De Brasschaat-route

Enige honderden Nederlanders die over de grens in België genieten van een belastingvrij pensioen, krijgen het zwaar. Het nieuwe belastingverdrag van Nederland en België, dat volgend jaar in werking treedt, maakt een einde aan hun fiscale onbezorgdheid. Althans, dat was de bedoeling. Maar in het parlementaire debat over het verdrag hebben de Kamerleden Hofstra (VVD) en De Nerée tot Babberich (CDA), met steun van Van As (LPF), bedongen dat staatssecretaris Van Eijck (Belastingen, LPF) met een overgangsperiode akkoord gaat. Tot grote woede van alle oppositiepartijen – en terecht. Een douceurtje voor vermogende belastingvluchtelingen die jarenlang hebben genoten van de legale mazen in het oude verdrag met België, is absurd.

Op de totale overheidsfinanciën is het een bedrag van niets: zes miljoen euro over een periode van zeven jaar. Maar de symboolwaarde is omgekeerd evenredig: de regeringspartijen wensen gepensioneerden die hun lijfrentepremies tegen het hoogste Nederlandse belastingtarief (indertijd oplopend tot 72 procent) hebben afgetrokken en dat in België belastingvrij kunnen ontvangen, de hand boven het hoofd te houden. Van Eijck was al toeschietelijk door een vrijstelling te verlenen tot een uitkering van maximaal 25.000 euro. Maar daarboven zou het zogeheten bronlandbeginsel tellen, en niet het woonland, aangezien een te grote discrepantie tussen de verleende aftrek bij de opbouw van de lijfrente en de heffing bij de uitkering zou bestaan. In België vallen periodieke uitkeringen zoals lijfrentes niet onder de belasting op pensioenen. Hoewel de staatssecretaris slechts argumenten noemde om het amendement te ontraden, stemde hij er mee in nadat de regeringsfracties hun voorgestelde overgangstermijn van aanvankelijk tien naar zeven jaar hadden teruggebracht. Met andere woorden: tot 2010 hoeven circa 1.500 Brasschaatvluchtelingen met een gemiddelde belastingvrije uitkering van 44.000 euro van dit kabinet fiscaal niets te vrezen. Hierbij komt dat van precedentwerking sprake is als in de toekomst het belastingverdrag met Spanje, ook een uitwijkplaats van gepensioneerde Nederlanders, vastgesteld moet worden.

Door de overgangsregeling derft de schatkist inkomsten. Volgens VVD'er Hofstra is sprake van ,,tijdelijke minder meeropbrengsten'' en staatssecretaris Van Eijck is van mening dat hiervoor geen financiële dekking nodig is. Ook dit is absurd; dit is belastinggeld dat niet geïnd wordt. De verzamelde oppositie in de Kamer – SP, GroenLinks, PvdA, D66 – kan hier een politiek feestnummer van zes miljoen euro van maken. De regeringsfracties kunnen zich nog bezinnen of ze zich voor dit handjevol vermogende kiezers onbegrip bij Nederlandse belastingbetalers op de hals willen halen. En de staatssecretaris, die goed is begonnen, kan nog op zijn schreden terugkeren.