Wegwerken van Saddam is een goede zaak

Vrijwel niemand zal zijn standpunt inzake Irak louter door de bewijzen laten bepalen. Vorig jaar waren er immers overstelpende bewijzen voor het verband tussen de agressie tegen het Wereldhandelscentrum en Al-Qaeda en de Talibaan. Toen lag een beslissend VN-mandaat om in te grijpen voor de hand, maar velen ter linkerzijde waren tegen militair optreden in Afghanistan, en zijn dat nog altijd.

Voor mijn gevoel zou Tony Blair gelukkiger zijn als hij Saddam Hussein op morele gronden weg zou kunnen werken. Dan zou hij meer de nadruk kunnen leggen op het gruwelijke karakter van zijn bewind, de benarde toestand van het Iraakse volk, de aspiraties van de Koerden en misschien nog het belangrijkste de mogelijkheid een dam op te werpen tegen het despotisme in het Midden-Oosten als geheel.

Maar als premier van een land dat een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft, is hij verplicht zich min of meer aan de letter van de wet te houden.

Het moet ieder weldenkend mens duidelijk zijn dat alle beschuldigingen tegen het bewind van Saddam Hussein aangaande wapenarsenalen voor volkenmoord gegrond zijn. Saddam zet liever zijn hele systeem en zijn eigen leven op het spel dan dit op te geven, zo is gebleken. En de resoluties van de VN zijn niet van gisteren, en evenmin dubbelzinnig.

Ik betwijfel of de bewijzen tegen Saddam, ook als ze tot honderd procent kunnen worden aangevuld, het soort mensen zou overtuigen dat op eigen houtje in Bagdad gaat bemiddelen.

Deze mensen weigeren ook nog in te zien dat regeringen op het ogenblik een extra verantwoordelijkheid tegenover hun burgers hebben namelijk iets te doen om toekomstige aanslagen op de beschaving te verhinderen.

President Bush noemt dit de doctrine van het preventieve optreden. Vanzelfsprekend heeft die zijn gevaren en zou zij gebruikt kunnen worden om onbesuisde acties te rechtvaardigen. Toch moet iedereen met enig gezond verstand erkennen dat een terugkeer naar de veiligheidsopvattingen van vóór 11 september 2001 onmogelijk is. Een leider die niet zou proberen oorlog te voeren tegen de vijand, zou buitengewoon nalatig zijn.

Maar uiteindelijk is de morele grondslag om op te treden de sterkste. Wij hebben niet alleen het recht een clandestien systeem van aanvalswapens te vernietigen, maar ook een verantwoordelijkheid voor het Iraakse en het Koerdische volk. Zij leven noodgedwongen met schaarste en angst om hun dagelijks bestaan, ten gevolge van de politiek van een moordenaar met grootheidswaan.

Op een dag zal het bewind van deze man ten einde zijn. Op die dag willen we deze mensen in de ogen kunnen kijken en zeggen dat we ons ook om hén hebben bekommerd. Bovendien zou een bevriend Irak, dat weer handel mag drijven en contact mag leggen met de buitenwereld, voor een andere sfeer in het Midden-Oosten kunnen zorgen.

Om één klein voorbeeld te geven: dan zou Irak niet meer de ergste boeven rond Yasser Arafat leveren, of geldelijke steun bieden aan de daders van zelfmoordaanslagen. Er zijn tekenen dat de democratische krachten onder de Palestijnen nu ook op hun eigen kleine machtswisseling aandringen.

Ik ben een politieke tegenstander van president Bush en hoogstens een lauwe aanhanger van de Engelse Labourpartij.

Maar ik vind het van de tegenstanders van een machtswisseling in Irak onjuist en onrechtvaardig om premier Blair `de poedel van Bush' te noemen.

Zo'n gratuite opmerking komt van mensen die niet nadenken en toch al niet uitblonken in oorspronkelijkheid. Ze gaat voorbij aan het feit dat Blair een weifelende Clinton heeft aangezet tot ingrijpen in Kosovo en dat hij ook besloot zelfstandig op te treden om een nieuw bloedbad à la Rwanda in Sierra Leone te voorkomen.

Een Engelse regering die Afghanistan alleen Amerika's probleem had gevonden, zou zich beschamend en dom hebben opgesteld. Wie op het ogenblik een bondgenoot is van Amerika, hoeft zich nergens voor te verontschuldigen: het past in de betere traditie van het internationalisme van de Labourpartij.

Pleidooien voor isolationisme gaan tevens voorbij aan het feit dat Engeland zelf ook vrienden en belangen in het Midden-Oosten heeft, en bovendien een oude en innige band met Irak.

Wat de materiële kant betreft: ik vind het prachtig als mensen de komende interventie somber omschrijven als `bloed voor olie', of meer van die wartaal. Betekent dat wat het lijkt te betekenen, namelijk dat olie geen gevecht waard is? Of dat het niet onrustbarend is dat de olievoorraden in het Midden-Oosten doorlopend worden bedreigd door een sadistische gek die al twee van zijn buurlanden is binnengevallen?

Er is nog een laaghartig gerucht in omloop, namelijk dat Bush dit allemaal om electorale redenen doet. Een dommere of valsere suggestie is bijna niet denkbaar: het Amerikaanse volk wil geen oorlog en geeft zoals gewoonlijk de voorkeur aan een rustig leven. Elke krant in het land ademt die stemming en drukt dagelijks een enorme hoeveelheid twijfels af.

Maar het bewijs dat deze onderneming de moeite waard is, is dat het zo'n waagstuk is. Niemand kan succes garanderen, en Bush en Blair weten allebei dat de verwijten bij een mislukking groot zullen zijn. Maar er lijkt een eind te komen aan de lange tijd van onverstandige aarzelingen en morele neutraliteit. Dat is op zichzelf een goede zaak.

Christopher Hitchens is columnist bij Vanity Fair.

    • Christopher Hitchens