Overblijven op school is goedbedoelde wanorde

Hoe meer kinderen op school overblijven, hoe minder ouders dus tijd hebben om daarbij toezicht te houden. Een actie van de belastingdienst heeft de problemen met de overblijf nog eens aangetoond.

Vandaag zal niemand er iets van merken, het is woensdag en dan blijven kinderen sowieso niet op school over. Maar morgen zal het weer afwachten zijn of de overblijfkrachten komen. Sinds de belastingdienst even boe geroepen heeft op een basisschool in Amsterdam, durft niet iedereen meer.

Vorige week bezocht de belastingdienst de Vijfde Montessorischool in Amsterdam om een vrouw te verhoren van wie de dienst had gehoord dat zij geen belasting betaalde over haar vergoeding als overblijfkracht. Dat klopte. En toen de belastingdienst de administratie opvroeg van de overblijfcommissie, bleek die uit niet meer dan losse papieren met voornamen en bedragen te bestaan. Dus ondervroegen ze ook de penningmeester van die commissie, een huisarts die al zeven jaar vrijwillig en tot ieders tevredenheid de opvang tussen de middag op deze school regelt. Dat ging nogal ruw (,,alles wat u zegt kan tegen u worden gebruikt'') en nogal hard (,,heeft u de veertigduizend euro die u beheerde in uw eigen zak gestoken'') en het resultaat is dat sindsdien de helft van de overblijfkrachten thuisblijft en ouders tijdelijk moeten inspringen om de rest op te vangen. Op een nabijgelegen school is zelfs de hele overblijfploeg weggebleven.

Nou heeft onze school nogal veel contacten in de media, zegt voorzitter Bart Geeraedts van de Ouderraad van de Vijfde Montessori (zelf werkzaam bij de KRO-radio), en dus stond maandagavond in Het Parool het bericht: `belasting jaagt op overblijf'. Hoewel de belastingdienst onderstreept dat van een campagne geen sprake is, ging het bericht als een lopend vuurtje door het land. Gisteren bracht de Vereniging Openbaar Onderwijs een persbericht naar buiten onder de kop `heksenjacht belastingdienst op overblijfkrachten', waarmee zij ongewild verraadde dat er inderdaad voor de fiscus wel iets te jagen valt tussen de middag.

Vijftig procent van alle basisschoolkinderen (dat zijn er ruim anderhalf miljoen) eet tegenwoordig een of meer dagen per week de lunch op school, zegt directeur Ria Meijvogel van het Instituut voor de ontwikkeling van schoolkinderopvang (IOS). Dat aantal is de afgelopen tien jaar snel gegroeid. Zo'n veertigduizend overblijfkrachten begeleiden dat tussenuur. En als zij hoort dat scholen zelf schatten dat zo'n tachtig procent van de overblijvers zwart wordt betaald, kijkt Meijvogel daar niet van op.

Een korte rondgang langs scholen en overblijfcommissies (allemaal anoniem graag) geeft het beeld van een snel uit zijn krachten groeiende organisatie van ouders, kennissen van ouders en kennissen van kennissen van ouders. De administratie varieert van multomappen met voornamen tot stempel- en strippenkaarten.

Het incidentele optreden van de belastingdienst heeft het structurele probleem van de tussenschoolse opvang, zoals het in ambtelijk jargon heet (er ligt een beleidsnota in de Tweede Kamer op goedkeuring te wachten), weer eens laten zien. Een school is verplicht gelegenheid te geven tot overblijven, de ouders moeten het organiseren. En hoe meer ouders tijd om zelf te kunnen werken `kopen' bij de overblijvers, hoe minder ouders in staat zijn te helpen bij het begeleiden ervan. Het probleem groeit telkens met twee stappen tegelijk.

Een overblijfcoördinatrice op een school in Zeeland zegt dat twee jaar geleden een kleuter nog een zeldzaamheid was in het overblijflokaal. ,,Nu halen we ze met hele rijen tegelijk op.'' Een coördinatrice in Friesland rekent voor dat het aantal leerlingen op haar school sinds 1991 met 25 procent toenam en het aantal kinderen dat overblijft met 80 procent.

Bart Geeraedts: ,,Het is een lastig uurtje om mensen voor te vinden. Het is lunchpauze en op de top van je carrière als overblijver zit je op vier uur per week.'' Daarom vindt Geeraedts de actie van de fiscus overdreven. Een vrijwilliger mag jaarlijks 700 euro aan vergoedingen ontvangen, bedragen daarboven moeten worden gemeld. ,,Bij ons kregen ze grofweg het dubbele van die 700 euro.'' De Amsterdamse Onderwijswethouder Rob Oudkerk denkt er zo over: ,,Je hebt grote en kleine regels en moet je nou hier zo hard optreden?''

Het IOS adviseert scholen, ouders en regering al jaren over hoe de overblijf professioneler kan en traint overblijfkrachten. Directeur Ria Meijvogel: ,,Ouders zijn aan het niveau van crèche en kinderopvang gewend geraakt. Steeds meer scholen komen daaraan tegemoet. Je ziet het aan de prijzen: drie jaar geleden was dat 2,50 gulden per kind per dag, nu is dat gemiddeld 5 gulden.'' Ze heeft uitgerekend dat ouders zo een derde van de geraamde kosten voor professionele opvang (300 miljoen euro er jaar) zelf kunnen opbrengen. Ze dácht dat de betrokken ministeries (OCW, VWS en Sociale Zaken) de rest wilden bijpassen. Tot gisteren minister Van der Hoeven (Onderwijs) zei dat de scholen het zelf maar moeten uitzoeken. ,,Ik was verbijsterd.''

    • Bas Blokker