De piano kan het zelf vertellen

In een brandkast in Stockholm ligt de Oer-Pippi. De Oer-Pippi is anders dan het boek dat iedereen kent en waarvan in Nederland net de zestiende druk is verschenen, met niet eerder in boekvorm gepubliceerde, gekleurde platen van Carl Hollander. De Oer-Pippi is onbehouwener en buitenissiger nog dan `onze' Pippi. De tekst schijnt absurder te zijn, doorspekt met nonsensversjes. Astrid Lindgren schreef het boek in 1944 voor haar dochter Karin. Een doorslag ervan stuurde ze naar een uitgever, die de ongekuiste versie afwees. De Oer-Pippi is onbereikbaar. Ook Rita Verschuur, die in Astrid Lindgren, een herinnering schreef over haar contact met Lindgren, als vertaalster en vriendin, heeft de Oer-Pippi niet in handen gehad. Op bezoek bij de dochter hoort ze er alleen het hier bovenstaande over.

Wat jammer nou. En het is niet de enige passage uit deze uitgave voor volwassenen, waarbij je een gevoel van spijt bekruipt. Verschuur schrijft over Lindgren in de onopgesmukte, rechtstreekse stijl, alles in de tegenwoordige tijd, die ook haar boeken van de laatste jaren over haar jeugd, kenmerkt: `Ik loop door Uppsala. De sneeuw knerpt onder mijn voeten. [...] Het nieuwe jaar is begonnen. 1959.' In de zes veelbekroonde boeken voor iedereen vanaf tien jaar, van Hoe moet dat nou met die papillotten (1993) tot De prijs (2001), is die toon perfect. Met de ik-figuur struin je in de naoorlogse jaren rond het Kopje in Bloemendaal. Het leven komt zoals het komt, voor het meisje dat Rita Verschuur heet in die boeken, en door haar ogen bezie je al het gedoe van de volwassenen om haar heen.

Maar in Astrid Lindgren, een herinnering, werkt het minder goed. Omdat het over een bestaand, beroemd iemand gaat, die je in zekere zin al kent, omdat je méér wilt horen. Het boek heeft iets terughoudends. Wellicht was Verschuur beducht voor sentimentaliteit, of wilde ze persoonlijk zijn zonder alles op tafel te leggen. Haar boek gaat natuurlijk ook over haarzelf, en er gebeurt nogal wat waarbij Lindgren zijdelings betrokken is: de verbroken verloving van Verschuur, haar latere echtscheiding. Lindgren steunt Verschuur, op een unieke manier, staat er. Meer niet, wat begrijpelijk is en toch ook vaag.

Ondanks Lindgrens steun spreekt er ook een zekere teleurstelling uit het boek. Lindgren bleef op afstand. `Hoewel ik Astrid in allerlei situaties heb meegemaakt blijft ze toch een raadsel voor me', schrijft Verschuur halverwege. Astrid Lindgren, een herinnering, is een dapper boek, dat zeker, omdat Verschuur haar onzekerheid over wat Lindgren nou van haar vindt, nauwkeurig heeft beschreven. Maar als je wilt weten hoe het is om met Lindgren aan een keukentafel te zitten, kun je beter Het land dat verdween (1978, onlangs heruitgegeven) lezen. Daarin vertelt Lindgren levendig en openhartig over zichzelf, op een directe manier, alsof ze met je kletst.

Rita Verschuur zelf begon, aangemoedigd door ondermeer Astrid Lindgren, in 1976 met het schrijven van kinderboeken, onder de naam Rita Törnqvist. Van een van haar vroegere boeken, De pianomeester uit 1984, verschijnt dezer dagen een vernieuwde uitgave. Verschuur bewerkte het boek en het werd opnieuw, en vrij aardig, geillustreerd door Willemien Min, de winnares van het Gouden Penseel dit jaar. Desalniettemin komt het boekje gedateerd over. Er stijgt een sterke jaren zeventig-lucht uit op.

De pianomeester gaat over een eigengereid meisje, Natasja, en haar al even tegendraadse pianoleraar. Het laat zich lezen als een pleidooi om kinderen vrij te laten in hun expressie. Natasja wil geen noten leren lezen, ze weet zelf wel wat voor verhaal ze de piano wil laten vertellen. Natasja en haar meester, Koen, spelen op koekenpannen in de keuken. In de kikkervisjes in de vijver zien zij levende muzieknootjes. Haar moeder intussen wil dat ze degelijk les krijgt. Meester Koen heeft nog een leerling, een bebrild bedeesd knaapje, die juist uitsluitend van blad durft te spelen en van zijn moeder moet leren improviseren. Uiteindelijk blijkt dat ieders benadering van het instrument zo zijn voordelen heeft.

De pianomeester is een boodschapperig boekje, dat weinig spannends heeft omdat zo duidelijk is wie er bij voorbaat deugen en wie niet. Natasja is zo fantasievol en zelfverzekerd dat het je tegen gaat staan. Muziekleraren voor kinderen zouden er wellicht wat aan kunnen hebben om hun lessen meer sjeu te geven. Maar als schrijver voor kinderen kan Verschuur zich nou juist beter wel houden bij de drogere, directere stijl die ze na haar naamswisseling vond.

Rita Verschuur: Astrid Lindgren. Een herinnering. Bert Bakker, 190 blz. €15,95

Rita Verschuur: De pianomeester. Met tekeningen van Willemien Min. Bert Bakker, 80 blz. €12,50

    • Judith Eiselin