Geen leiders, alleen sterren

Waar zijn alle demonstranten gebleven? Dat vroeg de Britse krant The Observer zich deze zomer af, na 11 september, in een rondgang langs actiegroepen die gezamenlijk het etiket `antiglobaliseringsbeweging' opgeplakt kregen. Het antwoord van de activisten was opvallend positief: we zijn er nog. En het protest is actueler dan ooit: van de schuldencrisis in de Derde Wereld tot genetisch gemodificeerd voedsel en de sociale gevolgen van het beleid van IMF en Wereldbank. Bij de EU-top in Barcelona in maart kwamen nog altijd tienduizenden demonstranten op de been. Het enige dat is veranderd, aldus de activisten, is dat de media hun belangstelling voor het protest hebben verloren.

Die optimistische geluiden waren niet erg overtuigend. Het heeft weinig zin om de media de schuld te geven, want met terugwerkende kracht is nu duidelijk geworden hoe afhankelijk de antiglobalisten (zelf spreken ze liever van `anders globaliseren') zijn van kranten en televisie. De aandacht van actievoerders gaat nu vooral uit naar verzet tegen de oorlog in Afghanistan en de voorgenomen aanval op Irak. Maar de antioorlogsbeweging is, zeker in de Verenigde Staten, een marginaal verschijnsel, terwijl de antiglobalisten wél zaken voor elkaar wisten te krijgen. Door de grote demonstraties (en rellen) op de plaatsen waar de internationale elite vergaderde, van Seattle tot Genua, kwamen onderwerpen als `ethisch ondernemerschap', milieu en de sociale gevolgen van het neoliberalisme hoger op de agenda. Gematigde actievoerders mochten zelfs aanschuiven bij instellingen als IMF en Wereldbank en de Belgische premier Verhofstadt belegde een conferentie met activisten.

Populisme

Hoe kan die opwaartse lijn weer worden opgepakt? In haar nieuwe boek Fences and Windows schrijft Naomi Klein, wereldwijd beroemd geworden met haar manifest No Logo, dat ze niet heeft geprobeerd die vraag te beantwoorden. Er is volgens haar ook helemaal geen sprake van neergang, dit is nog maar het begin. Toch doet ze in het laatste stuk van deze bundel artikelen, die in Nederland deels in De Groene Amsterdammer verschenen, wel degelijk een poging om de bakens te verzetten. Na het instorten van de Twin Towers, meent Klein, is de tijd van symbolische acties voorbij. Even geen ruiten meer aan diggelen gooien bij symbolen van het kapitalisme als McDonald's. Het komt nu aan op de inhoud, op concrete acties. De abstracte kritiek op het mondiale neoliberalisme moet worden gekoppeld aan sociale initiatieven op lokaal niveau van huurders, schoolbesturen, immigranten en werknemers. Alle macht terug aan de grass roots, de gewone mensen. Dat is het refrein van veel activisten en ook van Naomi Klein. In het wantrouwen jegens elite en gevestigde politiek doet het linkse populisme van de antiglobalisten niet onder voor het rechtse populisme dat in veel Europese landen in opkomst is. En dat is meteen de voornaamste beperking ervan, nog afgezien van de grote verdeeldheid onder de talloze actiegroepen.

Kleins aanbevelingen zijn dan misschien het begin van een nieuwe tactiek, maar ze gaat lang niet ver genoeg. De grote verandering na 11 september is immers de terugkeer van de politiek: nu veiligheid prioriteit heeft gekregen, zijn de politici weer aan zet. De antiglobalisten hebben de nationale staat en politieke partijen veel te vroeg afgeschreven. De linkse kritiek op de neoliberale ideologie – Klein wijst er voortdurend op – is dat het publieke domein wordt uitgeleverd aan de markt. Maar tegelijk is het buitengewoon moeilijk gebleken om die retoriek te weerstaan. Klein zelf heeft vrijwel uitsluitend aandacht voor economie, hoewel ze toegeeft bepaald geen deskundige te zijn en er in haar artikelen nauwelijks cijfers voorkomen. Ze heeft ook allesbehalve een hoge pet op van de politiek. De laatste keer dat ze naar de stembus ging werd ze `overmand door een buikpijn die nog heviger was dan die van mijn vrienden die hun stem gewoon inslikten'. In het voorbijgaan schrijft ze zowel de Amerikaanse Democraten als de Republikeinen af, als partijen die volledig in de greep zijn van het grote bedrijfsleven. Maar zeker in het licht van de voorgenomen oorlog in Irak, waar Al Gore grote bedenkingen tegen heeft, kan moeilijk worden volgehouden worden dat de keuze tussen deze twee partijen lood om oud ijzer was.

Protestgeneratie

De antiglobalisten hebben geen leiders, schrijft The Observer, alleen beroemdheden, en Klein hoort daarbij. No Logo, haar eerdere aanklacht tegen de tirannie van de commercie, groeide uit tot een bestseller en werd de handbijbel van de nieuwe protestgeneratie. De kracht van dat boek zat voor een groot deel in de precieze analyses en talloze details die Klein in vier jaar had opgediept. Na dit succes reist Klein de wereld af in het voetspoor van de demonstranten. De artikelen in de bundel zijn daar de neerslag van. Alle grote demonstraties en de belangrijkste onderwerpen komen langs, van vrijhandel tot genetisch versleutelde rijst.

Voor eigen onderzoek heeft Klein nauwelijks tijd meer en dat lijkt ze te willen compenseren door retoriek. Democratie komt niet tot stand door de invisible hand van de markt, schrijft ze, maar door `echte handen' van echte mensen. Voor de oorlog tegen terrorisme was er al een `oorlog tegen de publieke sfeer'. Ze vergelijkt fundamentalistische terroristen met Amerikaanse vertegenwoordigers bij de Werelhandelsorganisatie; `kamikaze-kapitalisten'. Ze stelt bovendien het religieuze wereldbeeld van Bin Laden gelijk aan de `mythische' mix van consumentisme en patriottisme in Amerika na 11 september. Ze verklaart de haat van fundamentalisten tegen Amerika uit het onvermogen van de Verenigde Staten om de volgens haar algemeen aanvaarde liberale idealen in de praktijk waar te maken. Ze concludeert ook, dat de Amerikanen met hun eenzijdige wereldbeeld `tenminste tijdelijk' het recht op mededogen met de slachtoffers van 11 september in de niet-Westerse wereld hebben verspeeld. Want wat bewoog de terroristen? Ze wilden hun `pijn delen'. Alleen wanneer Klein terugvalt op haar kennis van marketingwereld, opgedaan voor No Logo, ontstijgt ze dit soort holle kreten, die soms ronduit onaangenaam klinken.

Naomi Klein: Fences and Windows. Dispatches from the Front Lines of the Globalization Debate. Picador USA, 268 blz. €16,95. Vertaald door Rob van Erkelens en Nicoline Timmer als Dagboek van een activiste. Lemniscaat, 213 blz. €19,95.

    • Peter de Bruijn