Balkenende staat voor `sterk Europa'

Staat dit kabinet met de rug naar Europa? Premier Balkenende zegt van niet. Maar de lijst anti-Europa-uitspraken is inmiddels lang.

Premier Balkenende stond gisteren bij het jaarlijkse debat over de staat van de Europese Unie in de Tweede Kamer voor de lastige taak het beeld weg te nemen dat zijn kabinet weinig opheeft met Europese samenwerking.

Vooral zijn beide regeringspartners, de VVD en de LPF, hadden de afgelopen maanden rijkelijk voeding gegeven aan die gedachte. Hetgeen PvdA-woordvoerder Melkert gisteren tot de stelling bracht dat de reputatie van Nederland in Europa onder druk staat. ,,Men begrijpt in het buitenland niet waar Nederland staat als het gaat om Europa'', zo zei Melkert.

Wie even terugkijkt, ziet inderdaad een lange lijst van uitspraken en standpunten, die moeilijk als zeer Europa-vriendelijk kunnen uitgelegd. Zo zei de vorige VVD-leider Dijkstal voor de verkiezingen keihard dat Nederland zo nodig een veto moest gebruiken om landbouwhervormingen af te dwingen alvorens de tien kandidaat-lidstaten tot de Europese Unie konden toetreden.

LPF-oprichter Pim Fortuyn liet weten dat het verdrag van Schengen over het vrije verkeer van personen en goederen diende te worden opgezegd. Het Europees Parlement kon wat hem betrof wel worden afgeschaft.

Vooral op aandringen van de VVD, legde het kabinet in het regeerakkkoord de eis vast dat er eerst harde afspraken over de vermindering van landbouwsubsidies moeten komen voordat de uitbreiding van de EU kan plaatshebben. Toen minister Veerman (CDA, Landbouw) dit standpunt wilde laten varen, omdat het volgens hem niet realistisch was, werd hij onmiddellijk door staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken, VVD) tot de orde geroepen.

Een teken aan de wand voor Eurofielen was voorts dat oud-minister Van Mierlo vorige week opstapte als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de Europese Conventie, die zich beraadt over de toekomst van de Europese Unie. Volgens Van Mierlo bleek uit een notitie over de kabinetsplannen voor de Conventie dat Balkenende en de zijnen ongekend terughoudend waren jegens de Europese samenwerking en elke ambitie op dit terrein misten.

Intussen drongen er geluiden uit Brussel door dat veel buitenlanders zich zorgen maken over de houding van Den Haag. Zou Nederland, zo lang kampioen van de Europese integratie, daadwerkelijk de historische uitbreiding van de EU in gevaar willen brengen wegens een meningsverschil over het landbouwbeleid?

In alle toonaarden bezwoer premier Balkenende gisteren dat er geen sprake van is dat zijn kabinet met de rug naar Europa staat. ,,Deze regering staat voor een sterk Europa'', aldus Balkenende. ,,Ik wil af van het beeld van Euroscepsis. De toekomst van Nederland ligt in Europa.'' Hij zei uit een roemruchte traditie te komen met christen-democraten als de Duitser Adenauer, de Fransman Schumann en de Italiaan De Gaspari. ,,Ik voel zelf ook die verantwoordelijkheid'', aldus de premier.

Tegelijk hield de premier echter vast aan het harde standpunt van zijn eigen kabinet over de landbouwhervormingen en de toelating van nieuwe lidstaten. Volgens Balkenende is er sprake van ,,een politieke koppeling'' tussen beide vraagstukken. Hij bestreed Melkerts interpretatie dat Nederland geen andere keus had dan de landen toe te laten als die aan de toelatingseisen hadden voldaan.

Balkenende noch Nicolaï heeft echter gisteren of eerder met zoveel woorden gezegd dat ze desnoods een veto willen gebruiken als Nederland zijn zin niet krijgt. Evenmin willen ze dat bij voorbaat uitsluiten. Want, betogen ze, dat ondergraaft de Nederlandse onderhandelingspositie.

Hoewel het kabinet de gelederen ditmaal gesloten wist te houden, is de afgelopen weken duidelijk geworden dat er met name tussen CDA en VVD aanzienlijk meningsverschillen bestaan over de Nederlandse opstelling in Brussel. ,,Het is het verschil tussen hard en zeer hard'', zegt een bron op Buitenlandse Zaken. Het CDA wil een harde opstelling, de VVD een zeer harde. Het CDA wil, net als de VVD, dat Nederland - nu al de grootste nettobetaler in de Europese Unie - niet nog eens veel extra moet gaan betalen na de toetreding van de nieuwe lidstaten. Maar het CDA, vanouds sterk pro-Europees, wil daaraan niet tot elke prijs vasthouden. Deels om de andere lidstaten niet tegen zich in het harnas te jagen, deels omdat een deel van de CDA-aanhang uit boeren bestaat, die volop profiteren van de huidige subsidies. De VVD bekommert zich minder om die laatste twee overwegingen en is, met minister Hoogervorst (Financiën) en diens voorganger Zalm voorop, vooral bezorgd over de miljarden die Nederland aan Brussel afdraagt.

Pesterig vroeg CDA-fractieleider Verhagen het kabinet gisteren om opheldering over de mededeling van Hoogervorst onlangs dat bij het uitblijven van hervormingen in de EU de lidstaten jaarlijks 20 miljard euro extra moeten betalen. Volgens Verhagen hanteert de Europese Commissie veel lagere bedragen.

De onenigheid tussen VVD en CDA strekt zich volgens bronnen rond het Binnenhof ook uit tot de opvolging van Van Mierlo als regeringsvertegenwoordiger bij de Conventie. De VVD wil daarvoor graag hun partijgenoot Nicolaï aanwijzen, het CDA ziet liever iemand uit eigen kring.

    • Floris van Straaten