Groener gras

Dat oud-CDA-partijvoorzitter Marnix van Rij pleit voor een opknapbeurt van de Nederlandse parlementaire democratie is nog wel te begrijpen (NRC Handelsblad, 26 september).

De suggestie dat de beroemde stabiliteit van de Duitse democratie als model kan dienen en de manier waarop hij de democratische vernieuwing in Nederland zou willen zien ontstaan, is dat niet.De Duitse politieke stabiliteit is slechts relatief. Het eerste rood-groene kabinet van Gerhard Schröder (SPD) had geen `zwakke broeder' nodig om tekenen van instabiliteit te vertonen: zeven ministers moesten de afgelopen vier jaar het veld ruimen, en bijna is het gehele kabinet voortijdig aan zijn einde gekomen toen de kanselier in november 2002, naar aanleiding van de vraag of Duitsland met militaire middelen moest deelnemen aan de oorlog tegen het terrorisme, de vertrouwensvraag stelde. En wat zou er met het beleid ten aanzien van kernenergie gebeurd zijn als Edmund Stoiber (CDU/CSU) de verkiezingen had gewonnen? Hoogstwaarschijnlijk zou het rood-groene besluit om kernenergie af te schaffen zijn teruggedraaid.

De dominantie van twee grote partijen in de vorm van het CDU/CSU en de SPD leidt tot rigiditeit en, zoals Van Rij zelf aangeeft, tot de noodzaak consensus te zoeken. Is dat niet juist datgene waar velen vanaf willen in Nederland? Het lijkt mij onverstandig te streven naar twee politieke hoofdstromingen. Afgezien van het feit dat het links/rechts-denken als concept steeds minder bruikbaar is in de politieke praktijk, lijkt mij het bewust streven naar een dergelijke tweedeling niet democratisch. In Duitsland zijn de twee hoofdstromingen gegroeid en niet gecreëerd.

    • Drs. Niels van Willigen