Voettocht

Deze week liep ik van het Stedelijk Museum aan de Paulus Potterstraat in Amsterdam naar de zogeheten Zuidas, waar aan de Prinses Irenestraat vermoedelijk het nieuwe Stedelijk Museum gaat verrijzen. Vermoedelijk, ook al borrelen de tegenstrijdigste geluiden uit PvdA-cultuurwethouder Hannah Belliot op. Vorige week beloofde ze een maximale renovatie van het Stedelijk, maar nog diezelfde dag veranderde ze van gedachten en besloot ze het zaakje naar de Zuidas te verplaatsen.

Dat is nog eens flexibel besturen. Mijn intuïtie zegt me al langer dat Amsterdam onvergetelijke tijden met wethouder Belliot gaat beleven.

De wethouder staat zeker niet alleen met haar stoute plannen. Dat bleek me gisteren tijdens een bijeenkomst in het American Hotel. Daar verweet VVD-wethouder Dales (Financiën en loco-burgemeester) de critici van de plannen `een kortzichtige visie'. Die Zuidas was goed bereikbaar, vond hij.

In het college van B&W lijkt dus alles al in kannen en kruiken. Nu de gemeenteraad nog even ompraten.

Hoe goed is die Zuidas bereikbaar? Je kunt er met de metro (naar de RAI) en de tram komen, maar dat is vanaf het Centraal Station een hele tocht. Over een wandeling vanuit de omgeving van het huidige Stedelijk naar de nieuwe plek moeten we ons ook al geen illusies maken. Op de Amsterdamse tv hoorde ik iemand onweersproken – beweren dat het `maar tien minuten' lopen is. Zo ontstaat mythevorming. Het is geen tien, maar twintig minuten lopen een lang stuk over de hele Beethovenstraat.

Het grote voordeel van de huidige locatie van het Stedelijk is de centrale ligging. Het Van Gogh Museum, het Rijksmuseum en het Concertgebouw liggen op korte loopafstand. Een ideale locatie om bezoekers van die eerste twee musea te verleiden tot een overstapje naar de moderne kunst van het Stedelijk.

Hoeveel toeristen beginnen straks aan een ingewikkelde tocht naar een museum met moderne kunst dat ver uit het stadshart ligt? Ik heb een aantal van dergelijke musea bezocht, in Wenen, Rome en Lissabon, en het bleken altijd geïsoleerde, slecht bezochte gebouwen in dorre buitenwijken te zijn. Nog zie ik me op een doordeweekse dag als enige door het Weense museum dwalen, op zoek naar een witte stoel van Yoko Ono, die ook nog, net als de muziek van Yoko, tegenviel.

Ik noemde het `een lang stuk' over de Beethovenstraat. Daarmee wilde ik niet beweren dat er niets te zien zou zijn. Wie zag ik boekhandel Van Rossum induiken? Rudi Fuchs, de directeur van het Stedelijk Museum! Als het om het toeval gaat, is het opperwezen niets te dol. Fuchs zag er nogal somber en in zichzelf gekeerd uit. Hij hield het nog geen minuut in de boekhandel uit en stortte zich toen de belendende drogisterij van Portegies binnen. Een museumdirecteur kan in barre tijden meer baat hebben bij een pil dan bij een boek.

Eenmaal in het Beatrixpark, de eventuele nieuwe locatie van het Stedelijk, stuitte ik op een mobiel bellende psychiater Van Dantzig. Die hebben we in ieder geval bij de hand als het erg misgaat met het Stedelijk.