Alleen Hongkong bindt hen

Wie John Lanchesters vorige roman Mr Phillips heeft gelezen zal zich herinneren hoe de hoofdpersoon vervreemd door Londen liep, de stad waar hij toch al jaren woonde. Hij was net zijn baan kwijt en wilde dat thuis nog niet vertellen. Hij leek iemand die ook op zijn kantoor bevreemd om zich heen zal hebben gekeken; en misschien ligt de oorsprong van die bevreemding wel in het karakter van de auteur zelf.

In Fragrant Harbour wordt deze laatste verklaring bevestigd. Bevreemding is een kenmerk van John Lanchester als romancier. Niet dat hij onwerelds is. Zijn boek gaat over drie figuren die carrière maken in de geloofwaardig uitgebeelde zakenwereld van Hongkong. Hij lijkt minder bevreemd door de werkelijkheid dan door zijn eigen verbeelding. Die kan hij niet zo goed op orde brengen dat er een doorlopend verhaal ontstaat. Een romanschrijver mag alle vrijheden nemen, in variaties van stijl en gezichtspunt en bijzaken tegenover hoofdzaken, zolang de lezer de indruk krijgt dat het ergens heengaat. Dat vertrouwen wekt Lanchester niet, en hij heeft het zichzelf ook erg moeilijk gemaakt door in de drie delen van het verhaal te schrijven over personen die elkaar maar zelden ontmoeten.

Wel werken zij alledrie in Hongkong. De eerste is een jonge vrouw genaamd Dawn die in 1995 in de kolonie aankomt en een pr-baan krijgt bij een van de grote bedrijven. De tweede is Tom Stewart die al voor de Tweede Wereldoorlog in Hongkong is begonnen aan een carrière in het hotelbedrijf. De derde is de Chinese jonge ondernemer Ho die zijn bedrijf, gespecialiseerd in apparatuur voor airconditioning, moet proberen te redden met een krediet van een van de machtigste magnaten van Zuidoost-Azië. Hij heeft Dawn een keer ontmoet, en hij verrast Stewart met de mededeling dat hij zijn kleinzoon is. Dat zijn hun relaties met elkaar, en die hebben geen betekenis voor de eenheid van het verhaal.

Die eenheid wordt bepaald door Hongkong en doordat de personen alle drie zaken doen met grote ondernemers: Dawn die de pr voor ze verzorgt, Stewart die ze in zijn hotel ontvangt en Ho die zelf zo'n ondernemer wil worden. Lanchester is in het Verre Oosten opgegroeid en is goed op de hoogte van de Oost-Aziatische economie en het nieuwe Chinese kapitalisme. Onder het lezen rijst het vermoeden dat hij zich graag voorstelt hoe het toegaat op de hoogste inkomensniveaus, bij machthebbers met gedempte stemmen in directiekamers op hoge verdiepingen, omringd door ambitieuze jongeren en modieuze vrouwen – ver van de arme Phillips in het vorige boek.

Wat van Fragrant Harbour verder gezegd moet worden is dat het voor de meeste lezers het beeld van Hongkong en van het naburige stuk China zal verruimen en verduidelijken. Maar dan moet men er wel moeite voor doen. De Europese personen zijn betrekkelijk gemakkelijk uit elkaar te houden; de Chinezen moeilijker. Ook kost het een tijdje om de nietszeggende bijkomstigheden te Ieren scheiden van de veelzeggende. De nietszeggende laten zich bijvoorbeeld kennen als wanneer Ho aan de lezer meedeelt dat de paraplubak in zijn grootvaders huis in Hongkong er net zo een is als die in zijn eigen tweede huis in Sydney en die in zijn flat in Londen, en dat hij in Londen zijn paraplu het meest gebruikt omdat het weer daar wisselvallig is.

Lanchester blijft een opmerkelijke schrijver, alleen lijkt hij tot nog toe beter te kunnen werken met een enkele persoon in Zuidwest-Londen dan met tientallen in Zuidoost-Azië.

John Lanchester: Fragrant Harbour. Faber, 299 blz. €20,90

    • J.J. Peereboom