socioloog Alberto Moncada (69), die in de jaren vijftig en zestig als lid de beweging diende. Als ex-lid wordt hij doodgezwegen: toen een nichtje zich in Peru aandiende bij de Universiteit die hij voor Opus had opgericht, bleek niemand zijn naam te kennen. Hij was een van weinige critici die bij de procedure voor de zaligverklaring werden toegelaten. Van Escrivá herinnert hij zich vooral diens permanente kwaadheid. Zijn getuigenis kon hij later niet meer terugvinden.

Moncada behoorde tot de harde kern, de zogeheten numerarios, die een gelofte afleggen van kuisheid en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. Er was sprake van een militaire discipline. ,,Je leefde als monnik, maar dan gewoon in de maatschappij. Geen eigen geld, voor alles moest je toestemming vragen. Zij bepaalden alles'', herinnert Moncada.

In de geest van zijn oprichter hanteert Opus aartsconservatieve morele principes: tegen voorbehoedmiddelen, abortus, homoseksualiteit, vrouwenemancipatie en seks voor het huwelijk. Dit wordt gecombineerd met een zakelijke geest en nadruk op goed onderwijs. De beweging bestiert meer dan 500 scholen en universiteiten, waaronder de Universiteit van Navarra en de prestigieuze businessschool IESE in Barcelona.

Volgens sommigen heeft Opus Dei in Spanje aan macht ingeboet en verplaatst zij haar werkterrein naar Latijns Amerika. Maar zij kan in Spanje nog steeds rekenen op onvoorwaardelijke steun van de Banco Popular. En binnen de huidige, conservatieve regering zijn minister van Defensie Federico Trillo en staatsaanklager Jesús Cardenal lid.

Zondag zullen leden van de regering in Rome aanwezig zijn. Premier Aznar, wiens grootvader een intieme vriend van Escrivá is, blijft thuis, naar verluidt om problemen te voorkomen.