Financieel brein Enron geeft zich over

Andrew Fastow, het financiële brein achter de grootscheepse fraude bij energiehandelaar Enron, heeft zichzelf gisteren overgegeven aan justitie. Onder grote belangstelling van de media werd hij met handboeien om voorgeleid voor de rechter in Houston, Texas, die hem later weer vrijliet na betaling van een borgsom van vijf miljoen dollar. Daarvoor was hij genoodzaakt zijn huis en dat van zijn ouders te gebruiken als onderpand.

In een andere fraudezaak, rond de van handel met voorkennis verdachte Martha Stewart, heeft Douglas Faneuil, een assistent bij zakenbank Merrill Lynch, gisteren schuld bekend in ruil voor strafvermindering. Hij gaf toe te hebben gelogen over Stewarts aandelenhandel onder druk van zijn superieuren. De kans wordt hiermee groter dat Stewarts beleggingsadviseur Peter Baganovic binnenkort wordt aangeklaagd, en in het verlengde daarvan Stewart zelf. Zowel Faneuil als Baganovic zijn door Merrill op staande voet ontslagen.

,,Het is een belangrijke dag in de strijd tegen fraude bij beursgenoteerde bedrijven'', zegt Robert Mintz, een voormalige officier van justitie die nu als advocaat werkt in New Jersey. ,,Hiermee bewijst justitie dat het menens is.''

In de 38 pagina's tellende aanklacht tegen Fastow beschuldigt justitie hem onder meer van beleggingsfraude, belastingfraude en afpersing, waarop in totaal maximaal 140 jaar gevangenisstraf staat. Daarnaast wil justitie, in samenspraak met de beurstoezichthouder, de Securities and Exchange Commission (SEC), van Fastow ten minste twintig miljoen dollar aan onrechtmatig verkregen winsten vorderen.

,,Onze missie is eenvoudig'', aldus minister van Justitie Larry Thompson op een persconferentie in Washington. ,,We willen de slechte jongens in de gevangenis stoppen en hun geld afpakken.''

Fastows advocaat, John Keker, zei in Houston blij te zijn dat zijn cliënt ,,nu eindelijk de gelegenheid krijgt uit te leggen wat er precies is gebeurd''. Namelijk: dat ,,alles wat hij gedaan heeft gebeurde met medeweten van de raad van bestuur, de raad van commissarissen, het topmanagement, en de accountants. Hij wist niet dat wat hij deed tegen de wet was.''

De aanklacht tegen Fastow is mede tot stand gekomen door samenwerking van justitie met Michael Kopper, een van Fastows voormalige ondergeschikten, die in augustus schuld bekende in ruil voor strafvermindering. Naar verluidt heeft ook Fastow – vergeefs – geprobeerd het met justitie op een akkoordje te gooien.

Jack Coffee, hoogleraar beleggingsrecht aan Columbia University en expert in witteboordencriminaliteit, sluit niet uit dat justitie Fastow alsnog een deal aanbiedt, als zij de zaak tegen hogere functionarissen, zoals Kenneth Lay en Jeffrey Skilling, niet rondkrijgt. ,,Op zichzelf is Fastow een vis die groot genoeg is.'' Coffee wijst erop dat de aanklacht tegen Fastow de eerste is in de Enron-zaak die expliciet beleggingsfraude betreft. ,,Niet alleen Enron is slachtoffer geworden van de oplichterij van Fastow'', zegt Coffee, ,,maar ook en vooral de belegger.''

De aanklacht bevat veel informatie die al bekend werd bij de zaak tegen Kopper, en nog eerder tegen David Duncan, de accountant van Arthur Andersen die verantwoordelijk was voor Enron in Houston. Nieuw is dat in de aanklacht ook de interne Enron-accountant Richard Causey wordt genoemd, die meehielp bij de een-tweetjes tussen Kopper en Fastow. Zij hadden zelfs een geheime afspraak om de verliezen van hun BV's te verbergen.

Mintz voorspelt dat Fastow uiteindelijk vijftien, twintig jaar gevangenisstraf krijgt.

In de zaak tegen Martha Stewart verwacht Mintz dat zij zal worden veroordeeld met hulp van de informatie van Faneuil en Baganovic. Maar niet wegens handel met voorkennis. ,,Handel met voorkennis is lastig aan te tonen'', zegt hij. ,,Justitie kan beter inzetten op belemmering van de rechtsgang.''

    • Viktor Frölke