Europa in de Kamer

De Europese Unie staat aan de vooravond van de belangrijkste gebeurtenis sinds haar oprichting: de uitbreiding met tien landen. Volgende week zal de Europese Commissie naar alle waarschijnlijkheid de aanbeveling doen om vanaf 2004 Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Estland, Letland, Litouwen, Slovenië, Cyprus en Malta tot de Unie toe te laten. Aan die uitbreiding zijn kansen en risico's verbonden die hun weerga niet hebben. In het algemeen kan worden gesteld dat uitbreiding moet omdat de nieuwkomers het wensen. Tegelijkertijd is hervorming van de Unie noodzakelijk wegens dreigende onbestuurbaarheid. Nu al komt `Brussel' slechts met moeite aan besluitvorming toe. Hoe zal dat, bij ongewijzigd beleid, zijn als er tien landen bij komen? Met recht kan worden gezegd dat Europa door de uitbreiding voor zijn grootste beproeving komt te staan. Scepsis over het welslagen klinkt overal. Begrijpelijk, hoewel de EU groot is geworden door de inzet en overtuiging van Europese `stamvaders' die zich niet door een tegenslagje hier of daar van de wijs lieten brengen.

Het is opmerkelijk dat het gisteren in het jaarlijkse Tweede-Kamerdebat over de staat van de Europese Unie uitgerekend het vertrekkende lid Melkert (PvdA) was die geen `euroscepsis' toonde. Hij heeft niets meer te verliezen, maar dat maakt zijn gelijk er niet minder om over wat hij zei over de uitbreiding, de landbouw en de reputatie van Nederland in Europa. Het feit dat het kabinet openlijk heeft gezinspeeld op voorbehouden bij de uitbreiding als niet eerst afspraken zijn gemaakt over hervorming van de landbouw, was Melkert een doorn in het oog. Terecht. Het klungelachtige optreden van de minister van Landbouw, Veerman, die hierover onlangs door zijn eigen premier werd gecorrigeerd, heeft de zaak er niet beter op gemaakt. Moet Nederland in december op de top van Kopenhagen zijn veto over de uitbreiding uitspreken? Dat is ondenkbaar.

Het gaat er nu om verstandig leiderschap te tonen en de toch wat geschonden Nederlandse reputatie in de Unie op te lappen. Premier Balkenende verzekerde de Tweede Kamer gisteren dat hij voor een sterk Europa is en dat hij af wil van ,,het beeld van euroscepsis''. Sinds de verkiezingsuitslag, met winst voor de LPF als partij die de grootste twijfels over Europa heeft, kleeft dat beeld aan het nieuwe kabinet. De EU verdient zeker een kritische benadering, maar het grote werk van de uitbreiding gaat hoe dan ook door. Het is dus zaak om de blik op de hervormingen te richten, op het landbouwplan van Eurocommissaris Fischler en op ná 2004, als de nieuwkomers volwaardig lid zijn. Dat is beter dan over euroscepsis te blijven zeuren.