Zeeland gaat ten onder aan megalomanie

Het provinciebestuur van Zeeland beslist morgen over de aanleg van een containerterminal oostelijk van Vlissingen. Wanneer die er komt gaat de idylle van deze provincie verloren, meent Eric Loontjes.

Niet-Zeeuwen hebben een idyllisch beeld van Zeeland. Afgelopen zaterdag nog werd de Zeeuwse delta op de Achterpagina van deze krant getypeerd als een gebied ,,waar niets anders is te beleven dan rust, stilte, prachtige wijde polders en schitterende vergezichten over brede wateren''. Het beeld wordt, zodra ik te kennen geef dat ik inwoner van Middelburg ben, dikwijls en met enige afgunst bevestigd door mensen uit de Randstad. In grote lijnen klopt het, maar binnenkort zal Zeeland, als het aan het provinciebestuur ligt, er heel anders uit gaan zien.

Zestien kranen van 118 meter hoogte zullen het landschap van Walcheren domineren en de Abdijtoren van Middelburg (89,5 meter) – nu nog een vast oriëntatiepunt op het hele eiland – in de schaduw stellen. Per dag zullen over de A58 zo'n 1.500 extra vrachtwagens met containers aan- en afrijden en over het spoor door Zuid-Beveland een groeiende stroom lange goederentreinen. Het rijkste fossielenstrand van Nederland, de Kaloot, verdwijnt. De reden? Zeeland spiegelt zich aan Europoort en Antwerpen en kiest voor de vestiging van een grootschalige containerterminal oostelijk van Vlissingen. Morgen valt de definitieve beslissing en die zal – de voortekenen laten eigenlijk geen ruimte voor twijfel – positief zijn.

De achterliggende gedachte is een zogeheten `tweesporenbeleid'. Volgens het provinciebestuur kan Zeeland een blauw-groene oase blijven met een uitstekend economisch klimaat voor zorg, recreatie en wonen. Tegelijkertijd kan de provincie dankzij containeroverslag een levendig logistiek knooppunt worden met een groot aantal nieuwe distributie- en transportbedrijven en dat is belangrijk voor de werkgelegenheid. Het wekt daarom geen verbazing dat het provinciebestuur enerzijds vierkant achter de komst van een containerterminal gaat staan en anderzijds een publiekscampagne `Welkom in Zeeland' lanceert, waarmee jonge gezinnen worden uitgenodigd om zich hier te vestigen met rust, ruimte, groen en blauw als belangrijkste argumenten.

Door velen wordt het combineren van deze twee doelstellingen als strijdig gezien. Herman Wijffels, prominente oud-Zeeuw, verwoordde het twee jaar geleden als volgt: ,,Zeeland zit maar in één groeisector, de recreatie. De industrie die er zit is niet de bedrijvigheid van de toekomst. Juist de uitnemende woon- en leefomgeving is de grootste potentie van Zeeland. Dus moet je niet inzetten op nog een Sloegebied of meer transport en logistiek, want dat tast dat leefklimaat juist aan.'' Ook Jaap Modder, directeur van het NIROV, veegt in een artikel in de provinciale krant, de PZC, de vloer aan met de plannen voor de containerterminal: ,,Je kunt niet kiezen voor én industrialisatie én rust en ruimte. Dat gaat niet samen. Je kunt geen twee ballen tegelijk in de lucht houden.'' Zeeland moet volgens Modder juist kiezen voor een zorgeconomie, ,,die heel wat meer banen oplevert dan het in- en uitladen van metalen dozen en die tot een toestroom van jeugdige werknemers in de zorgsector zal leiden''.

Zijn de plannen voor de containerterminal economisch haalbaar? Daarover heeft het provinciebestuur geen twijfel. Er is in 2000/2001 een vuistdikke milieu-effectrapportage opgesteld door het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam die de komst van een `world class terminal' in Vlissingen positief beoordeelt en voorspelt dat 1,5 miljoen containers per jaar kunnen worden overgeslagen. Het optimistische beeld van de containeroverslagmarkt is echter dit jaar sterk ontkracht door de berichtgeving over de leegstaande Ceres Paragonterminal in Amsterdam en over de sterke terugloop in overslagvolume en werkgelegenheid bij ECT in Rotterdam.

In het Rotterdams Dagblad van 17 september verscheen het bericht waarin de Rotterdamse havenwethouder Van Sluis meldt dat de plannen voor het aanleggen van de EuroMax-terminal op de Maasvlakte bij Rotterdam, die in 2004 operationeel zou worden, voorlopig in de ijskast zijn gezet. Dat is veelzeggend, niet alleen omdat deze terminal qua capaciteit en investeringen sterk lijkt op die van Vlissingen, maar ook omdat het juist het Rotterdamse havenbedrijf was dat de statistische onderbouwing voor de Vlissingse plannen heeft verzorgd.

Een en ander is voor PvdA-gedeputeerde Bruinooge, die tevens voorzitter van het havenschap Zeeland Seaports is, geen reden om de beslissing te heroverwegen. In zijn visie is de Ceres Paragonterminal in Amsterdam op de verkeerde plaats neergezet en zal Vlissingen in de toekomst – de terminal wordt operationeel vanaf 2006 – lagere kosten hebben dan de Rotterdamse concurrenten, hoewel ze beide aan open zee liggen.

Vooraanstaande PvdA-economen als Arie van der Zwan en Arnold Heertje hebben scherpe kritiek uitgeoefend op de plannen, omdat ze van veel te rooskleurige veronderstellingen uitgaan en de effecten van de nu al sterk groeiende overcapaciteit op de containeroverslagmarkt niet incalculeren. Het provinciebestuur reageert getergd en laatdunkend op deze tegengeluiden. In de woorden van gedeputeerde Bruinooge op een PvdA-bijeenkomst van 18 september: ,,Wij weten genoeg. Aan de mening van zogenaamde deskundigen van buiten hebben wij absoluut geen behoefte.''

Het besluit dat morgen valt, zal een procedureel onherroepelijk besluit zijn. Veel niet-Zeeuwen zullen met ongeloof reageren, omdat de discussie volledig aan de aandacht van de landelijke media is voorbijgegaan. In stilte wordt de idylle van Zeeland verstoord.

Eric Loontjens is bestuurs- en bedrijfskundige en directeur van een winkelketen.