Premies omhoog

De Nederlandse pensioenfondsen bevinden zich in een penibele positie. Ze horen tot de rijkste ter wereld en toch is er reden tot zorg. Hun vermogen kalft met het dalen van de aandelenkoersen zienderogen af. Aandelen zijn risicokapitaal. Dat de koersen dalen ligt besloten in de werking van het marktmechanisme en het onomstotelijke gegeven dat een hoge koers altijd omlaag kan. En omgekeerd. Intussen raken de huidige beursontwikkelingen aanzienlijk meer mensen dan beleggers alleen. Indirect zit iedereen die een pensioen opbouwt of gepensioneerd is in aandelen. De beursmalaise gaat dan ook velen aan en kan, wat erger is, bij falende pensioenfondsen velen duperen.

Jarenlang is het goed gegaan omdat de koersen stegen. Het vermogen van de fondsen, momenteel voor ruwweg de helft in aandelen belegd, groeide met de beurs mee. Nu de koersen dalen, wordt alarm geslagen. Driehonderd van de bijna duizend Nederlandse pensioenfondsen, die worden bestuurd door werknemers en werkgevers, zitten in de problemen, aldus de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK).

Het is goed dat de alarmklok wordt geluid. Maar het signaal komt veel te laat. Al meer dan een half jaar is duidelijk dat de dalende koersen ingrijpende gevolgen hebben voor de pensioenfondsen. In de sector was dit uiteraard bekend, maar ook daar heeft men, net als bij de toezichthouder PVK, te lang afgewacht en gehoopt op een keer ten goede. De eerste reflex is hoe de schade beperkt te houden en eventueel ongedaan te maken. Er zijn enkele goede remedies – maar ze doen pijn en kosten veel geld. Los daarvan zal een evaluatie van het beleid in de achterliggende jaren een handreiking moeten bieden voor de toekomst.

Problemen oplossen is één ding; ze voorkomen is van een andere orde. De toezichthouder, de fondsen en hun vele deelnemers dienen zich ervan bewust te zijn dat het waarschijnlijk niet meer wordt zoals het de laatste tien jaar was. Het is dus zaak vooruit te kijken en te onderzoeken of fondsen hun beleggingsbeleid structureel moeten aanpassen. Om de vergrijzing te betalen was beleggen in aandelen jarenlang de voor de hand liggende keuze. De vraag is nu actueel of die preoccupatie niet aan herbezinning toe is. Er gaapt een gat tussen de risico's van beleggen in aandelen en de zekerheden die de huidige en toekomstige pensioentrekkers zich wensen.

De remedies voor dit moment beperken zich in wezen tot het verhogen van de pensioenpremie en het aanpassen van de indexering, het waarde- of welvaartsvast houden van het pensioen. Voor zowel het een als het ander is veel te zeggen. Het zijn alleen impopulaire maatregelen die in het eerste geval de loonkosten opjagen en in het tweede de gepensioneerden wreed wijzen op de kleine lettertjes van hun pensioen, waarin staat dat waarde- of welvaartsvastheid alleen mogelijk is onder voorwaarde van voldoende vermogen.

Dat laatste is essentieel. De verhouding tussen het beschikbaar vermogen en de pensioenverplichtingen – de zogenoemde dekkingsgraad – staat bij te veel fondsen onder druk. Die zou minstens 110 procent moeten bedragen. Enkele tientallen fondsen zijn ruim onder de honderd gezakt. Hun tekorten dienen op zo kort mogelijke termijn te worden weggewerkt.

Concessies hieraan doen is ongewenst, al pleiten sommige pensioenbestuurders daar wel voor. Maar dit ondermijnt slechts het belangrijkste uitgangspunt dat aan pensioenen geen risico's mogen kleven. De uitbetaling moet altijd gegarandeerd zijn. Het is een onaangename keuze met gevolgen voor de loonpolitiek, maar het is beter de premie te verhogen en als het moet de indexering aan te passen, dan te gaan rommelen met de dekkingsgraad. Die moet zo snel mogelijk weer op peil komen.