`De politiek zit zonder ziel'

Chris Dercon vertrekt naar het Haus der Kunst in München: ,,Ik weet nog steeds niet hoe ik `nee' kan zeggen tegen de spektakel- industrie, en er tegelijkertijd op in kan gaan.''

,,Absurd om het Stedelijk Museum te willen verplaatsen naar de Zuidas. Dat is precies dezelfde vergissing als het verplaatsen van museum Boijmans-Van Beuningen naar de Kop van Zuid, een plan van de toenmalige directeur van de Kunsthal Wim van Krimpen. Dat is gelukkig niet doorgegaan, maar het heeft de nieuwbouw wel fors vertraagd. Dit soort idiote ideeën bewijst dat zowel de politiek als de kunstwereld niet meer weet waar het museum voor staat. Het museum als instituut verkeert al geruime tijd in een crisis, maar de discussie erover moet in Nederland nog beginnen.''

Aan het woord is Chris Dercon, directeur van museum Boijmans-Van Beuningen in Rotterdam en schrijver van menig, in Nederland veelal onbegrepen pamflet over het hedendaagse museum. Hij heeft net getekend voor de meest opzienbarende `transfer' die de Nederlandse kunstwereld ooit heeft gekend: een benoeming tot directeur van het Haus der Kunst in München. `Wunschkandidat Nummer eins', jubelde vorige week de Frankfurter Allgemeine Zeitung over de in 1958 geboren Belg, en de Beierse minister van Cultuur verklaarde dat `de mooiste kunsttempel in Beieren de beste denkers nodig heeft'. Denkers als Dercon, bedoelde hij. ,,In Nederland noemen ze mij een omgevallen boekenkast'', zegt Dercon, ,,en ze verwijten mij dat ik politiek gezien niet tactisch opereer. Maar ik vind dat een museumdirecteur in de breedst mogelijke zin kennis moet hebben van zijn tijd en dat de tactiek van zwijgen en afwachten die mijn collega's nu volgen, op z'n zachtst gezegd kortzichtig is. Ze komen alleen in actie als het over bezuinigingen gaat.''

We voeren ons gesprek in de statige rooksalon van de Fondation Universitaire in Brussel, vlak voor de opening van `ForwArt', een tentoonstelling met 14 jonge kunstenaars die Dercon samen met drie andere internationaal bekende curatoren (Lynne Cooke, Robert Fleck, Hans Ulrich Obrist) heeft georganiseerd. Hij is op stoom. Met de hem typerende volumineuze dictie vertelt hij van de berisping die hij in Rotterdam kreeg van burgemeester Opstelten naar aanleiding van zijn uitspraak dat Rotterdam een proefstation is van uiterst rechts Nederland. ,,Ik heb hem geantwoord dat ik bereid ben om `uiterst rechts' te vervangen door `uiterst simpel''', zegt hij. ,,Per slot van rekening praten de LPF-raadsleden in die termen over zichzelf: ik ben maar een simpele huisjesmelker, een simpele ziel etc. Maar ook dat kon niet door de beugel.''

Dat wordt nog wat in het oerconservatieve München.

,,In Duitsland is veel meer mogelijk doordat het publieke debat er op hoog niveau wordt gevoerd door een culturele elite die er niet voor terugschrikt om zich culturele elite te noemen. Dat durft men in Nederland niet. Daarom is er geen echte discussie gevoerd rond Pim Fortuyn. Daarom ook ontbreekt het aan zelfreflectie en lijdt het land aan culturele zelfgenoegzaamheid. Het beeld dat het buitenland van Nederland heeft, lijkt helemaal niet op wat de natie van zichzelf denkt.''

Het bericht van Dercons prestigieuze promotie viel midden in het rumoer rondom kortingen op cultuurgelden in Rotterdam en de afgeblazen uitbreiding van het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Dercon: ,,Onze protesten hebben gewerkt en de aangekondigde bezuinigingen zijn in Rotterdam grotendeels van de baan. Maar daarmee is het gevaar niet geweken. Wat alom dreigt, is dat culturele instellingen op safe gaan spelen en zich voegen naar de politiek.''

Hij wijst op de reactie van Centraal Museumdirecteur Sjarel Ex, toen er felle protesten kwamen tegen de recente expositie in Boijmans van Him, het beeld dat Maurizio Cattelan heeft gemaakt van een knielende Hitler. Zelfs de politiek bemoeide zich ermee, maar uiteindelijk mocht het beeld blijven staan.

,,Ex zei: `Dat was niet erg handig van je, Dercon.' Hij bedoelde waarschijnlijk dat ik niet weet hoe het in dit land toegaat en dat ik mij naar mijn collega's had moeten voegen. Maar ik pas niet in een cultuur van lijdzaamheid.''

U bent als u volgend jaar vertrekt ruim 7 jaar directeur van museum Boijmans-Van Beuningen geweest, maar pas de laatste paar jaar is er enige lijn in uw beleid zichtbaar geworden. Wat laat u het museum na?

,,Een nieuw gebouw, een masterplan tot eind 2004 en een professionele staf. De nieuwbouw, die in juni 2003 klaar is, heeft ons voortdurend op het feit gedrukt dat in deze tijd andere eisen aan het museum worden gesteld dan voorheen. Ik denk dat we daar gaandeweg antwoorden op hebben geformuleerd, al geef ik onmiddellijk toe dat ze nog maar een aanzet vormen. Maar de blauwdruk ligt klaar.''

Kunt u die omschrijven?

,,Veelzeggend is de plaats die wij binnen het vernieuwde museum aan de bibliotheek hebben gegeven. In tegenstelling tot het Stedelijk Museum, dat zijn bibliotheek ongeveer verbannen heeft, bevindt deze zich bij ons aan de voorkant van het museum. Op die centrale plek functioneert hij als een kenniscentrum, voor de verzameling, maar ook voor de cultuur in het algemeen. Vanaf dit punt wordt betekenis gegeven aan de bric à brac van objecten waaruit een museale collectie feitelijk bestaat, iets wat Hans Haacke zes jaar geleden heeft laten zien door de collectie van Boijmans in kooien en rekken tentoon te stellen. Een museum moet betekenis geven. Dat is zijn essentie en daaruit bestaat zijn enorme belang voor de cultuur.''

De kwestie is nu: hoe doet het museum dat? Wat zijn zijn uitgangspunten? De kunstgeschiedenis alleen volstaat in deze tijd niet meer. Er wordt nu meer van het museum verwacht.

,,Er zijn drie belangrijke punten. Je moet de geschiedenis van de kunstvoorwerpen goed kennen, want dan kun je ook goed met de toekomst omgaan. Je moet aan die voorwerpen voortdurend vergelijkende verhalen koppelen die iets zichtbaar maken van een tijd en die het verleden binden aan het nu. De tentoonstelling van Jeroen Bosch was daar een voorbeeld van. En je moet je telkens afvragen hoe mensen oordelen over kunst en waar dat oordeel op is gebaseerd.''

Maar juist de tentoonstelling van Bosch riep heel veel controverses op. Het was velen volstrekt niet duidelijk wat een aantal hedendaagse kunstwerken daarbij te betekenen had.

,,In Nederland ja, maar in Frankrijk bijvoorbeeld is het zeer goed begrepen en veel geprezen.''

Het illustreert wel de moeilijkheden die ontstaan als de kunsthistorische kaders wegvallen. Hoe voorkomt u dat de interpretatie van kunst zo persoonlijk wordt dat alleen insiders het nog begrijpen?

,,Ik geef toe dat communicatie niet mijn sterkste punt is geweest, maar dat wil niet zeggen dat het principe onjuist is. Ik blijf erbij dat we over moeten gaan op andere vormen van geschiedschrijving als we het museum een nieuw cultureel elan willen geven. En wat dit betreft heeft Boijmans belangrijke voorzetten gedaan. Neem `De zaal van de sterke vrouwen' die we enige tijd geleden hebben ingericht. Daar hing het uit 1605 daterende schilderij `Judith hakt het hoofd af van Holofernes' van Gerrit Pieterz Sweelinck bij strandfoto's van Rineke Dijkstra, collages van Brigitte Bardot door Daan van Golden, de wc-sculptuur van Sarah Lucas en foto's van naakten van Johan van der Keuken. Door zo te combineren, stimuleer je het associatievermogen en verrijk je kunstwerken met nieuwe betekenissen.''

Die combinaties komen al snel als tamelijk willekeurig over: voor deze weer een andere.

,,Dat is nu juist zo fantastisch van een museum! Het kan steeds weer andere betekenissen leveren. Voor de Tweede Wereldoorlog al pleitten denkers als Walter Benjamin, Aby Warburg en Carl Einstein voor een vorm van kunstgeschiedschrijving die ze Anachronisme noemden en die nooit de kans heeft gekregen om zich te ontwikkelen. Zij gingen daarbij uit van een oneindig visueel archief waarmee je beelden van de tijd op telkens andere manieren in elkaar kunt monteren. Zo'n archief is voor mij het museum en met dat montage-idee wil ik werken.''

Maar als alles mogelijk is, hoe kan een museum zich dan profileren?

,,Ik denk niet in termen van profilering. Dat hoort bij het idee van het auteursmuseum: de directeur zet de toon, bepaalt het profiel. Dat is Rudi Fuchs. Ik vind dat het museum en de wereld daar veel te complex voor zijn. Het is veel slimmer en beter om over een onderwerp verschillende stemmen tegelijk te laten horen. Ik ben wat dit betreft een democraat: je moet alle argumenten aanhoren en wensen dat het beste argument wint.''

Deze tijd heeft mensen nodig die zich niet verschuilen achter de stemmen van velen, maar die durven zeggen: dit vind ik.

,,Wij hebben als museum een platform geboden voor tal van stemmen. In een aantal daarvan herken ik mijn eigen stem, van Hans Haacke tot Sala Hassan. Zij zijn mijn medeplichtigen. Maar hun stemmen komen beter tot hun recht als daarnaast ook nog andere stemmen gehoord kunnen worden.''

Auteursmuseum of niet, als Dercon binnenkomt, weet iedereen dat hij er is. Dat blijkt andermaal op de persconferentie van ForwArt, een voornamelijk door de BBL/ING-bank gesponsord, kostbaar kunstevenement in de binnenstad van Brussel. In een grote witte tent, ingericht door de firma die ook de entourage voor de modeshows van Armani verzorgt, amuseert hij de internationale pers met een verbaal charme-offensief waarbij het Frans zich onbekommerd mengt met Nederlands en Engels en een enkel woord Duits voor München. Nadat het gezelschap is getrakteerd op een lunch met delicate Japanse hapjes en een rondleiding langs de kunstwerken, trekken we ons weer terug in de exclusieve Fondation Universitaire en praten over sponsoring.

Dercon: ,,De kunst kan niet zonder mecenaat en tegenwoordig zijn dat de grote bedrijven, want de politiek heeft zichzelf opgeheven. Die wil alleen nog maar meedoen aan festivallisering en opleuking en daarmee heeft ze afscheid genomen van het grote progressieve ideeënrijk dat kunst is. De politiek is nu zonder toekomstgedachte. En bijgevolg zonder ziel.''

De kunst wordt totaal afhankelijk van het bedrijfsleven?

,,Ik vrees van wel. De enige troost is dat Nederland niet echt slecht scoort wat sponsoring betreft. Ik heb de laatste 6, 7 jaar veel steun gekregen van het bedrijfsleven. De helft van het nieuwbouwbudget komt van sponsoring. Maar daarmee kan niet opgevangen worden wat de politiek nu laat vallen. Het Stedelijk Museum is daar een heel droevig voorbeeld van.''

De directie van het Stedelijk blijkt niet uitgerust te zijn voor de huidige tijd. U daarentegen beroept u graag op uw goede contacten in de economische sector.

,,Museumdirecteuren moeten die wereld kennen omdat we daar zakelijk gezien veel van kunnen leren. Aan de andere kant kijken Prada en Nike heel goed naar de manier waarop wij betekenis aan voorwerpen geven, want de modellen die wij hanteren, kunnen zij goed gebruiken.''

Pleit dat niet voor een museum op de Zuidas? Dan zit alles lekker dicht bij elkaar, zoals Geert Dales, de Amsterdamse wethouder van financiën wil.

,,Nee. Dat voorstel is alleen goed voor projectontwikkelaars. Het is banaal en haalt het museum naar beneden. Ik heb het over een investeringsklimaat waarbij het niet domweg gaat om grote aantallen, maar waarbij prestige, kennis en invloed belangrijk zijn, de economie van de aandacht. Topbedrijven als Siemens, BMW en Allianz zijn hierin zeer geïnteresseerd. Daar ligt voor de musea een kans, want wat deze bedrijven willen, hebben wij. En onze grootste troef daarbij is de verzameling. Wij hebben een visueel archief van beelden die zo sterk zijn, dat ze zelfs overeind blijven als cafébazen ze als logo gebruiken. Bill Gates koopt niet voor niets visuele archieven op. Daarmee eigent Microsoft zich belangrijke culturele iconen toe, uitsluitend voor eigen gebruik. Een gevaarlijke ontwikkeling! In een museum zijn de beelden van iedereen en toch exclusief.''

Toch is ook de status van het museum achteruitgegaan. Het is meer en meer deel geworden van de spektakelindustrie en haalt soms de raarste fratsen uit om publiek te trekken. De tentoonstelling `Talking to you' in Boijmans was een ellendige knieval voor de jeugdcultuur.

,,Ik weet nog steeds niet goed hoe ik `nee' kan zeggen tegen de spektakelindustrie, en er tegelijkertijd op in kan gaan. In ieder geval is het onzin om te doen alsof hij er niet is als alles er door beheerst wordt. Misschien moeten we met dezelfde marketingtechnieken werken als de mode en alles wat we aanbieden trendy noemen. Blijft onverlet dat het museum iets heeft wat andere vormen van spektakel missen. Er zijn volgens Derrida twee vormen van spektakel: die welke je opgedrongen wordt en die welke je zelf maakt. Voor de laatste moet je in het museum zijn.''

Maar spektakel moet het zijn?

,,Ja. Alleen al het feit dat Boijmans over 48 duizend vierkante meter grond in de binnenstad beschikt, met een relatieve autonomie, die door de stad wordt gegarandeerd met 16 miljoen per jaar, is een spektakel op zichzelf. Wij genereren met tentoonstellingen als `Jeroen Bosch' en `Unpacking Europe' internationaal een aandacht voor Rotterdam, die de stad met zijn marketingbudget in de verste verte niet kan betalen. Daarnaast bieden wij een vorm van Bildung die bijna niets kost vergeleken met een kaartje voor de bioscoop of een Van den Ende-productie. Gezien de crisis binnen het onderwijs, van hoog tot laag, kan het niet anders of het museum wordt op den duur een soort onderwijscentrum.''

Wat verzamelt uw museum van de toekomst?

,,Herinneringen, tijdsbeelden, verwachtingen. Het gaat zich concentreren op archieven die bepalend zijn voor een tijd. Het eerste programmaboekje van Buñuels film `Un chien andalou' kan bijvoorbeeld evenveel zeggen als de film zelf. Die archieven moeten aanknopen bij de kunstcollectie. Ze dragen bij aan het betekenis geven. Je spreekt dan niet meer over kunst, maar over documenten. Die term biedt veel meer mogelijkheden, want dan kunnen binnen een tentoonstelling dingen mee gaan tellen die anders uit de boot vallen, van ornamentprenten tot ansichtkaarten van Duchamp.''

Op welk publiek richt u zich?

,,Ik geloof in wat Rem Koolhaas elitism for the masses noemt. Er is niets mooiers voor een museum dan een lange rij wachtende mensen.''

    • Anna Tilroe