Ivoorkust: van oase tot brandhaard

Jarenlang gold Ivoorkust in West-Afrika als een oase van stabiliteit. Nu gaapt de chaos.

Bijna twee weken na de mislukte poging tot een staatsgreep beheersen opstandige militairen nog altijd veertig procent van Ivoorkust. Wat hen drijft, wie hen leidt en wat hun doel is, blijft in nevelen gehuld.

Zeker is alleen dat de rebellen goed georganiseerd en gedisciplineerd zijn en beschikken over geld. Vaststaat ook dat het land dat decennialang gold als een oase van stabiliteit in West-Afrika, verder naar de chaos afgegleden is. Feit is verder dat de crisis in Ivoorkust de vrede in de regio bedreigt.

Dinsdag lichtten de rebellen voor het eerst een tipje van de sluier op over hun motieven. Doel van de opstand is ,,het regime van president Gbagbo omver te werpen en gerechtigheid, vrede en gelijkheid tussen de zonen van Ivoorkust te herstellen''. Dat zei de officier die zich in Bouaké onder de schuilnaam `luitenant Elinder' presenteerde als hun militaire leider. Verschillende van zijn metgezellen verklaarden dat ze tot de militaire tak behoren van een nieuwe politieke groepering, de Mouvement Patriotique de Côte d'Ivoire (MPCI). De leiders van die beweging ,,konden op dit moment nog niet worden onthuld''.

Adjudant Tuo Fozié, een andere woordvoerder van de rebellen, kwam voor het eerst met een aantal eisen. Militairen die de afgelopen twee jaar naar het buitenland zijn gevlucht, moeten schadeloos worden gesteld en weer in het leger opgenomen. Daarbij gaat het vooral om aanhangers van de voormalige militaire leider, generaal Robert Gueï, die als onbetrouwbaar werden gedemobiliseerd.

De adjudant eiste ook dat een nieuw contingent gendarmes dat in oprichting is, onmiddellijk wordt ontbonden, omdat het uitsluitend uit vertegenwoordigers van één etnische groep bestaat. Verder vroeg hij om een onderzoek naar de moorden op generaal Gueï, minister van Binnenlandse Zaken Emile Boga Doudou en kapitein Dosso, een belangrijke assistent van oppositieleider Alassane Ouattara, die kort na de couppoging om het leven zijn gebracht.

Tot slot verlangde de adjudant dat besluiten van het Nationaal Forum voor Verzoening zouden worden nageleefd. Dat forum werd vorig jaar door president Laurent Gbagbo in het leven geroepen om tot een vergelijk te komen met zijn drie belangrijkste politieke rivalen, oud-juntaleider Gueï, oppositieleider Ouattara en ex-president Henry Konan Bédie. Op die manier zouden ook de groeiende etnische spanningen tussen het christelijke zuiden en het islamitische noorden moeten worden beteugeld.

Voor verzoening staan de sterren niet gunstig. Ouattara heeft een veilig heenkomen gezocht in de Franse ambassade. Bédie zit in de Canadese ambassade. Gueï is vermoord.

De vier politieke kemphanen streden de afgelopen jaren om de erfenis van de Ivoriaanse `vader des vaderlands, Félix Houphouët-Boigny. De president regeerde van de onafhankelijkheid in 1960 tot aan zijn dood in 1993 als een verlichte alleenheerser. Maar hij hield wel rekening met wat er leefde onder zijn volk. Hij had goede contacten met de belangrijkste belangengroepen: plantage-eigenaars, conservatieve stamleiders, moderne democraten, Franse investeerders. Hij stimuleerde de komst van arme landarbeiders uit buurlanden als Mali en Burkina Faso, waardoor de op twee na grootste economie van zwart Afrika een enorme impuls kreeg. Dat het aantal allochtonen steeg tot meer dan eenderde van de zestien miljoen burgers, leidde onder zijn bewind niet tot fricties. Zelf een vertegenwoordiger van de Baoulé-stam uit het christelijke zuiden, hield hij ook de Dioula uit het islamitische noorden te vriend.

Henri Konan Bedié was zijn natuurlijke opvolger, ook van de Baoulé-stam, ook van de oppermachtige regeringspartij PDCI. Maar de kroonprins mist het natuurlijk gezag en de politieke behendigheid van zijn geestelijke vader. Onder zijn bewind brokkelde de nationale eenheid geleidelijk af, een proces dat hij nog versterkte door het begrip `ivorité' te lanceren. Hij maakte een onderscheid tussen `de echte Ivorianen' en hen die in het buitenland waren geboren. De koffie- en cacao-economie stagneerde terwijl de corruptie groeide. De `buitenlanders' kregen de schuld.

De vreemdelingenhaat gebruikte hij onder meer om Alassane Ouattara, de leider van de oppositionele RDR, onschadelijk te maken. Die oud-premier van Ivoorkust, jarenlang vice-president van de Wereldbank, heeft de afgelopen jaren nooit aan de verkiezingen mogen meedoen, omdat hij geen volbloed-Ivoriaan zou zijn.

De militaire staatsgreep die drie jaar geleden een eind maakte aan het bewind van Bedié, werd aanvankelijk met gejubel begroet. De militaire leider, generaal Gueï, zou `grote schoonmaak' houden en een eind maken aan de groeiende binnenlandse verdeeldheid. Maar uiteindelijk vergrootte hij alleen maar de etnische tegenstellingen in een poging aan de macht te blijven. In oktober 2000 moest hij wijken voor een bloedige opstand van het volk. Laurent Gbagbo, al een eeuwigheid leider van de socialistische FPI, eiste zijn zege bij omstreden verkiezingen op.

Ook Gbagbo heeft allochtonen en Dioula de afgelopen jaren graag als zondebok gebruikt. Immigranten en noorderlingen voelen zich massaal bedreigd en achtergesteld. Die onvrede delen ze met veel militairen die klagen over onderbetaling en marginalisering. Gbagbo heeft de afgelopen twee jaar de positie van de gendarmerie versterkt, omdat hij het leger niet helemaal vertrouwt. In het leger dienen van oudsher veel noorderlingen.

Wat lijkt te zijn begonnen als een opstand van ontevreden militairen, zou kunnen uitgroeien tot een burgeroorlog. De politieke leiders van Ivoorkust oogsten het geweld dat ze met hun onverzoenlijkheid hebben gezaaid.