Boksende Victor Löw sterk in een ongevaarlijk stuk

Al wekenlang keken we ernaar uit, naar de prestaties van Victor Löw in Requiem voor een zwaargewicht. Löw, zo ging het gerucht, zou speciaal voor deze voorstelling boksles hebben genomen en wij wilden zijn vers gekweekte spierballen weleens zien.

Valt dat even tegen. Niks geen biceps en niks geen Adonistorso etaleert Victor Löw, maar een deegachtig lichaam dat amper in actie komt. Een bokswedstrijd op het toneel wordt ons onthouden en alleen in een filmpje duelleert de naar de sportschool gestuurde acteur met een andere gehandschoende kerel. Geen live-gevechten dus, maar wat dan wel? Nou, een liefdesverhaal en een zoektocht. Met in de hoofdrol het zwaargewicht Mountain. Op een dag takelt zijn tegenstander hem dermate toe dat hij van de dokter de ring niet meer in mag. De bijna-wereldkampioen is uitgerangeerd, maar nog niet van zijn manager af. Die laat hem in het worstelcircuit de hansworst spelen. Gelukkig ontmoet hij Grace. Dankzij haar vindt Mountain zijn zelfrespect terug en wellicht gloort er voor de twee een toekomst.

Regisseur Mark Rietman zet hen in een functioneel decor, met een benedenverdieping waar de onderwereld bijeenkomt en een bovenverdieping die gereserveerd is voor de reddende engel Grace. Die onderwereld interesseert Rietman het meest. Sadistische worstelbazen hebben er gezelschap van vieze prostituees en het licht is er groezelig. Log en traag bewegen de acteurs door de ruimte en lomp en humorloos werken zij zich door de tekst heen. De op papier af en toe spitse dialoogkunst van auteur Rod Serling en vertaler Marcel Otten krijgt een grauwsluier die Rietman kennelijk sjiek en artistiek en tragisch vindt. Niets herinnert aan de rappe theaterpraktijk van Serlings stad New York en alles attendeert ons op de belegen kanten van dit uit 1956 daterende stuk.

Susan Visser als Grace is een brave pleegzuster Bloedwijn en het als contrastfiguur dienende Duitse hoertje van actrice Lieneke Le Roux staat heel voorspelbaar te trillen op haar verslaafde benen. Johan Ooms speelt geroutineerd de uitgebluste dokter en Kenneth Herdigein mag weer eens opdraven als louche neger. Tegen zoveel clichés kan zelfs een acteur als Jappe Claes niet op. Hij doet zijn best om van Mountains manager een interessante man te maken, hij voorziet hem van een slecht geweten en een nerveuze motoriek maar niet van de bitsheid die nodig is om de voorstelling vaart te geven. En Victor Löw?

Wel, Löw probeert in de voetsporen van Ko van Dijk te treden, die Requiem in 1959 in Nederland introduceerde. Net als Van Dijk heeft Löw de taal van de linkse directen en rechtse hoeken geleerd en ook, buiten het filmpje om, de taal van de eenvoud. De taal van een simpele ziel die makkelijk uit balans raakt en moeilijk uit zijn woorden komt. Hakkelend verklaart Mountain aan Grace zijn liefde en schuifelend oefent hij zijn bokserspassen die uit de gratie zijn. Het toneelbeest Löw houdt zich in; je kunt hem werkelijk geen gebrek aan subtiliteit verwijten en de getergdheid van die vernederde bokser maakt hij heus wel voelbaar.

Maar niet meer dan dat. Een verband tussen Mountains vernedering en die van de massa, tussen de wreedheid van de worstelbazen en die van andere bazen, tussen de uitbuiting daar en elders, stuk voor stuk doelen die de maatschappijcriticus Serling voor ogen stonden: zo'n verband weet Löw niet te leggen. Zo'n verband màg hij misschien ook niet leggen.

Want dit in opdracht van Joop van den Ende Theaterproducties vervaardigde toneel heeft andere prioriteiten dan gevaarlijkheid. Dit toneel-toneel moet vooral niet verontrusten.

Voorstelling: Requiem voor een zwaargewicht, door Joop van den Ende Theaterproducties ism De Theatercompagnie. Regie: Mark Rietman. Gezien: 2/10 Compagnietheater, Amsterdam. Daar t/m 29/12. Inl: 0900 3005000 of www.theatercompagnie.nl

    • Anneriek de Jong