Bal der kampioenen blijkt een duivelse droom

Een overdaad aan buitenlanders die voor Nederlandse clubs spelen en toch verwijzen naar Hollands glorie dat is de Champions League. Het is domweg een vorm van zinsbegoocheling.

Avond aan avond spelen de kampioenen, vice-kampioenen en pseudo-kampioenen van Europa tegen elkaar en bijna iedereen mag er getuige van zijn. Dankzij het medium televisie kan bijna niemand de onstuitbare rondgang van de bal door Europa ontgaan. We zien voetballers uit de nog misdeelde uithoeken van het continent zich manhaftig verweren tegen de voetballers uit de gevestigde naties en we maken onszelf wijs dat we ervan moeten genieten. Alsof iemand duidelijk heeft gemaakt dat dit vermaak de remedie is tegen spanning, leed en verdriet of welke vorm van onbehagen ook.

Nederlanders verdringen zich in navolging van Duitsers, Engelsen, Spanjaarden en Italianen elke dinsdag en woensdag voor het televisiescherm om de verrichtingen van Nederlands beste clubs te volgen. De ene avond zien ze alleen Feyenoord tegen Oekraïeners spelen, de volgende avond eerst Ajax tegen Noren en dan nog eens PSV tegen Duitsers.

De commentatoren doen hun uiterste best de Nederlandse clubs op te hemelen en de buitenlandse clubs te degraderen tot naarlingen die het plezier van Nederlanders vergallen. Het is een brij van woorden, die slechts tot doel heeft de toeschouwer ervan te doordringen dat er voor het Nederlandse volk nog hoop is in deze verwarde samenleving.

De Champions League is een gedrocht, heeft de vermaarde ex-coach van Ajax, Louis van Gaal, tien jaar geleden beweerd. Hij had het over de Europese competitie van kampioenen, die vanaf september tot mei door Europa davert, miljoenen euro's voor de succesvolle clubs in het vooruitzicht stelt en daardoor iedereen in zijn greep meeneemt naar verwarrende geestesgesteldheden, zoals de meest gevaarlijke: hebzucht. Alsof er een duivel door Europa koerst en iedereen gek maakt van voetbal.

Het houdt maar niet op, sterker nog: het neemt steeds dreigender vormen aan. Twee tot drie avonden voetbal in de week, naast twee tot drie avonden voetbal in het weekeinde. Dat er wordt gevoetbald, moeten de liefhebbers zelf weten voor sommigen is het tenslotte hun beroep. Dat elke wedstrijd op de televisie wordt uitgezonden, toont aan dat de omroepen ook niet meer weten hoe ze de kijker zinvol laat staan educatief verantwoord moeten bedienen. Er wordt niet alleen gevoetbald, er wordt nog meer voorbeschouwd en domweg nagepraat door mannen die zijn gebiologeerd door het voetbalspel van Nederlandse voetbalclubs en over niets anders meer kunnen nadenken. Ze spreken slechts de hoop uit dat Nederlandse clubs winnen. Heeft de overheid (of wie dan ook) wel eens bedacht hen het zwijgen op te leggen?

Alvorens PSV tegen Borussia Dortmund speelde, speelde gisteren Ajax op het beeldscherm van de Nederlandse publieke omroep tegen Rosenborg BK. Wie zo dapper is geweest beide wedstrijden te volgen, zou zich af kunnen vragen hoeveel Nederlanders er meespeelden. Inderdaad, een stuk of tien, van de bijna vijftig. Heeft dat nog iets met Nederlandse hoop te maken? Bij Ajax speelden in het basiselftal twee Nederlanders, een Australiër, een Tunesiër, een Roemeen, een Noor, een Belg, een Tsjech, een Egyptenaar, een Zweed en een Braziliaan. Later kwamen er nog een Braziliaan en zowaar twee Nederlanders in. Wat heeft dat met Nederlandse identiteit te maken, met mijn mogelijke identificatie met Ajax? Volgend jaar spelen vier van hen in Italië of Engeland. Het zijn geen Nederlanders, ze spelen alleen voor een Nederlandse club zolang ze kunnen. Waarom zou je als kijker dan met Ajax meeleven?

Een Nederlandse voetbalkijker zit voor de televisie naar Nederlandse voetballers (Feyenoord, PSV en Ajax telden deze nog week nog geen vijftien Nederlanders) te kijken, ze kijken naar hun club, naar hun droom, naar een fantasie, naar een film van een commerciële regisseur, de baas van de Champions League.

Waarom zie ik op de televisie wel Nederlandse clubs en niet Spaanse of Engelse of Italiaanse? Ik word nu geconfronteerd met chauvinistische beelden en commentaren over Nederlandse clubs met buitenlanders wedstrijden die slaapverwekkend slecht zijn. Dan toch liever bevlogen commentaren over wedstrijden van Manchester United of Real Madrid. Want ik wil Zidane, Raúl, Figo, Ronaldo en Giggs zien, geen overgewaardeerde gelukzoekers bij Nederlandse clubs. Graag de beste voetballers en niet dat gedraaf van buitenlanders die zogenaamd ter meerdere eer en glorie van hun Nederlandse clubs vrije trappen versieren.

Voetbal is opwindend. Maar de overdaad aan wedstrijden is verstikkend. Drie keer anderhalf uur Nederlandse clubs (met buitenlanders tegen voetballers van clubs die niemand iets zeggen), is slaapverwekkend en draagt zeker niet bij tot een boeiender bestaan van een universele voetballiefhebber. De Champions League is een zinsbegoocheling, waarin alleen Zidane en zijn gevleugelde vrienden van Real Madrid levensecht kunnen excelleren.

    • Guus van Holland