`WAO'ers klussen minder vaak zwart dan gedacht'

Uit onderzoek in het noorden van Nederland blijkt dat arbeidsongeschikten veel minder zwart bijklussen dan vaak wordt gedacht. Alleen bij mannelijke ontvangers van een WAO-uitkering die jonger zijn dan 50 en een technische opleiding hebben, is het risico op fraude 10 tot 25 procent groter dan bij andere arbeidsongeschikten.

Dit blijkt uit onderzoek onder 119 willekeurig gekozen arbeidsongeschikten in Groningen, Leeuwarden en Emmen vorig jaar.

Het onderzoek vond plaats in opdracht van het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam Noord, waarin onder meer sociale diensten, de belastingdienst en het openbaar ministerie samenwerken.

De arbeidsongeschikten werden vier weken lang enkele uren per dag gevolgd door controleurs.

In acht gevallen werd fraude vastgesteld, acht andere gevallen worden nog nader onderzocht. De acht fraudeurs waren allen mannen onder de vijftig jaar, voor het merendeel met een technische opleiding of soortgelijke werkervaring.

Volgens voorzitter K. Schuiling van het fraudeteam, tevens VVD-wethouder van Sociale Zaken in Groningen, werden er vaak wel ,,allerlei suggesties'' gedaan over massale fraude bij mensen met een WAO-uitkering, maar was er tot op heden weinig daadwerkelijk onderzocht.

Schuiling stelt dat de uitkomsten met een betrouwbaarheidspercentage van 80 procent met een marge van 10 uitwijzen dat het merendeel van de WAO'ers niet op grote schaal zwart buiten de deur werkt. Een intensieve fraudebestrijding heeft volgens Schuiling dan ook geen zin. ,,Dat levert weinig financieel rendement op en daar moet je dus geen hoge verwachtingen van hebben.''

Het was voor het eerst dat speciaal opgeleide controleurs heimelijk voor woningen van willekeurig gekozen WAO'ers postten en hen buitenshuis volgden. Schuiling: ,,Die methode was uniek. Tot nu toe werd alleen op basis van tips dossieronderzoek gedaan.'' Als de controleurs iemand in een rollator of rolstoel zijn huis uit zagen komen, werd die niet gevolgd, aldus Schuiling.

Het kwam voor dat de controleurs een man zagen werken op een bouwplaats. Vervolgens is afgewacht of hij deze bijverdiensten meldde. WAO'ers mogen werken, mits ze de inkomsten opgeven, die vervolgens worden gekort op de uitkering.

Een moeilijkheid bij de controle is dat sommige mensen een bijverdienste als een ,,vriendendienst'' omschrijven, waarvoor ze zeggen geen geld te ontvangen, aldus Schuiling. ,,Iemand die naar een andere woning rijdt en daar de gordijnen voor de ramen weghaalt, kan zeggen dat het een vriendendienst of tijdverdrijf is. Daar kun je dan niet de vinger op leggen.''

Een ander probleem dat controle lastig maakt, zegt Schuiling, is het feit dat uitvoeringsinstellingen als het GAK, Uszo of Cadans verschillende formulieren gebruiken en dat er veel tijd kan gaan zitten in de behandeling van gegevens. ,,Het duurt soms zes maanden voordat gegevens van een WAO'er die zijn inkomsten opgeeft, zijn verwerkt. Als je dan na vier maanden een controle krijgt, kan ten onrechte het idee ontstaan dat er gefraudeerd is.''

In de klaarblijkelijk fraudegevoelige categorie van mannelijke WAO'ers met een technische achtergrond, zou een strengere controle nut kunnen hebben, zegt Schuiling. ,,Maar dat is een overheidszaak.''