Berlijn was de eindstreep

Met Antony Beevors boek Stalingrad (1999) was het een beetje zoals met de film Titanic: je wist ruim tevoren wat er stond te gebeuren, maar het was wel bloedstollend verteld. Stalingrad, over de Duitse nederlaag in de winter van 1942/1943 en het keerpunt aan het Oostfront, werd een bestseller door de combinatie van vertelkunst en dramatisch detail. Dat is knap: verreweg de meeste boeken over grimmige veldslagen liggen in de ramsj te verstoffen. Dat er nog altijd stapels van Beevors boek in Nederlandse kiosken liggen, is een bewijs van het vakmanschap van de auteur.

Met het nu vertaalde vervolg Berlin, The Downfall 1945, over de laatste etappe van de Russische opmars naar de Duitse hoofdstad, heeft Beevor opnieuw een indrukwekkende reconstructie geschreven. De sovjetgeneraals hadden allemaal haast Berlijn te veroveren: ze wilden het nazi-beest dat Moeder Rusland had verkracht in zijn hol afmaken, ze wilden ook eerder in Berlijn aankomen dan de geallieerden, en ze wilden allemaal eerder in de stad aankomen dan hun sovjetcollega's. Stalin speelde handig in op die professionale rivaliteit. Beevor stelt dat er nog een reden was voor de Russische haast: het uranium dat in een Duits onderzoeksinstituut lag opgeslagen zou het sovjetprogramma voor de bouw van een atoombom met jaren kunnen bekorten.

Ook al zag iedereen dat Duitsland ten dode was opgeschreven, het Rode Leger stond voor een moeilijke opgave. De Duitsers hadden al eerder, zoals in het Ardennenoffensief, bewezen over onvermoede veerkracht te beschikken. Met een zeker eind van de oorlog in zicht kwamen alsnog honderdduizenden soldaten en burgers om het leven. Tussen de hamer van het Rode Leger en het aambeeld van de ingegraven Duitse eenheden werden miljoenen gemangeld. Hun lot is, zacht uitgedrukt, niet te benijden. Beroepseer, fanatisme en heldendom zijn daarbij geen van beide tegenstanders vreemd, en Beevor weet in de huid te kruipen van zowel de sovjetlegertop als die van het Duitse opperbevel.

Berlijn overtreft het standaardwerk The Road to Berlin van John Erickson, doordat het meer human interest bevat. Net als voor Stalingrad kon Beevor putten uit sovjetarchieven, zoals die van de voorloper van de KGB, de NKVD, die kort geleden nog gesloten waren voor westerse historici. Zijn boek overstijgt ook het epos The Last Battle van Cornelius Ryan, omdat het is geschreven met een militair oog.

Toch blijft Berlijn achter bij Stalingrad en dat komt door de aan sensatiezucht grenzende gretigheid waarmee Beevor hier het menselijk leed presenteert. In het eerdere boek was dat nog functioneel. Dat Russische politieke commissarissen hun eigen soldaten bij bosjes neerschoten wanneer het moreel even terugliep (bijvoorbeeld doordat de helft sneuvelde in een uurtje aan het front) verklaart een deel van het mirakel van die Russische overwinning. Maar Berlijn staat al te bol van de verkrachtingen door Russische soldaten, zonder dat dit een historiografisch of ander doel lijkt te dienen, behalve dan het opwekken van misselijkmakende huivering.

Antony Beevor: Berlijn. Vertaling Han Meyer. Balans, 529 blz. €27,–

    • Menno Steketee