Bergers vechten om autowrak

Het rommelt in de branche van de voertuigbergers, die gestrande auto's van de weg slepen. Volgens een groep verontruste bedrijven zijn de verzekeraars bezig de branche de nek om te draaien. `Je kunt geen drie jaar overleven'.

,,Ze draaien de branche de nek om, alleen om een paar miljoen goedkoper uit te zijn'', zegt Jos Dijkstra van bergingsbedrijf Collewijn in Groenekan. Collewijn is een van de grootste bergingsbedrijven in de Randstad, maar zal vanaf 1 december geen gestrande auto's meer wegslepen. Een groep bergers strijdt tegen het verbond van alarmcentrales dat bepaalt welke bedrijven een contract krijgen om auto's weg te slepen. Daardoor zouden veel bedrijven buiten de boot vallen. Gisteren verloren de bergers een zaak bij het Gerechtshof in Den Haag, waar ze de huidige bergingsregeling hebben aangevochten.

Jos Dijkstra is bestuurslid van de Branchevereniging Bergingsbedrijven (BVB), die is opgericht uit onvrede over de bestaande bergersvereniging. Hij geeft een rondleiding door zijn eigen bedrijf. Tegen de zijwand van de loods staan de drie zware bergingstrucks van Collewijn. Enorme vierassige wagens, sterk genoeg om een vrachtwagen af te slepen of uit de berm te takelen. Een gespecialiseerd bergingsvoertuig is altijd voorzien van een uitschuifbare hijskraan, een lier en een lepel, een beweegbare hefboom aan de achterkant van het voertuig. Die tilt de vooras van een auto op om te kunnen slepen. De zeven bergingsvoertuigen voor personenauto's zijn onderweg.

In een tweede hal staan geborgen auto's op hun bestemming te wachten. De meeste hebben zichtbare schade aan wielen of koetswerk. Er staat een oud Renaultje waar de brandweer het dak van heeft opengeknipt om de inzittenden eruit te halen. Ernaast staat een Audi, in beslag genomen door de politie en hier gebracht voor sporenonderzoek; Collewijn heeft daarvoor een contract met de Utrechtse politie.

De grieven van de bergers richten zich op het bergingswerk na verkeersongevallen. Personenauto's zijn daar via de WA-verzekering voor gedekt. Een verbond van acht alarmcentrales van de verzekeraars heeft een stichting opgericht (Stichting Incident Management Nederland) die gestrande auto's laat wegtakelen. Daartoe is heel Nederland in rayons verdeeld, met per rayon een berger. De bergers worden bij aanbesteding gecontracteerd door SIMN. Zo'n regeling betekent echter een stevige vorm van marktregulering, waarvoor SIMN een ontheffing heeft gekregen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Dat had volgens Dijkstra en de BVB nooit mogen gebeuren. Op papier lijkt alles netjes geregeld, maar in de praktijk trekken de alarmcentrales veel te veel macht naar zich toe, beweert Dijkstra.

De bergingsregeling van SIMN werkt onmiskenbaar marktbeperkend. De Mededingingsautoriteit verleent echter ontheffing van het kartelverbod als die marktbeperking economisch voordeel oplevert (in dit geval kortere files) en er voldoende `restconcurrentie' overblijft. Om dat laatste te garanderen heeft de NMa een scheiding aangebracht tussen de eerste en tweede berging. De eerste berging: het wrak van de weg hijsen en naar een veilige plek brengen. De tweede berging is de rit naar de eindbestemming, bijvoorbeeld een autodealer of het depot van een leasemaatschappij. Die markt van de tweede berging wordt apart aanbesteed. De eerste berging regelt de SIMN, waarin de alarmcentrales samenwerken. Dezelfde alarmcentrales afzonderlijk doen de aanbesteding van de tweede berging en de pechhulp.

Volgens de bergers is de scheiding tussen eerste en tweede berging een wassen neus, doordat de aanbesteders dezelfde zijn. Dijkstra zegt: ,,De tweede berging komt automatisch bij het bedrijf terecht dat de eerste berging mag uitvoeren.'' Na eerste berging staat de auto meestal in de loods van de berger. ,,Een alarmcentrale zou wel gek zijn om een ander bedrijf in te schakelen, dat daardoor extra kilometers moet maken. Die is natuurlijk nooit de goedkoopste.''

Dijkstra zegt dat SIMN nu zo'n zestig bedrijven definitief buitenspel heeft gezet. ,,Een bedrijf dat geen rayon krijgt gegund raakt dus al zijn werk kwijt. En je kunt geen drie jaar overleven naar het volgende contract.''

W. Bastiaensens, voorzitter van `de stichting', zoals SIMN meestal genoemd wordt, spreekt over indianenverhalen. ,,Er wordt zoveel onzin beweerd. Bij de aanbesteding voor volgend jaar hebben bedrijven een rayon gekregen die drie jaar geleden buiten de boot vielen.'' Hij reageert vrij laconiek op de stelling dat een groot deel van het bergingsmaterieel en de -expertise uit de markt verdwijnt. ,,Wat je nu ziet is een zekere professionalisering. Er is in Nederland sprake van een flinke overcapaciteit. Je moet wat reservecapaciteit hebben, maar er zijn echt te veel bergingsvoertuigen.''

Het grootste deel van de bergers heeft zich bij de nieuwe situatie neergelegd, maar een minderheid blijft strijdvaardig. Zo heeft in Gelderland een berger toestemming van de rechter gekregen om te gaan `scanner-rijden' in rayons van de concurrentie. Dat betekent: luisteren naar het radioverkeer van de politie en proberen als eerste bij de gestrande auto te zijn en de buit weg te kapen voor de neus van de gecontracteerde berger. Dat geeft onrust in de branche. Op de bergers-discussiegroep op internet worden de `scanner-rijders' aangeduid als de `rotte appels'.

Rijkswaterstaat is tevreden over de tijdwinst van een kwartier die is geboekt bij het ontruimen van de weg, maar maakt zich zorgen over de verdwijning van een aantal grote bedrijven. Bijvoorbeeld Collewijn, dat pal aan de Utrechtse ringweg zit, met achttien voertuigen. De opengevallen plekken worden soms gevuld door bedrijven met nieuw materieel en personeel `dat een driedaagse cursus bij de Genie heeft gehad'. Ook dreigt een groot deel van de capaciteit voor de berging van trucks te verdwijnen. Het zware materieel daarvoor wordt nu nog gesubsidieerd uit de berging van personenauto's.

Een aantal bergers heeft bij het Gerechtshof geprobeerd een streep te halen door de Stichting Incident Management. De aanbesteding zou volgens hen in Europees verband moeten plaatsvinden, door Rijkswaterstaat. De branche heeft die zaak verloren, wat betekent dat de regeling blijft zoals die is. SIMN-voorzitter Bastiaensens vraagt zich af waar de groep bergers het geld en het uithoudingsvermogen vandaan haalt om tevergeefs zoveel processen te voeren: ,,Ze kunnen de poot stijf houden en zich zelf uit de markt prijzen, of eieren voor hun geld kiezen.''

    • Bart Garvelink