Voorstelling

Wat zou Pim toch zo interessant hebben gevonden aan Winny de Jong dat hij in haar zelfs een opvolger zag? Was het het mysterie van de hysterie dat hem aantrok? Een lotsverbondenheid tussen twee mensen die in elkaar een potentie aan labiliteit ontdekten waar geen psychiater tegenop kon?

Een andere verklaring kan ik zo gauw niet bedenken. Elke keer als ik Winny zie of hoor, denk ik: moet de Riagg niet ijlings worden ingeschakeld? Die grote, gespannen ogen, de stem die altijd dicht tegen het gillen aanzit, de onsamenhangende taal hier loopt (meestal rent) een patiënt los die dringend hulp behoeft.

Eigenlijk is Winny de enige LPF'er die ons medelijden verdient. De rest verdient iets heel anders: applaus. Sinds Wim Kan hebben we niet meer zó hard om de politiek kunnen lachen. Je kunt er een ernstig gezicht bij trekken en diepe zuchten slaken over het verval van Nederland, maar daar is straks nog tijd genoeg voor ná de voorstelling.

De LPF moeten we zien als een amateur-cabaretgezelschap waarvan de grappigheid eerder schuilt in de onhandigheid waarmee de teksten worden gebracht dan in die teksten zelf. De spelers vallen elkaar op de verkeerde momenten in de rede, verhaspelen hun oneliners (`ik wil niet onder tafels en stoelen steken') en willen weer terug op het toneel als het doek al is gevallen.

Mijn favoriete cabaretier blijft Ferry Hoogendijk. Met zijn gebogen ruggetje en zijn licht lispelende spreektrant heeft hij het charisma van een vochtige komkommer, maar qua naturel kan niemand tegen hem op. Zet het hele ensemble tegelijkertijd op het podium, en je kijkt maar naar één man: Ferry. Zijn onverstoorbaarheid en zijn vermogen om morele verontwaardiging te acteren zijn onovertroffen.

Ferry is het vleesgeworden cynisme. Hij heeft lang in de journalistiek gezeten, dus hij weet wie en wat er te koop is in de wereld: alles en iedereen. Daar handelt hij naar.

Ferry wil macht. Macht krijg je door vrienden om je heen te benoemen. Vervolgens moet je je vijanden afzetten. Het is zo eenvoudig als het klinkt. Ferry is nog nooit zo dicht bij de macht geweest als nu. Het enige obstakel op zijn weg naar de top heet Eduard Bomhoff. Wat is namelijk het geval? Bomhoff is vice-premier en zou zijn positie moeten opgeven als Ferry zijn vriendje Herman Heinsbroek tot partijleider heeft gepromoveerd.

Maar Bomhoff heeft al laten weten dat hij dat niet wil. Ik begrijp Bomhoff wel. Hij heeft zijn hele PvdA-verleden verloochend om één keertje vice-premier te kunnen worden. Elke morgen zegt hij bij het afscheid tegen zijn vrouw nadat ze de haartjes uit zijn neus heeft geknipt: ,,Had je ooit gedacht dat je dat bij een vice-premier mocht doen?'' En hij lacht er zijn robotachtige lachje bij. (Ingewijden verzekerden mij dat Bomhoff ook een soort robot is, althans een min of meer levend voorbeeld van kunstmatige intelligentie.)

De LPF kan van Bomhoff alles vragen, behalve een verloochening van zichzelf.

Met andere woorden: een nieuwe oorlog binnen de LPF is ophanden. Ik weet dat ik me daar van sommige commentatoren niet op mag verheugen, maar toch heb ik nu al mijn plaatsje op de eerste rij gereserveerd.

    • Frits Abrahams