Een zachtmoedige doodgraver

Conny Braam, auteur van een gestaag, ook in kwalitatief opzicht groeiend oeuvre, treedt met haar nieuwste roman De onweerstaanbare bastaard onmiskenbaar in de sporen van Nederlands oudste nog levende romanschrijver en grote verteller: Theun de Vries. De onweerstaanbare bastaard is het tweede deel van een romancyclus over IJmuiden, de plek waar Braams betovergrootouders midden negentiende eeuw neerstreken. Haar aanpak roept de magistrale historische cyclus van De Vries over het geslacht Wiarda in herinnering. Zo beschreef hij in Stiefmoeder Aarde (1936), deels op basis van overgeleverde familieverhalen, de veranderingen die zich aan het einde van de negentiende eeuw in Friesland voltrokken. Het zijn realistische historische streek- en familieromans met een sterk sociale inslag.

Over dit genre is vaak in badinerende zin gesproken, omdat het zich leent tot politieke traktaatjes, maar in handen van echte schrijvers kan fictionalisering van historisch materiaal dat bij wijze van spreken schreeuwt om sociaal engagement tot ware literatuur uitgroeien. De Vries is daarvan het beste bewijs, Braam (1948) laat zien dat het sociaal realistische genre nog springlevend is. Het is ook de pendant in romanvorm van de meer documentaire werkwijze die een non-fictieverteller als Geert Mak met veel succes toepast.

Een complete romancyclus is de passende vorm voor een tegelijk brede en gedetailleerde beschrijving van een historische epoche. Met als bijkomend voordeel dat naarmate de cyclus vordert ook een ontwikkeling in het schrijverschap van de auteur zichtbaar wordt. Het eerste deel van Braams IJmuidense vertellingen, De woede van Abraham (2000), handelt over de uit het tsaristische Rusland gevluchte lijfeigene Nicolas Abraham, zijn vrouw Julia en hun opstandige dochter Lena. Het gezin wordt van hun boerderij in het duingebied rond IJmuiden verdreven wegens de aanleg van het Noordzeekanaal. Ze solidariseren zich met de straatarme `gastarbeiders' die het kanaal graven, wat Braam in de gelegenheid stelt de geschiedenis van de streek te beschrijven vanuit de optiek van het `gewone volk'. In De woede van Abraham verlooft dochter Lena zich met de maatschappelijk bewogen Multatuliaan Ezekiel Boerhaave, redacteur van de Opregte Haarlemsche Courant. Zijn politieke engagement maakt het hem onmogelijk zijn beroep als journalist te blijven uitoefenen, zodat hij gedwongen is het werk van zijn schoonvader over te nemen: hij wordt doodgraver te IJmuiden.

In het nu verschenen tweede deel, dat de jaren 1914-1919 bestrijkt, is Ezekiel overleden. Lena Boerhaave-Abraham woont met haar oudste zoon, de weduwnaar Nico en diens drie kinderen in een huisje naast de Westerbegraafplaats in IJmuiden. Nico, een zachtmoedige, idealistische antimilitarist, is zijn vader en grootvader opgevolgd als doodgraver en heeft daar zijn handen aan vol. Er woedt oorlog in Europa en hoewel Nederland neutraal blijft, is de vissersvloot van IJmuiden regelmatig ten prooi aan zeemijnen of beschietingen van Duitse of Engelse oorlogsschepen. De lijken spoelen bij tientallen tegelijk aan op het strand.

Lena's jongste zoon Bart Boerhaave is in veel opzichten de tegenpool van Nico. Hij ontwikkelt zich tot een `OW-er', iemand die grote oorlogswinsten maakt en bereid is daarvoor zelfs zijn familie te verraden. Tussen de twee broers staat hun aantrekkelijke vrijgevochten zus Klara. Ook zij profiteert als uitbaatster van een café van de oorlog, maar kiest als het er op aankomt voor de uitgebuite IJmuidense vissers en laat een getraumatiseerde Duitse deserteur bij zich onderduiken. De ooit zo hechte, sociaal betrokken familie dreigt uiteen te vallen, zeker als in november 1917 een deel de kant van de bolsjewistische revolutie in Rusland kiest en een andere deel zich tot niets ontziende kapitalisten ontwikkelt. In het familieverhaal tekent zich tegelijk af hoe een gemeenschap, in dit geval IJmuiden, onder extreme omstandigheden kan desintegreren.

Slachtoffers

Een partijkeuze achteraf voor de slachtoffers, verdrukten en opstandigen is al te gemakkelijk, obligaat zelfs. Braam weet deze valkuil te vermijden. Al schemert duidelijk door waar haar sympathie ligt, ze hoedt zich toch voor een schrille zwart-witschildering in termen van goed-fout. Zo krijgt zelfs de oorlogsprofiteur Bart sympathieke trekken mee, terwijl moeder Lena eerder als berekenend dan als heilig wordt voorgesteld. Over het algemeen zijn de personages in De onweerstaanbare bastaard menselijker dan de soms nogal schematisch voorgestelde helden in De woede van Abraham.

Uitzondering en zwakke stee in de roman is de `positieve heldin' Doenja, een door Bart in Berlijn opgepikte Russische vluchtelinge. De bolsjewistische Doenja, beeldschoon en in moreel en intellectueel opzicht boven iedereen uittorenend, wordt op een ongeloofwaardige manier het verhaal in geparachuteerd, als een seksueel bevrijde kruising tussen Rosa Luxemburg en Alexandra Kollontaj. Dit vloekt met het door Braam zo gewetensvol opgeroepen tijdsbeeld. Genoemde bolsjewistes zouden het wel uit hun hoofd hebben gelaten met een parvenu als Bart Boerhaave het bed te delen. De historische `Doenja's' waren over het algemeen gestrenge blauwkousen die in iedere bourgeois een spion vermoedden en bovendien in 1917 wel iets belangrijkers te doen hadden dan zich in een gehucht als IJmuiden te laten opsluiten.

Vermoedelijk heeft Braam Doenja, die wel iets heeft van Regina in Stiefmoeder Aarde van Theun de Vries, nodig om de geschiedenis van het Russisch-IJmuidense geslacht Abraham-Boerhave in een volgend deel (bijvoorbeeld over de Tweede Wereldoorlog en de beruchte Velser affaire) te kunnen voortzetten. Dit overwegende, zou het me zelfs niet verbazen als deze romancyclus over IJmuiden een bewuste allusie is op die van Theun de Vries over Friesland. Of zou het stom toeval zijn dat Braam IJmuiden als `bastaard' aanduidt, terwijl De Vries zijn Friese land van herkomst een `stiefmoeder' noemt.

Socialistisch-realisme

Hebben we bij zowel Theun de Vries als Conny Braam nu te maken met het beruchte `socialistisch-realisme' dat werd gepreekt door Maxim Gorki en dat in Rusland onder Stalin tot absurd dogma werd verheven? Theun de Vries heeft over het sociaal realisme gezegd dat het uitgaat van `de sociale perspectieven die mensen zich stellen, met alle psychologische en sociale gevolgen vandien.' Maar, voegde hij er aan toe: `een schrijver moet wel een kunstenaar zijn en niet een willekeurige scribent die alleen over een nieuwe fabriek wil schrijven en de rest larie vindt.'

Tot die laatste categorie behoort Conny Braam zeker niet. Aan de andere kant beschikt ze evenmin over het brede artistieke palet van een De Vries. Wel is ze bereid uitputtend onderzoek te doen en haar personages in een geloofwaardige historische context te plaatsen. Haar kracht ligt minder in de trefzekere beelden of doorleefde karakteriseringen dan in de opbouw van een spannende en verrassende plot. Daar komt bij dat haar beschrijvingen van historische IJmuidense drama's – zoals de berging van de Duitse torpedojager V69 – van een meesterlijk inlevingsvermogen en stilistisch vakmanschap getuigen. Een onversneden schrijfster kortom, beschikkend over materiaal dat gerust een goudmijn kan worden genoemd.

Conny Braam: De onweerstaanbare bastaard. Augustus, 351 blz. €18,50

    • Elsbeth Etty