Een wrede hand

Families zijn zelden gelukkig, wat hun fotoalbums ook vertellen. `Jullie dachten dat jullie het geluk achternazaten? Wacht maar, op een dag zit het geluk jullie achterna'.

Een man luistert beroepshalve gesprekken af. Het gaat hem niet om de inhoud van die gesprekken, wat de mensen tegen elkaar zeggen die hij afluistert interesseert hem niet. Hij wil alleen een zo perfect mogelijke opname ervan, want daarvoor wordt hij betaald. Dat is zijn werk, en zijn werk is zijn leven.

Hij heeft een vriendin, maar die weet niet waar hij woont, of hij alleen woont, waar hij werkt, ze weet niet eens dat het vandaag zijn verjaardag is. Naar eigen zeggen wordt hij 42.

Ze weet alleen dat hij soms niet naar haar luistert aan de telefoon, dat voelt ze. En ze herkent hem aan de manier waarop hij binnenkomt – hij heeft de sleutel van haar appartement – eerst steekt hij de sleutel heel zacht, bijna geluidloos in het slot en dan gooit hij de deur open alsof hij verwacht haar op iets te betrappen. En als ze hem te veel vragen stelt gaat hij weg, want zegt hij: ,,Ik heb geen geheimen.''

Op een dag, om precies te zijn op zijn verjaardag, begint hij te luisteren naar de gesprekken die hij eigenlijk alleen zou moeten opnemen. En dat hoewel hij tegen een assistent zegt: ,,Als ik één ding in dit beroep heb geleerd, is het dit, ik weet niets van nieuwsgierigheid, ik begrijp niets van de menselijke natuur.''

Maar het begint hem te dagen dat hij gebruikt wordt, dat zijn werkzaamheden een misdaad mogelijk maken in plaats van te verhinderen, en hij gaat luisteren. Niet omdat hij nieuwsgierig is, maar omdat hij geplaagd wordt door iets anders, sluimerende schuld. Tegen zijn natuur in, tegen zijn beroepsethiek in, tegen alles in waarvoor hij staat. Vanaf dat moment is hij reddeloos verloren.

Wat ik hier navertel is de film The Conversation van Francis Ford Coppola uit 1974.

Als er een canon van films bestond zou deze in de top-10 moeten staan, en minstens één keer in de vijf jaar zou men deze film moeten bekijken, ongeacht hoe vaak men hem al gezien heeft. De brieven van Multatuli kunnen wachten, de laatste roman van Walser, een ooggetuigenverslag van de oorlog in Afghanistan, dat alles is minder urgent dan The Conversation.

De afluisteraar, Harry Caul genaamd, wordt door Gene Hackman gespeeld als een afwezige, als iemand die ook wel afwezig moet zijn, omdat hij niets anders wil zijn dan een levensgroot oor dat alleen onzichtbaar kan functioneren. Iemand die er niet is, en die vernietigd wordt op het moment dat hij er begint te zijn. Misschien besefte Caul dat hij alleen kon bestaan door twee basisbehoeften van de mens af te zweren: gezien en gehoord willen worden.

The Conversation is de ultieme film over eenzaamheid, juist omdat Coppola daar geen thema van heeft willen maken, of daar allerlei uitspraken en conclusies aan heeft willen verbinden. Caul is er eigenlijk redelijk goed aan toe zonder andere mensen. Het enige wat hij nodig heeft zijn zijn apparatuur en zijn opdrachten, het verzamelen van menselijke gesprekken die voor hem abstract blijven omdat de inhoud ervan hem niet boeit.

Zoals hij tegen zijn huisbaas zegt: ,,Het maakt me niet uit als hier alles afbrandt, ik heb geen persoonlijke bezittingen van waarde, al wat ik heb zijn mijn sleutels.''

Gene Hackman in zijn werkruimte achter zijn bandrecorder, steeds weer luisterend naar hetzelfde gesprek, waarvan de exacte betekenis hem nog ontgaat, dat zijn beelden die je je nog herinnert lang nadat je de film voor de eerste keer hebt gezien.

Steeds weer hoort hij dat ene zinnetje dat hij met veel moeite verstaanbaar heeft weten te maken: ,,Hij zou ons vermoorden als hij de kans had.''

Een zinnetje waarvan hij de betekenis pas begrijpt als het al te laat is, als daden de woorden zijn gevolgd.

Caul luistert, wordt schuldig en kan die schuld niet inlossen.

Er zijn tekens, we moeten ze alleen nog ontcijferen, maar is het niet beter de tekens te laten voor wat ze zijn? De film vraagt: zijn we niet beter af als we niet luisteren? Daarop geeft Coppola, gelukkig, geen eenduidig antwoord.

Caul is beroepshalve achterdochtig, je zou zijn achterdocht een talent kunnen noemen. The Conversation eindigt met beelden van paranoia die geen paranoia genoemd kunnen worden, omdat het niet om een waan gaat maar om werkelijkheid.

De afluisteraar wordt nu afgeluisterd, zoveel is hem ook telefonisch medegedeeld. En Caul sloopt zijn appartement, centimeter voor centimeter, luxaflex na luxaflex, nauwkeurig, eerst nog rustig, op zoek naar de afluisterapparatuur.

Je ziet het en denkt, ja, dit is waanzin. Zo ziet paranoia eruit. Maar even later moet je jezelf corrigeren, nee, dit is gezonde achterdocht.

Wanneer hij zijn hele appartement heeft gesloopt, maar niets heeft kunnen vinden, pakt Caul zijn saxofoon, het enige pleziertje dat hij zich gunt, en gaat spelen, in een hoekje van zijn onttakelde appartement.

Dat is niet de eenzaamheid die zegt: ,,Niemand luistert naar me.'' Dat is die andere, die zegt: ,,Er wordt naar u geluisterd.''

Mark Romanek debuteert als regisseur met de film One Hour Photo, ook het script is van zijn hand. Daarvoor genoot hij enige bekendheid als maker van videoclips. In een interview verklaarde Romanek dat One Hour Photo als een hommage gezien kan worden aan films als The Conversation en Le Locataire van Roman Polanski, gebaseerd op een roman van Roland Topor. Die laatste film is onmisbaar voor wie het griezelen wil leren en wie wil dat niet?

Romanek heeft iets met foto's. Voor hij aan een project begint selecteert hij eerst een aantal foto's om zich er door te laten inspireren.

Net als The Conversation gaat ook Romaneks film over de vraag wat wij moeten met beelden en geluiden die niet voor onze ogen en oren bestemd zijn. Momenten uit levens van anderen, gevangen op een band, of op foto's. Kiekjes.

Wij kijken naar vakantiefoto's van anderen en vervelen ons te pletter. Huwelijksfoto's, nog erger. Maar hier en daar gebeurt het noodlottige wonder. De foto krijgt betekenis doordat degene die erop staat niet meer bestaat, weggelopen, dood of anderszins vermist. Of doordat degene die erop staat niet meer in die vorm bestaat, een tachtigjarige als twintigjarig schoonheidskoninginnetje op een lentebal, een man die net zijn beide benen in de Alpen heeft verloren, wankelend op een ladder bij het snoeien van een appelboom. Het gat tussen het heden en een verleden, dat zich met geen mogelijkheid meer laat dichten, dat gat is de betekenis.

Of wij zien in foto's iets wat we zelf niet hebben, maar wel zouden willen hebben. Het gat ligt tussen wat is en wat zou moeten zijn. Vrijwel alle foto's van de geïllustreerde bladen richten zich op dat gat. Of de dames en heren nu gekleed zijn of ongekleed, hun nauwelijks verhulde boodschap is, dit kunt u hebben, dit kunt u zijn, als... Zoals kiekjes verwijzen naar een verleden, verwijzen de foto's van dat soort bladen naar een toekomst, maar wel een die net zo onbetreedbaar is als ons eigen verleden.

Sy Parrish, hoofdpersoon uit One Hour Photo, constateert dat je bij het doorbladeren van onze fotoalbums wel moet geloven dat ons leven een aaneenschakeling was van gelukkige momenten. Wij fotograferen alleen wat wij niet willen vergeten, weet Sy Parrish, en dat spijt hem, want hij zou zijn hele leven wel willen vergeten. Er blijft voor hem niet veel te fotograferen over.

Ja toch, details. Een oude krant, schoenen, een plant, een vinger, een gordijnrail, dat soort dingen kun je fotograferen als je je leven wilt vergeten. Sy Parrish richt zich op de onooglijke details, op wat iedereen over het hoofd ziet.

De ingenieuze truc van Romanek in deze film is dat hij aan onze fotoalbums dezelfde kwaliteiten toekent als aan die van de zorgvuldig in scène gezette foto's van reclamecampagnes en geïllustreerde bladen. Allebei verwijzen ze, volgens hem, naar een realiteit die nooit zal bestaan, en die ook nooit echt bestaan heeft. Hij steekt zijn tong naar ons uit en zegt: haal je fotoalbums uit de kast, blader erin, en denk je nou dat dat je leven was? Wat zijn jullie er mooi ingelopen. Niet veel momenten die jullie je wilden herinneren hè, eigenlijk verdomd weinig, niet? En als hij dat gezegd heeft, maakt Romanek tevreden smakkende geluiden met zijn lippen.

Sy Parrish trapt niet in de val van zijn eigen fotoalbum, want dat heeft hij niet, maar in dat van een ander.

Sy werkt in een winkelcentrum zo groot als een dorp. Hij werkt op de afdeling waar je foto's in één uur kunt laten ontwikkelen. Hij is net zo onzichtbaar als Caul in The Conversation, maar nog onaantrekkelijker, nog grijzer. Hij luistert ook niet af, hij ontwikkelt foto's.

Romanek laat het winkelcentrum zien als fabriek, eindeloze gangen met goederen waarvan je niet kunt voorstellen dat je die ooit nodig zou willen hebben. Felle, onaangename verlichting die de mensen iets onappetijtelijker maakt dan ze van nature al zijn.

Daartussen beweegt Sy zich slepend voort in zijn blauwe bedrijfsuniform. Een man die geslagen is door het leven, maar niet terugslaat, onzichtbaar wordt.

Een spiegel voor werknemers met het opschrift: `Controleer je glimlach'. En Sy controleert zijn glimlach, dat is wat hij heeft, dat is zijn handelswaar.

De AGFA-machines waarmee hij de foto's ontwikkelt zijn zijn kinderen, de vaste klanten zijn zijn vrienden. Niet dat hij veel met ze praat, maar hij kent ze door hun foto's. Een mevrouw die alleen haar katten fotografeert, een verzekeringsagent die alleen beschadigde auto's fotografeert, en veel, heel veel mensen met kinderen, want zodra mensen kinderen krijgen worden ze fotogek. Vooral met het eerste kind, daarna neemt het langzaam af.

Thuis heeft Sy een muis in een kooitje, of een marmot – ik vind het moeilijk verschil te zien tussen witte muizen en marmotten – in ieder geval een beestje in een kooi, waarmee hij af en toe praat, maar niets noemenswaardigs. Geen intensieve contacten zoals hij die met zijn klanten door middel van hun foto's onderhoudt.

Sy Parrish kijkt naar de levens van anderen, althans naar die momenten uit hun levens die zij aan de vergetelheid willen ontrukken.

En dan is er de familie Yorkin, man, vrouw en een kind. Ook zij komen geregeld bij Sy, want hun leven bestaat uit bijzonder veel gelukkige momenten. Een kinderfeest hier, een strandwandeling daar, het geluk straalt van de foto's af, het wordt je bijna te gortig.

Sy kijkt naar die foto's en ziet betekenis die er niet is, althans niet voor hem. Hij valt als een bijl voor het geluk van anderen.

Ik heb Robin Williams altijd een hoogst irritante acteur gevonden. Waar hij zich ook bevond op het scherm, al was het driehoog achter, hij leek je altijd toe te roepen: ,,Heb me lief, ik vind het helemaal niet leuk om grappig te moeten doen, maar ik doe het voor jullie, want jullie hebben het ook niet makkelijk, heb me daarom lief, dan zal ik jullie liefhebben.'' Zelfs in films waarin hij lang niet slecht was, misschien wel goed, als Awakenings, The World According to Garp, The Birdcage vond ik het moeilijk echt enthousiast over hem te zijn.

Als Sy Parrish is Robin Williams iemand anders geworden. The New York Times schreef dat Williams zo goed was dat het bijna pijnlijk was om naar hem te kijken. Dat vat het aardig samen.

Als Parrish is Williams griezelig en deerniswekkend tegelijkertijd, buitenaards en toch iemand die je op de hoek van de straat meent aan te kunnen treffen, volledig gesloopt door het leven en toch zo trots als een pauw, beheerst en tegelijkertijd staat hij op het punt te ontploffen, voor de allereerste keer in zijn leven, maar dan ook meteen voor de laatste.

Als de familie Yorin foto's laat ontwikkelen maakt Sy ook altijd een afdrukje voor zichzelf. Hij heeft zich het geluk van de familie Yorin toegeëigend, in zijn fantasie is hij door de Yorins opgenomen als een oom, kind aan huis bij ze om te spelen met hun zoon Jacob, of om wat eten te maken. Hij weet ook alles van ze, en hij neemt de foto's van de Yorins mee naar huis en hangt ze op aan de muur.

Eén muur vrijwel volledig gevuld met het geluk van de Yorins.

Als hij een avond in een cafetaria wat zit te eten en de foto's bekijkt die de Yorins die dag hebben laten ontwikkelen, vraagt de serveerster: ,,Mag ik eens kijken?''

Hij geeft ze aan haar.

,,Familie?'' vraagt ze.

,,Mijn neefje'', zegt hij.

Ze glimlacht. ,,Jij zal wel zijn lievelingsoom zijn'', zegt ze.

Sy's fantasie is werkelijkheid geworden. Hij is gaan geloven in de illusie van familiefoto's die hij alleen had moeten ontwikkelen, waarnaar hij nooit had moeten kijken. Zoals Caul nooit had moeten luisteren naar de gesprekken die hij alleen maar had moeten opnemen.

Sy Parrish zoekt asiel en hij heeft het gevonden bij de familie Yorin, alleen zijn zij zelf daarvan jammer genoeg niet op de hoogte gesteld.

Op een dag ziet hij een boek van Deepak Chopra uit de winkeltas van mevrouw Yorin steken, The Path to Love. Hij koopt dat boek, leest het, om het bij een volgende ontmoeting met mevrouw Yorin schijnbaar toevallig tevoorschijn te halen.

Het lijkt me niet dat Romanek met dit boek ironisch commentaar heeft willen leveren of een sociologisch nootje heeft willen kraken. Een boek met zo'n titel behoeft geen ironisch commentaar, we zijn beter af als we Deepak Chopra en zijn plaats in de film serieus nemen. Wanneer Sy uit het boek citeert om indruk te maken op mevrouw Yorin, past het ons niet om boven die wijsheid te gaan staan omdat wij beter zouden weten. Als we dat doen zijn we in de val getrapt die Romanek voor ons heeft uitgezet. ,,Wat we het meeste vrezen'', citeert Sy Chopra, ,,is allang gebeurd.''

Het geluk van de familie Yorin blijkt niet zo gelukkig als wij dachten. Natuurlijk niet. Families zijn zelden gelukkig, wat hun fotoalbums ook vertellen. Doordat Sy niet alleen naar de foto's van de familie Yorin kijkt, maar ook naar die van anderen, komt hij achter het ongeluk van de Yorins. Een ongeluk dat hij volledig onacceptabel vindt, hij laat zich niet zijn illusies vernietigen, zelfs niet door meneer Yorin, gespeeld door Michael Vartan, een acteur die angstaanjagend veel op Tom Cruise lijkt.

Sy moet in actie komen, hij moet het geluk bewaren, hij moet de familie Yorin genezen van hun ongeluk, want hun geluk is het zijne. Hij moet doen wat Deepak Chopra voor de lezer doet, een pad naar de liefde uitstippelen. Dan wordt One Hour Photo een thriller, en zoals het bij thrillers hoort is het onbetamelijk de plot te verklappen.

Het is interessant dat Caul in The Conversation niets meer kan uitrichten, zijn pogingen tot redding zijn te halfslachtig. Hij komt te laat. Maar Sy's herstelwerkzaamheden, hoe gruwelijk dan ook, hoe immoreel waarschijnlijk, hoe onwettelijk, hebben effect, suggereert deze film. Het gelukkige gezin herstelt zich. En het is die verontrustende boodschap waarmee Romanek de kijker achterlaat.

Dus zo houd je liefde in stand.

Soms hebben mensen een harde, wrede hand nodig om weer naar hun geluk te worden teruggevoerd, suggereert One Hour Photo. Zelfs al is dat de hand van een zieke, van iemand die zich buiten de maatschappij plaatst, van iemand die wij niet willen tolereren.

Nu nog zie ik een muur in een woning behangen met foto's van een familie die met die bewoner van die woning niets te maken heeft. Ja, ze komen af en toe hun filmrolletjes bij hem laten ontwikkelen. En dat beeld, die muur met foto's zegt iets over onze iconen, over de symbolen van het geluk waarmee wij onze muren hebben behangen. Hoe verhouden wij ons tot die symbolen, wat betekenen ze eigenlijk?

En ook: kunnen wij er iets aan doen dat iemand anders ons plotseling nodig heeft, dat een onbekende zijn handen uitstrekt naar ons vermeende geluk? Romanek zegt: jullie dachten dat jullie het geluk achternazaten? Wacht maar, op een dag zit het geluk jou achterna, het is het fotomannetje van om de hoek dat jouw geluk wil redden, voor het uiteenspat.

Maar dat doet geen recht aan de prestatie van Robin Williams. Meer nog dan een thriller is One Hour Photo een gruwelijk en hartverscheurend portret van een man die zijn leven wil vergeten, en die op het eind van de film samenvalt met Deepak Chopra en ons mee wil nemen op het pad naar de liefde.

Vervolgens houdt Romanek een groot bord omhoog: Keer terug!

Maar ook met die iets te simpele boodschap wil Romanek ons niet naar huis sturen. Zijn laatste woorden zijn: wie kijkt is verloren. En je weet niet wat je hebt gezien, noch wat je net hebt gelezen. Je weet ook niet wie jou nu ziet, noch wie jou nu leest.

Controleer je glimlach.

`One Hour Photo' draait vanaf 10 oktober in de bioscoop.

    • Arnon Grunberg