Een formele fantast

De zestiende-eeuwse kunstenaar Hans Vredeman de Vries introduceerde de renaissancistische architectuur en de ornamentkunst in het noorden. In Antwerpen zijn twee tentoonstellingen aan zijn werk gewijd.

Doorgaans werden de ogen van kunstenaars in Noord-Europa in de renaissance geopend wanneer ze eenmaal in Rome waren aangekomen. Daar zagen ze de restanten van de Romeinse bouwwerken en sculpturen, daar kwamen ze in contact met de eigentijdse Italiaanse schilderkunst en daar ontmoetten ze collega's die hen wegwijs maakten in de stad en in het kunstbedrijf dat zo sterk geïnspireerd was op de klassieke wereld. Bij Hans Vredeman de Vries, de man die als geen ander de beeldtaal van de renaissance in het noorden van Europa heeft geïnspireerd, verliep dat wat trivialer. Hij was in 1526 geboren in Leeuwarden en volgde in Friesland een opleiding tot schrijnwerker en glasschilder. Friesland bleek voor deze getalenteerde jongeman te klein. Hij vestigde zich op 22-jarige leeftijd in Antwerpen, de belangrijkste economische en culturele metropool van Europa en het centrum van de mediamarkt van destijds: de prentindustrie. Hier vonden ontwerpers, plaatsnijders, drukkers, uitgevers en boek- en prenthandelaren elkaar. In Antwerpen werd Vredeman verder geschoold en moet hij al voor het eerst in contact zijn geraakt met de invloed van de Italiaanse renaissance. Volgens de schildersbiograaf Karel van Mander keerde hij tijdelijk terug naar Friesland en was het daar dat hij met zijn neus op de renaissance-architectuur werd gedrukt. Niet in steen maar op papier. Nederiger kan het haast niet: bij een schrijnwerker in Kollum kreeg hij het architectuurtraktaat van Sebastiano Serlio Architettura onder ogen. Serlio had de tien boeken over architectuur van Vitruvius uit het Latijn vertaald en op Vredeman de Vries moeten de regels van deze architectuur, gebaseerd op vaste verhoudingen, orde en regelmaat, een diepe indruk hebben gemaakt. `Dese schreef Vries nacht en dagh vlijtigh uyt', aldus Van Mander. En overschrijven betekende in die tijd niet zozeer een bezuiniging op het boekenbudget, als wel een middel om de tekst in het hoofd te prenten. En dat heeft Vredeman de Vries grondig gedaan. Het was het begin van een grootse carrière van een groot kunstenaar, schilder, architect, ingenieur en ontwerper. Het is dan ook terecht dat er op twee mooie tentoonstellingen in Antwerpen aandacht aan deze inventieve en veelzijdige kunstenaar wordt besteed. Zijn werk wordt ook in de twee voortreffelijke catalogi uitputtend belicht.

Afgaande op zijn schilderijen zou je hem visionair kunnen noemen of zelfs megalomaan. Bestudering van zijn ornamentsprenten levert eerder de kwalificatie `detaillist' op en wie zijn architectuurboeken doorbladert, komt op de omschrijving `formalist'. In Antwerpen en in Mechelen kreeg Vredeman de Vries opdrachten uit kringen rond het hof, van het stadsbestuur en van particulieren. Hij ontwikkelde zich tot iemand die niet alleen een huis kon ontwerpen, maar ook verdedigingswerken en fragiele tijdelijke bouwwerken als toneeldecors en triomfbogen. Ook maakte hij in openbare en particuliere huizen grote fresco's, een techniek die hij zich als een der eersten in het noorden eigen maakte.

Illusies

Nadat de Spanjaarden de stad in 1585 hadden ingenomen, vertrok hij uit Antwerpen en leidde hij, zoals zovele protestanten in die jaren, voortgedreven door oorlogsomstandigheden en aangetrokken door aanbiedingen van vorsten en steden, een zwervend bestaan. Dankzij zijn vele ontwerpen had zijn roem zich al verbreid. Zo werkte hij in Wolfenbüttel voor hertog Julius van Braunschweig en in Hamburg voor particulieren. Hij was hier al vermaard om zijn vermogen levensgrote optische illusies te scheppen. Voor een eveneens uit Antwerpen gevluchte koopman ontwierp hij een tuingalerij die uitzag op een schutting. Op die schutting schilderde hij een openstaande deur waardoorheen men zicht had op een vijver met zwanen. Ook schilderde hij er de stammen van de bomen die achter de schutting in werkelijkheid doorliepen. In Dantzig werkte hij als stadsbouwmeester en maakte hij schilderijen voor de raadszaal. Hij werkte in Praag voor keizer Rudolf II en reisde vandaar naar Amsterdam. Van hieruit dong hij vergeefs naar een hoogleraarschap te Leiden. Hij stierf in Hamburg als een gerespecteerd man in 1609.

De invloed van Hans Vredeman de Vries verliep via zijn prenten en boeken. In vele Noord-Europese steden zijn voorbeelden te vinden die op zijn ontwerpen teruggaan. Op vier terreinen heeft hij zijn stempel gedrukt: de toepassing van de klassieke bouworden, de theorie van het centraal perspectief, de weergave van grote architectonische ruimten en ten slotte op het gebied van de ornamentiek. Zijn boeken over architectuur gaven de formele regels voor het bouwen. Wie eenmaal gekozen had voor een toscaanse, dorische, ionische, corinthische of composietstijl, kon daarbinnen variëren. Vredeman gaf per stijl voorbeelden voor de onderdelen der zuilen en voorts van de deuren, stoepen, ramen, daklijsten en eventuele ornamenten. Dit was geen grabbelton. Zijn boeken zijn stijloefeningen, ze geven mogelijkheden waaruit de opdrachtgever en de ontwerper, al naar gelang het doel van het gebouw, de status, de geografische omstandigheden en beschikbare fondsen, zorgvuldig kon kiezen.

In 1560 verscheen de Scenographiae, sive perspectivae. Vredeman de Vries beschreef hierin, vergezeld van talloze voorbeelden, de regels van het centraalperspectief, waardoor op het platte vlak volgens meetkundige regels diepte gesuggereerd kon worden. De regels waren al eerder in gebruik in Italië en sporadisch in de zuidelijke Nederlanden, maar in het noorden werden ze pas echt goed aan de man gebracht door de boeken en voorbeelden van Vredeman de Vries. `Grootmeester op het gebied van de perspectief' noemde Giorgio Vasari hem.

De architectuurboeken gaven ontwerpers en opdrachtgevers het repertoire in handen waarmee ze aan de slag konden bij het bouwen van huizen. De boeken over perspectief stelden schilders in staat de illusie van diepte op te roepen. Daarnaast heeft Vredeman de Vries met een onuitputtelijk speels vernuft honderden decoratieontwerpen gemaakt. De prentenreeksen met renaissance-ornamenten werden in heel Europa verbreid en stonden ten dienste van iedere ambachtsman die luxeproducten decoreerde, of het nu meubelmakers, glasschilders, edelsmeden, tapijtontwerpers, steenhouwers of geweermakers waren. Zijn naam wordt doorgaans genoemd bij het zogeheten `rolwerk': platte gebogen en gekrulde banden die in het groot in natuursteen op gevels konden worden uitgevoerd, maar ook in het klein in meubilair of zelfs op een mesheft. In Nederland is dat bijvoorbeeld nog te zien op het zogeheten Bushuis, een onderdeel van de Amsterdamse universiteitsbibliotheek aan het Singel, en op het stadhuis van Leiden. Dat rolwerk maakt maar een deel uit van het enorme oeuvre. In verscheidene prentreeksen voor meubilair of voor cartouches zien we eindeloze variaties op klassieke motieven, met name met grotesken, maskers, bladranken, bloemen, gestileerde mens- en diermotieven, symmetrisch gerangschikt. Op de tentoonstelling – aangenaam ruimtelijk ingericht, met talloze verrassende doorkijkjes tussen de onderscheiden sectoren – liggen verrassende voorbeelden waarvan direct te zien is dat de decoraties ontleend zijn aan de voorbeelden van Vredeman de Vries: spiegels, stoelen, kasten, keramiek, een jachtgeweer en een indrukwekkend baldakijn vervaardigd voor het huwelijk van hertog Karel van Lotharingen.

Tuinontwerpen

Behalve architectuur en ornamentiek maakte Vredeman de Vries ook tuinontwerpen, hij was de eerste die hieraan een hele prentserie besteedde. In het Rubenshuis is hier een aparte tentoonstelling aan gewijd. Ook hier golden formele regels waar alle elementen, de paden, de loofgangen, de parterres, de bloemperken, de bomenrijen, grotten en de fonteinen moesten voldoen. Elke prent vormde een model waarmee de tuinontwerpers aan de slag konden.

In zijn Scenographiae ontwikkelde Vredeman de Vries een relatief nieuw genre, de scenografie, dat wil zeggen een voorstelling met decorachtige, architecturale voorstellingen die logisch in de ruimte zijn opgesteld. In dat boek zijn de illustraties op boekformaat en in zwart-wit. In zijn schilderijen koos hij voor de ruimte en voor kleur en realistisch weergegeven materialen. Hier worden de muurvlakken muren van natuursteen, worden de zuilen van glimmend gekleurd marmer en zijn de vierkanten op de vloeren echte plavuizen van steen.

Op deze grote doeken (van hemzelf en van zijn zoon Paul) zien we grootse paleizen met zalen, gangen, bordessen, binnen- en buitentrappen, die weer via poorten en portalen toegang geven tot verdere vertrekken, galerijen, zalen, binnenplaatsen met of zonder bassins en fonteinen. Dit alles maakt weer deel uit van nog grotere complexen verbonden door straten die op hun beurt weer uitkomen op pleinen en weer naar tuinen leiden. Telkens wordt het oog verder getrokken. De verleiding is groot al die schilderijen aan elkaar te koppelen zodat een gigantisch universum ontstaat, een renaissancistisch urbania, waar alles klopt, in en aan elkaar past. Ideaal van proporties en van het mooiste marmer. Men krijgt visioenen van complete steden die grote delen van de aarde omvatten, maar waar geen mens zou willen wonen. Omdat de gevels parallel aan het beeldvlak staan, en de materialen hard zijn, hebben deze bouwsels een statisch, ja onmenselijk karakter. Zelfs als er personages in rondlopen. Ook de tuinen hebben iets autoritairs. Vaste verhoudingen, strenge perken – de natuur is onverbiddellijk bedwongen.

Toch was Vredeman de Vries geen megalomane architect en hoeven we niet aan autoritaire stedenbouw te denken. Het is maar fantasie, het zijn geen ontwerpen. Hans Vredeman de Vries was een rationele fantast, die ook met zijn scenografie talloze kunstenaars heeft geïnspireerd, al zullen ze misschien zelf niet weten dat hij hun oervader was. Die reusachtige architecturale bouwsels komen we in een veel grilliger, labyrinthischer sfeer tegen bij Piranesi. En de perspectivische constructies die bij Vredeman de Vries nog logisch en transparant van opbouw zijn, hebben ook M.C. Escher geïnspireerd. Hij gaf er een eigen onmogelijke draai aan. Een andere invloed heeft hij gehad op de realistische traditie van kerk- en binnenhuisinterieurs waar een aantal Noord-Nederlandse schilders hun specialisme van zijn gaan maken. Wat bij Vredeman de Vries een soort ideale, visionaire absolute constructie was, indrukwekkend, maar toch wat kil, dat werd later verzacht, menselijker en sfeervoller verwerkt. Schilders als Saenredam en Emanuel de Witte zijn in hun kerkinterieurs schatplichtig aan Vredeman de Vries. Dat geldt evenzo voor de binnenhuistaferelen, waar de schilders van de Delftse school, zoals Pieter de Hoogh en Johannes Vermeer in uitblonken. Perspectief en ordening speelden in hun werk een wezenlijke rol, maar zij maakten deze bepalende structuren onzichtbaar. Met moeite worden die onderliggende structuren nu weer door geometrisch ingestelde kunsthistorici gereconstrueerd. Die schilders introduceerden een ander element: atmosfeer. Het binnenvallend licht, het spel der schaduwen, de subtiele kleurnuanceringen, een minder rigide opstelling van de onderscheiden plans, evenwijdig aan het beeldvlak – en bovendien: het oog voor verval en ouderdom –, verleenden deze kunst een humaner aspect dan Vredeman de Vries deed en nastreefde.

Hans Vredeman de Vries (1526-1609). Tussen stadspaleizen en luchtkastelen. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen. Catalogus (uitg. Ludion) €49,50

De wereld is een tuin. Rubenshuis, Antwerpen. Catalogus (uitg. Ludion) €29,50. Beide exposities duren tot 8 december. Er worden ook stadswandelingen voor groepen georganiseerd. Inlichtingen op de website www.vredeman.net

    • Roelof van Gelder