Vragen voor morgen

Hoe hoger het debat oploopt, hoe eenvoudiger het wordt. Zo gaat het ook met het werelddebat over Irak. Als Saddam is opgeruimd, komt de rest vanzelf. Dat is de boodschap van de haviken in Washington. Geen oorlog, klinkt het steeds dringender in Europa en nu ook in Amerika, zonder dat zich bij de tegenstanders een duidelijk alternatief voor de politiek van de aanval ontwikkelt. In het westen is een verbale burgeroorlog aan het ontstaan, zonder dat het probleem waarom het allemaal begonnen is, een stap dichterbij een oplossing komt.

Geen oorlog is voorspelbaar. Was dat wel zo, dan zou niemand eraan beginnen. Het feit dat er een partij is die de vijandelijkheden opent, impliceert dat die zich een duidelijke voorstelling heeft gemaakt, niet alleen van de overwinning maar vooral ook van de toestand die na de oorlog ontstaan zal zijn. De overwinning, nemen we aan, is geen doel op zichzelf.

Daarna begint de wederopbouw, dan breekt de toekomst voor `een betere wereld' aan. Altijd weer. Het staat ook in de doctrine van president Bush.

Hoe concreter, gedetailleerder we ons deze betere wereld kunnen voorstellen, hoe sterker de overtuigingskracht, en daardoor: hoe groter de bereidheid om de tijdelijke verschrikkingen van de oorlog te aanvaarden.

In dit geval begint de betere wereld in Irak zonder Saddam. Wat gebeurt er nadat de dictator is gearresteerd, spoorloos verdwenen of hoe dan ook vermoord? Deskundigen houden het voor mogelijk dat het land daarna het toneel wordt van de bloedige wraak. Sjiieten, Koerden, andere onderdrukte oppositie, allemaal hebben ze een rekening te vereffenen. ,,Verwacht een furie van moord, marteling, verkrachting en chaos'', schreef Nicholas D. Kristof na een recent bezoek aan Bagdad. De moeder van alle bijltjesdagen, om Saddam zelf nog eens te variëren. Het hoort in zekere mate tot iedere bevrijding. De eerste vraag is nu: wie temt deze chaos? De NAVO, die met de eigenlijke oorlog niet mee mocht doen? De irrelevante Europeanen, die als personeel van Washington wordt opgedragen de rommel op te ruimen?

Tweede vraag. Men verschilt ook in de deskundigste kringen van mening over wat in het Midden-Oosten zal gebeuren als de aanval eenmaal is ingezet. Zal de gevreesde Arabische `straat' in opstand komen? Zal het moslimfundamentalisme in Pakistan onze vriend president Musharraf in een crisis brengen? Wat gaat in Egypte, Saoedie-Arabië gebeuren. Oproer, revolutie? Of zal het allemaal weer meevallen, omdat het immers ook geweldig is meegevallen toen Afghanistan van de Talibaan werd bevrijd.

Vraag drie. De meeste economen zijn het er in ieder geval wel over eens, dat de oorlog de wereldeconomie – toch al niet in een florissante staat – geen goed zal doen. Energie wordt voorlopig duurder. Iedere oorlog, en zeker deze waarvan de mondiale fall-out niet te voorspellen valt, maakt de mensen pessimistisch, voorzichtiger. Ze gaan weer hamsteren. Hoe lang hebben we dat woord niet gehoord! Hamsteren veroorzaakt een zeer tijdelijke opleving in de consumptie, want het is een bedrieglijke consumptie die aan zichzelf een einde maakt. De neergang kan nog wel een jaar, of twee jaar duren, zeggen de experts onder wie er een paar zijn, bijvoorbeeld Alan Greenspan, die twee jaar geleden de nieuwe Gouden Eeuw aankondigden.

Vraag vier. De semi-geheime agenda van de olie. De Iraakse olievoorraden horen tot de grootste ter wereld. Amerikaanse, Britse, Franse en Russische maatschappijen hebben er niet geringe belangen. James Woolsey, voormalig hoofd van de CIA, wordt in de Washington Post als volgt geciteerd: ,,We zullen ons best doen om de volgende regering van Irak ervan te overtuigen, dat ze nauw met de Amerikaanse maatschappijen moeten samenwerken. Als de Fransen en Russen op één of andere manier Saddam blijven beschermen, zal het voor zijn opvolger moeilijk tot onmogelijk worden, de samenwerking voort te zetten.'' Voor wie Antoine Zischka's De geheime oorlog om de petroleum heeft gelezen, klinkt het ouderwets bekend. Dergelijke herineringen daargelaten: het westerse publiek dat gevraagd wordt zijn steun aan een grote oorlog te verlenen, heeft er recht op duidelijker op de hoogte te worden gesteld.

Vraag vijf. De nobele kant van de onderneming. We nemen aan dat het allemaal goed is afgelopen. Saddam weg, geen bloedbaden, geen Arabische straat in opstand, geen economische wereldcrisis, de olie eerlijk verdeeld.

Uiteindelijk gaat het erom, de vrijheid en democratie te verbreiden, zoals president Bush in zijn doctrine heeft gezegd. De militaire overwinning is dan niet meer dan het kleinste begin. De Arabische wereld bestaat voor het grootste deel uit halve en hele dictaturen. De verbreiding van vrijheid en democratie vergt dan om te beginnen dat die ook worden bestreden. Een wisseling van het bewind in Syrië, Libië, misschien Egypte en Saoedie-Arabië? Of blijven die in het post-Saddam-tijdperk om uiteenlopende redenen toch min of meer te verdragen?

Vraag zes. Als dat zo mocht zijn, wat komt er dan van de voorgenomen verheffing van de Arabische wereld tot democratie en welvaart terecht?

Verbreiding van wat we tegenwoordig `de moderniteit' noemen vraagt van degenen die dit complex willen aanvaarden, een radicale verandering van het denken. Dat duurt een generatie, op z'n minst, als we ervan uitgaan dat het westen in zijn geheel erin slaagt te tonen dat ons systeem een beter bestaan belooft, dat ook bereikbaar is. In de Koude Oorlog heeft het westen zijn superioriteit getoond. Het heeft meer dan veertig jaar geduurd voor het doel was bereikt, zonder dat het tot een grote oorlog is gekomen. Nog altijd zijn er in de voormalige Sovjet-Unie miljoenen die geloven dat het vroeger beter was. Willen we nu, eerst in Irak, met geweld, in geforceerd tempo een resultaat bereiken, vergelijkbaar met dat van de Koude Oorlog?

In het steeds bozer wordend transatlantisch debat gaan deze en dergelijke praktische vragen ten onder. President Bush heeft met zijn doctrine een blauwdruk voor een wereldorde ontworpen. Als we dat ontwerp au serieux nemen, moeten we die vragen blijven stellen, ook in de Tweede Kamer en in Brussel. Per slot van rekening zijn wij, na The Hague Invasion Act ook potentieel front.