Nieuwkomers houden ons terecht een spiegel voor

Terecht weigeren weerbarstige islamieten te integreren in een cultuur die weinig zelfrespect heeft en van zijn wortels is vervreemd, betoogt Jan Drentje.

Gelet op het ethisch reveil waar het nieuwe kabinet toe oproept en de algemene zorg om de aantasting van vertrouwde Nederlandse dan wel westerse waarden, heeft de islam in ieder geval één belangrijke bijdrage aan onze samenleving geleverd: de bezinning op de fundamenten daarvan. Aan een decennialang te pas en te onpas beleden cultuurrelativisme lijkt een einde te zijn gekomen, zeker nu anderen dan wijzelf de verworvenheden van het westen lijken te relativeren. Of die verworvenheden niet in alle opzichten waarderen. Meer of minder rekkelijk gepraktiseerd, een godsdienst als de islam en de culturen die ermee verweven zijn, kennen een sterke nadruk op familie. Een wijgevoel prevaleert boven de notie van zelfontplooiing.

Het heeft in dat licht iets ironisch Paul Scheffer tot nationale weerbaarheid en versterking van de onderlinge samenhang te zien oproepen (Opiniepagina, 21 september). Juist het egocentrische, gezagswantrouwende, weinig familiale karakter van de Nederlandse samenleving spreekt veel moslimvaders immers niet erg aan, en maakt dat zij huiverig tegenover sociale integratie staan. Deze gelovigen in den vreemde verdedigen wat voor hen van waarde is, waarden die geseculariseerde individualisten opnieuw proberen uit te vinden.

Een open samenleving behoeft, zoals Scheffer schrijft, inderdaad verdediging. Maar wat of wie is de vijand? Komt die van buiten (islam, het fundamentalisme)? Of van binnenuit? Scheffer beweert gelukkig niet, dat Nederland zich vooral tegen de ondermijnende gevolgen van de multiculturele samenleving moet verweren, maar legt in het slotdeel van zijn artikel wel weer het accent op storingen in de opname van migranten. De verplichte inburgeringscursus voor allochtonen blijkt uit zijn analyse echter een boemerang van jewelste.

Grote groepen hoogopgeleide halfabete Nederlanders kennen het ABC van hun eigen cultuur en de geschiedenis daarvan niet meer en zijn nauwelijks in staat op de wortels daarvan te reflecteren. In sneltreinvaart is Nederland niet alleen ontkerkelijkt – en behoort alleen al de christelijke terminologie niet meer tot het gedeelde erfgoed – maar is de cultuur ook losgezongen van zijn geschiedenis. Het is een cultuur waarin schrijvers als Hermans en Reve voor nieuwe generaties al bijna onleesbaar zijn geworden. Taal- en stijlgevoel kunnen nu eenmaal niet met een druk op de knop van de tekstverwerker worden verkregen.

In Nederland-partyland overheerst het flexdenken van de korte termijn. Het is in veel opzichten een sterk libidineuze cultuur waarin snelle behoeftebevreding het hoogste doel op aarde is. Korte studies, korte boekenlijsten, korte zinnen, korte spanningsbogen, korter werken, korte wachttijden: op de kortste weg naar Hamelen zijn de files niet te overzien. De lange termijn, de duur, het bestaan vanuit het gezichtspunt van de eeuwigheid is uit de mode of liever: de zorg van anderen. In deze analyse legt de in veel opzichten verrassend normaal-religieuze islam gewoon de zwakte bloot van de Nederlandse cultuur, die nog door weinig meer dan materialistische waarden lijkt te worden geïnspireerd.

Bij de huidige kritiek op de te sterk naar binnen gekeerde islam is overigens prudentie geboden. Deze godsdienst kan al sinds de tijd van de kruistochten niet op een vanzelfsprekend positief sentiment in West-Europa rekenen, wat historisch bijvoorbeeld ten aanzien van oosterse godsdiensten wel het geval is. De weinig westerse hurkzit voor het boeddhabeeld roept daardoor eerder sympathie en verwondering op dan het knielen in de richting van Mekka. Velen die in het dagelijks leven nog nooit enige hinder van islamieten hebben ondervonden, geven al te makkelijk uitdrukking aan een anti-islamitisch sentiment.

Gebagetelliseerd wordt hoe hoopgevend het is om halfgeseculariseerde, goed opgeleide islamieten over de Nederlandse cultuur of grondwet te horen praten. Niet alleen kennen zij de wet beter, zij hechten ook een hogere waarde aan de verworvenheden van de westerse cultuur dan de tot voor kort zo tevreden met zichzelf en hun koopzondagen zijnde autochtonen. Deze dappere nieuwe Nederlanders vormen op het ogenblik eerder de verdedigers van de Nederlandse pluriformiteit.

In sociaal opzicht is Nederland bovendien definitief een multiculturele samenleving geworden. Stampotten zijn reeds decennia op hun retour en de klompendans wordt alleen nog voor toeristen opgevoerd. Salsa, yoga, spaghetti, rijst en sauna zijn vrolijk in wat ooit een gereformeerd land van aardappelen met jus was geïntegreerd. De multiculturele levensmiddelenbranche floreert als nooit te voren en de harkerige Nederlanders swingen dat het een aard heeft.

Wat nu het echec van de multiculturele samenleving heet, heeft dan ook vooral betrekking op een aantal uitwassen binnen allochtone subculturen die zich niet verdragen met de Nederlandse rechtsstaat of de beginselen waarop deze is gebaseerd. Daarbij gaat, het afgezien van het probleem van de criminaliteit bij specifieke groepen, ook nog eens vooral om aspecten van de man/vrouw-verhouding en dan in het bijzonder om seksualiteit en huwelijk: zaken dus die tot de privésfeer behoren en de openbare orde geenszins bedreigen.

Nu de grenzen van het culturele absorptievermogen bereikt lijken te zijn, uitwassen en misbruik van al te Hollandse gedoogregelingen manifest zijn geworden, is indijking van de migratieproblematiek op zichzelf gewenst. Maar dit is geen reden de Hollandse vrijheid en verdraagzaamheid overboord te gooien. Immers, de successen hiervan zijn navenant. Het aantal vreedzaam opgenomen groepen met grote onderlinge etnische verschillen is zonder historische parallel. Een conglomeraat van problemen bij laagopgeleide allochtonen in de grote steden zorgt voor overlast, maar dit randstadverschijnsel mag niet doen vergeten dat de overgrote meerderheid van de nieuwkomers bezig is zich op een eigen manier in de Nederlandse samenleving te voegen.

Die Nederlandse samenleving zelf verkeert echter in een identiteitscrisis aangezien de coalitie koopman-dominee tot het verleden behoort en vertrouwde levenspatronen (te) snel eroderen. In veel opzichten is van een Amerikanisering van de cultuur sprake, zonder dat overigens de sterke religieus-nationalistische ondertonen daarvan doorklinken. Dank dus de weerbarstige islamieten voor hun weigering te integreren in een cultuur die weinig zelfrespect heeft en van zijn wortels is vervreemd. Het is een land waarin, zoals Scheffer schrijft, maatschappij, cultuur en onderwijs nog slechts als marktplaats worden gezien. Het is Nederland in de uitverkoop, alle dolle dwaze dagen feest. Waar geld het geweten is, is het de hoogste tijd om de prijzen van alles wat van waarde is drastisch te verhogen. Dat maakt ook de integratie waardevol.

Jan Drentje is historicus.